Beschikbare Skiplinks

Uw browser heeft momenteel geen ondersteuning voor Flash-gebaseerde inhoud.

Download nu de Flash-speler om deze inhoud te zien.

Beleggen

Beleggingscolumns

Onze experten staan u te woord. Wat brengt de toekomst, hoe brengt uw geld meer op, hoe veilig is beleggen? U vindt hier een eerlijke visie van experten die zich dag in dag uit focussen op beleggingen.
 

Vreemde tijden voor beleggers (augustus 2011)

Bart Depaemelaere

De beurs maakt de laatste weken wel erg sterke capriolen. Een deel van de oorzaak is het gedrag van de beleggers zelf.  Beleggers zijn immers niet altijd even rationeel. Vandaag worden in paniek bepaalde beleggingen verkocht uit vrees voor een daling. Morgen worden exact dezelfde activa gekocht uit vrees een stijging te missen.
Voor ons is het dan ook belangrijk om terug te keren naar de fundamenten: de afweging van het risico tegen het rendement.

Risico
De katalysator van de recente daling op de beurs is de verlaging van de rating van Amerika door een van de drie grote ratingbureaus, Standard & Poor’s. Objectief gezien is de aanpassing van AAA naar AA+ door een enkel ratingbureau niet direct significant. De reden die het bureau aanhaalt, is bovendien niets nieuws: de overheidsschuld is te hoog en blijft groeien. S&P stelt vanuit die optiek dan ook de vraag of de VS in staat zullen blijven om hun verplichtingen na te komen.
In zijn analyse werd S&P bijgetreden door de overheden van China en Rusland (dat zelf failliet ging in 1998). De indruk is dan ook meer en meer dat het eerder over politiek dan wel over economie gaat. Het beste bewijs daarvan is dat de koersen van Amerikaans overheidspapier sindsdien zijn gestegen.

Hoe kan dat?
De beleggers lijken vooral tot de conclusie te komen dat het belang van besparingsgerichte krachten in de VS (namelijk de Tea Party) en in Europa  (Duitsland) toeneemt. De vrees is dan ook dat sterke besparingen de zwakke economische groei verder zullen ondergraven en zelfs tot een recessie zullen leiden. Aandelen lijken in dat scenario het zwaarst getroffen te zullen worden. Daardoor vluchten beleggers naar andere activa zoals Amerikaans staatspapier (dat dan in waarde stijgt).

Licht aan het einde van de tunnel?
De politiek heeft vandaag een zware impact op de beurs, zowel in de VS als in Europa. In China maakt men net zoals in 2008 (tijdens de bankencrisis) gebruik van de zwakke positie van Europa en de VS om de eigen economische positie te versterken. We merken dan ook dat daar de economische groei sterk blijft en de inflatie daalt.
Ondertussen vielen de olieprijzen terug met 20 %, terwijl de vraag nog nooit zo hoog was. Ook de bedrijfsresultaten, de motor van de economische groei, zijn bemoedigend.
Het resultaat van dalende koersen en stijgende winsten is dat de risicopremies op aandelen enorm zijn opgelopen. Met andere woorden: de  beleggers willen beter vergoed worden voor het risico dat ze nemen om in aandelen te beleggen in plaats van in vastrentende beleggingen. Concreet betekent dat een lagere prijs voor een aandeel van hetzelfde bedrijf maar ook een potentieel hogere return op middellange termijn.
Een belegging met voldoende (kapitaal)bescherming bleek op zulke momenten in het verleden bijzonder lucratief. Ondanks mogelijke verdere dalingen in de nabije toekomst.  

Gezond Beleggen V2 NL


Hieronder vindt u een overzicht van alle voorgaande columns. U kunt onze visies uit het verleden vergelijken met de actuele situatie. U zult merken dat beleggen bij Argenta een veilige investering is.

Columns 2011

  • Een geschokte economie en een voorzichtige belegger (juni 2011)

    Bart Depaemelaere

    De voorbije maanden volgden grote economische schokken elkaar op. De belegger had nauwelijks tijd om alles te verteren. Daarom is het interessant om af en toe een stap achteruit te zetten en te proberen door te bomen het bos te zien. Waar staat onze economie vandaag en waar gaan we naartoe?

    De eerste helft van 2011: een aardbeving, tsunami en nucleaire ramp in Japan, opnieuw problemen in de landen van de Europese periferie, een mogelijke groeivertraging en natuurrampen in de VS en een oververhit China. Wij zetten voor u de gebeurtenissen en hun gevolgen op een rij.

    Japan

    In het land van de rijzende zon trekken de naweeën van de aardbeving stilaan voorbij. De heropbouw komt op gang met een pakket van 50 miljard euro. Dat extra infuus zou de patiënt opnieuw (economisch) op de been moeten brengen. De nucleaire problemen in Fukushima blijven uiteraard zorgen baren.

    In bepaalde opzichten is Japan België in het groot. Japan heeft een nog oudere bevolking, met nog meer spaartegoeden, en een nog grotere staatsschuld. Japan beschikt niet over België’s grootste wapen: Duitsland. Een krachtige buur die niet alleen de grootste exporteur van de wereld is, maar bovendien vandaag draait als nooit tevoren. Het bedrijf dat in “Toyotaland” de voorbije maand de meeste auto’s verkocht was BMW.

    Duitsland en de rest van Europa

    In Europa begint de schuldencrisis haar climax te bereiken. De situatie van Griekenland, Portugal en Ierland is er geen meer van liquiditeit, een tijdelijk geldtekort, maar van solvabiliteit. Een overheidsfalen impliceert niet altijd dat de staat de middelen niet heeft om zijn schulden te betalen. De staat heeft immers de haast ongelimiteerde mogelijkheid tot beslag op de eigendom van de inwoners. Een “staat” is eigenlijk de verzameling van alle rijkdom binnen de landsgrenzen. De eigendommen van de inwoners staan garant voor de terugbetaling van de staatsschulden. Een staatsfaillissement is dan ook eerder het gevolg van de onwil om te betalen, dan van de onmogelijkheid om te betalen. Even ter vergelijking: bij het staatsfaillissement van Argentinië een decennium geleden, bedroeg de staatsschuld slechts 30 % van het BBP. In Griekenland zitten we vandaag op 150 %.

    Vooral voor de Grieken, maar ook voor de Portugezen en Ieren, zijn de grenzen van het redelijke inzake besparingen al bereikt en zelfs overschreden. Toch blijft een budgettair tekort van meer dan 10 % een feit. Een normale terugbetaling van de schulden verwachten zou bijzonder naïef zijn. Om maar een idee te geven: de staatsschuld bedraagt vandaag 150 % van het BBP. De rente van 15 % die de markt vraagt zou er op termijn voor zorgen dat meer dan 40% van de overheidsuitgaven naar rentelasten gaat. Een volstrekt onhoudbare situatie. Ook het IMF en de rest van Europa zien dat in.

    De meerderheid van die schulden zit bij de banken. Zij zijn na de voorbije crisis nog bijzonder kwetsbaar. De verschillende rondes van kredietverstrekking waren dan ook absoluut noodzakelijk om tijd te kopen om deze banken te reorganiseren. Zelfs vandaag zullen zij niet in staat zijn om de volledige last van een herstructurering te dragen.

    Maar niet alles is slecht nieuws: de PIIGS zijn intussen gereduceerd tot PIG. Italië en Spanje lijken uit de gevarenzone. Het probleem wordt dus acuter (in Portugal, Ierland en vooral Griekenland) maar tegelijkertijd ook beperkter in omvang.

    Bovendien draaien bedrijven wereldwijd op volle toeren. Het economisch herstel zorgde in veel gevallen voor recordwinsten. Vooral in de luxesector waren de resultaten bijzonder spectaculair. In de keuze van bedrijven lijkt ons vandaag de tijd stilaan rijp om een grotere klemtoon te leggen op waardeaandelen die het in de 2e fase van een economische cyclus beter doen dan groeiaandelen.

    Een stijging van de korte- en langetermijnrente zal pas mogelijk zijn na een definitieve oplossing voor de PIG. De voorzitter van de ECB, Trichet, gaf over de normalisering van de rente een eerste signaal. Er werd voor de eerste keer sinds de financiële crisis een (weliswaar kleine) rentestijging van 0,25 % doorgevoerd. Dat is volgens hem nodig om de stijgende inflatie (rond de 2,8 %) in het gareel te houden. Op zich is het een hoopgevend signaal dat Trichet verwacht dat de economie voldoende hersteld is om deze rentestijging te kunnen verteren. Gezien het vertragende tempo van het herstel, vooral dan in de zuiderse landen, is het echter twijfelachtig of we snel een tweede signaal zullen zien.

    De VS 
       
    ’s Werelds grootste economie worstelt vandaag vooral met zichzelf. De krachtige groei vertaalde zich de voorbije twee jaar niet in extra jobs. Dat maakte dat het crisisgevoel veel langer bleef duren. Ook de huizenmarkt bleef chronisch ziek en het overheidstekort liep op tot 100 % van het BBP.

    De maatregelen die democraten en republikeinen voorstellen zijn erg uiteenlopend. Maar beide erkennen ze de nood aan besparingen. Meer onenigheid bestaat er over extra belastingen en het al dan niet voortzetten van het accommoderend gedrag van de FED. QE 2, het opkopen van lange termijn overheidspapier en de uitgifte van cash was bedoeld als tijdelijke maatregel. De tegenvallende resultaten van mei (vooral de daling van het ISM-cijfer, wat het ondernemersvertrouwen weergeeft, was significant) geven de FED alvast munitie om verder de huidige lage rentes aan te houden. Ondanks het feit dat die cijfers hoogstwaarschijnlijk een uitzonderlijk gegeven waren. De voorbije maand waren de natuurrampen in de VS immers buitengewoon frequent. Het herstel van de schade zou zelfs een extra impuls kunnen betekenen voor de economie. Stilaan verschuift echter de aandacht naar de gebeurtenissen van 2012: de presidentiële verkiezingen. Die zullen waarschijnlijk al de rest sterk in de schaduw zetten.

    De groeilanden

    Wat gebeurt er ondertussen in China, Brazilië en India? Die economieën blijven aan een verbazingwekkend tempo verder groeien. Ook al komt dat de (armere) bevolking niet altijd ten goede. De hoge inflatie is enerzijds het gevolg van de bloeiende economie, nog versterkt door een artificieel lage munt, en anderzijds de stijgende grondstofprijzen. Het verhogen van de rente in China heeft dan ook vooral als doel een oververhitting van de economie te vermijden. Maar de lokale bevolking wordt dubbel gestraft: zowel met het verlies van koopkracht als met de hogere rente van de leningen.

    Conclusies voor de lokale belegger

    De wereld draait vandaag duidelijk op verschillende toeren. De prioriteiten lopen dan ook uiteen: aanzwengeling van de groei, beperking van de overheidstekorten en beteugeling van de inflatiedruk. Bepaalde dossiers zoals de schuldencrisis die de markten al geruime tijd gijzelen moeten opgelost worden. De tweede helft van 2011 belooft dan ook bijzonder spannend te worden, met een markt die waarschijnlijk nog enkele maanden zal leven tussen hoop en vrees.

    Wat betekent dat concreet voor de belegger? Proberen mee te zijn met een aantal bijzonder beloftevolle ontwikkelingen zonder zich bloot te stellen aan te grote risico’s. Voor ons hangen deze opportuniteiten ook nauw samen met economische langetermijnevoluties:

    • De opkomst van de groeilanden: China, Brazilië, India, Indonesië … zullen de komende jaren sterk aan belang winnen.
    • De stijgende vraag naar grondstoffen: door de toenemende wereldbevolking en de toenemende welvaart neemt de vraag naar grondstoffen toe. Niet alleen de vraag naar olie stijgt, maar ook de de vraag naar koper, aluminium, graan en water wordt steeds groter.
    • De vergrijzing: de langere levensduur zal de komende 20 jaar een belangrijke verschuiving teweegbrengen in onze economie.

    Het is belangrijk niet alleen opportuniteiten in het oog te houden maar ook de echte gevaren van de valse te onderscheiden. Zo erkent de lokale politiek de beperkte impact van België en het belang van de groeilanden en Duitsland op onze economie. Zij die eind jaren ‘90 nog leefden binnen de veilige grenzen van België moeten vandaag rekening houden met een globale en geïntegreerde wereld. Dat biedt enorme kansen, maar ook nieuwe risico’s. Spreiding en bepaalde vormen van kapitaalbescherming zijn dan ook onmisbare instrumenten in het huidige beleggingsklimaat.  

    Gezond Beleggen V2 NL


  • Enkele beleggingstechnische beschouwingen na de Japanse aardbeving (maart 2011)

    Stefan Duchateau

    De impact van de Japanse aardbeving kan moeilijk overschat worden. De invloed is onmiskenbaar, wezenlijk en substantieel op het vlak van de toekomstige evolutie van de wereldeconomie, de rentestand, de aandelenmarkt, de olie- en goudprijs , maar ook op het maatschappelijke debat over de toekomstige bronnen voor energievoorziening.

    Behoudens een opwaartse reactie, nadat door eerste schrikreactie de  aandelenprijzen te diep waren doorgezakt, kan men bezwaarlijk op korte termijn positieve gevolgen verwachten van een dergelijke gebeurtenis. Na enkele dagen zal dit echter leiden naar een meer gestabiliseerde situatie waar men op basis van fundamentele en nuchtere beschouwingen, de financiële posities zal herschikken.

    Hiervoor moet er vanzelfsprekend ook voldoende inzicht ontstaan over de ontwikkelingen van de meest bedreigende factor, met name de potentiële kernramp en dit niet alleen wat betreft zijn impact op de volksgezondheid maar zeker wat betreft de toekomstige energievoorziening in de regio. Het laatste aspect lijkt nog “mee te vallen”- al is dat een uitspraak die in al zijn relativiteit moet worden beschouwd : Op zich is en blijft het ramp, natuurlijk.

    Aandelenmarkten hebben de neiging om op korte termijn een schrikreactie van zich af te schudden tegen het perspectief van de verwachte ontwikkelingen op middellange termijn. Hoe cynisch dat het vandaag ook klinkt , zal de aardbeving wellicht ook het signaal zijn voor een heropstanding van de Japanse economie die al haast een generatie worstelt met zwakke economische groei, ondanks extreem lage rentevoeten , massale liquiditeitsinjecties van de monetaire overheid  en  uiteenlopende pogingen van diverse regeringen om het land terug in een hogere groeiversnelling te krijgen.

    De massale noodzaak die nu is ontstaan aan infrastructuurwerken en de intensiteit en determinatie waarmee dergelijke investeringen (want het een zaak van nationale eer) zullen worden uitgevoerd, bezorgen de Japanse economie precies die impuls waardoor het land zich uit zijn vastgeroeste kader van deflatie, trage groei en vergrijzing zal kunnen losrukken.
    Voor de korte termijn kan men echter niet anders dan de verwachte groei negatief bijsturen, voor de middellange termijn echter ( en dan kan reeds het vierde kwartaal zijn van 2011) is het niet ondenkbaar dat de Japanse economie voor een hele tijd een hoger groeipad zou inslaan dan werd aangenomen voor de recente gebeurtenissen. Maar om op dit moment een exacte voorspelling hiervan te maken is quasi onmogelijk vooral omwille van één ontzettend belangrijke onbekende, met name de verdere evolutie van de kernramp.Pas na een stabilisatie van deze ontwikkelingen , kan men zich wagen aan enige uitspraak over de potentiële bewegingen van aandelen- en rentemarkten.

    Toch zijn er al enkele patronen zichtbaar : Beursanalisten maken immers een duidelijk onderscheid tussen de (blijvend) negatief beïnvloede sectoren; zoals een aantal grote (her-) verzekeraars en sommige types van energiebedrijven die vooral betrokken zijn met kernenergie; en de groep van ondernemingen die een positieve invloed zullen ondervinden omdat ze bij de potentiële heropleving en investeringen betrokken zullen worden: Met name een aantal oliebedrijven, constructiebedrijven, infrastructuur gerelateerde investeringsfondsen, of bedrijven met de nodige specialisaties (zoals waterzuivering, logistieke diensten enz … ).

    Ook Europses bedrijven met internationale activiteiten en reeds goed uitgebouwde contacten in de regio komen hiervoor direct in aanmerking. Indirect ontstaat er ook een vernieuwde belangstelling, als één van de logische gevolgtrekkingen van deze milieucrisis,  voor bedrijven in de sector van alternatieve energie in diverse vormen
    Hoe dan ook tempert dit drama de globale economische groei in de komende weken, met toch dit éne directe positieve gevolg dat de onmiddellijke dreiging van een wereldwijde heropleving nu weer tijdelijk veraf lijkt te zijn waardoor de recente spanning op de rentevoeten wat lijkt te zijn afgenomen.

    Na een (verhoopte) stabilisatie van de situatie rond de getroffen kernreactoren, lijkt deze crisis een nieuwe oriëntatie te zullen geven aan de Japanse samenleving, hetgeen vanuit beleggingsperspectief, na een begrijpelijke, hevige schrikreactie op korte termijn,  op middellange termijn enkele opportuniteiten lijkt in te houden. 

    Gezond Beleggen V2 NL

  • De wereld in beweging, uw portefeuille ook? (maart 2011)
    Bart Depaemelaere

    Op dit ogenblik houden Japan en Libië de wereld in spanning. Deze twee op het eerste zicht ongerelateerde fenomenen hebben toch een aantal gemeenschappelijke effecten op uw beleggingen. Om te beginnen hebben de financiële markten een hekel aan onzekerheid. Bij ingrijpende gebeurtenissen hebben de markten de neiging deze in de koersen te verwerken aan ‘worst case’ prijzen. De meest zinvolle reflex lijkt dan ook het schuwen van deze risico’s. Maar ook dit heeft een prijs. De menselijke factor niet te nagesproken zijn er immers ook opportuniteiten, zowel in Japan als Libië

    Japan: slapende economie wordt wakker geschud

    Laat ons misschien eerst deze zoeken in Japan. Wat zijn de opportuniteiten na een aardbeving, een catastrofale tsunami en een mogelijke nucleaire ramp? Op zich is elk van de 3 al voldoende om een nationale economie zwaar uit zijn lood te slagen, laat staan op een economie die al 15 jaar in een semi-comateuze toestand verkeert. Japan kampt namelijk sinds 1995 met niet alleen deflatie, maar ook met een torenhoge staatschuld van 200%. Het lijkt ons het scenario voor een klassieke rampenfilm.

    Wij hebben op korte termijn dan ook geen specifieke voorkeur voor de Japanse economie an sich. Maar er zal een hele wederopbouw op gang zal moeten komen. En we weten dat dit invloed zal hebben op bouwbedrijven (infrastructuur) uit de regio en ook op de toevoer van grondstoffen.

    Deze noodzakelijke impuls zal sowieso ten dele gefinancierd worden vanuit het buitenland maar ook een mobilisatie betekenen van al het spaargeld dat al 15 jaar onbenut bleef in Japan en juist de oorzaak was van de deflatie. Dus de aardbeving zou zo Japan wel eens kunnen wakker schudden. Nu, dit is een effect op langere duur. Vandaag zien we overal in Japan een geweldige impuls van voluntarisme. Gezien de enorme uitdagingen lijkt een rechtstreeks herstel ons eerder iets voor op lange termijn.

    Libië: kansen naar democratische welvaart

    Wat is nu de link met Libië? Ook hier ontwikkelt zich een fenomeen dat erg bedreigend kan zijn voor de wereldeconomie. Een potentiële burgeroorlog in een olieproducerend land is immers iets wat bezwaarlijk positief kan worden genoemd. Toch zijn er ook hier opportuniteiten: het betreft een democratische revolutie vanuit de buik van een maatschappij die aansluiting wil met de rest van de wereld.

    De relatie tussen het (democratische) Westen en het Midden Oosten krijgt hierdoor een kans om te normaliseren. Een hogere consumptie door een herverdeling van de welvaart behoort tevens tot de mogelijkheden op (middel) lange termijn. Net zoals in Japan lijken de mogelijke positieve effecten vooral op langere termijn te spelen.

    Op korte termijn dreigt een hogere energieprijs de economische ontwikkeling af te remmen. Maar ook hier zijn er winnaars, zelfs op korte termijn. De olieproducenten zien hun winstmarges nu al stijgen en ook alternatieve energie krijgt alvast een extra duwtje in de rug.

    En uw beleggingen? Hoe kunt u profiteren van de opportuniteiten zonder volledig blootgesteld te worden aan de gevaren die er evenzeer zijn? Ons antwoord: door een gezonde risicospreiding aan te houden in uw portefeuille. Leg dus nooit uw eieren in één mand. Via Argenta is dit perfect mogelijk, zelfs binnen één overzichtelijk product en natuurlijk steeds met het nodige respect voor uw profiel en persoonlijke wensen. Deze heten profielfondsen en vormen de dynamische hoeksteen van uw portefeuille.

    Vandaag kunt u deze ook nog aanvullen met actuele opportunistische accenten, al dan niet voorzien van kapitaalbescherming. Zo kunt u inspelen op de stijgende vraag naar grondstoffen en dit op een defensieve manier door middel van Argenta Fund Plan Click Performer III (dit tot het einde van deze maand).
    Als meer dynamische belegger kunt u in het kader van de wederopbouw infrastructuur in uw portefeuille opnemen door het Rothschildfonds Infrasphere.
    Beleggen in energie is mogelijk door een extra allocatie in Argenta Fund Energie en nutsector of Petercam energy & resources.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Over onrustige beurzen, olie en voedselprijzen (februari 2011)
    Bart Depaemelaere

    De media zijn vandaag in de greep van de gebeurtenissen in het Midden Oosten, protesten in Tunesië, Jordanië, Egypte en Libië grijpen als een lopend vuur om zich heen. De gebeurtenissen doen denken aan de laatste grote politiek-sociale omwenteling: de val van de Berlijnse muur. De impact van politieke verschuivingen in een geladen gebied als het Midden-Oosten valt niet te onderschatten vooral niet door de aanwezigheid van het bloed van onze economie: olie.

    De wereld is vlak

    Thomas Friedman beschrijft in zijn boek ‘The World is Flat’ de globalisering. In zijn visie van een alsmaar meer integrerende economie en zelfs wereld is de impact van veranderingen niet beperkt tot één land of zelfs continent. Bovendien zullen wijzigingen op bijvoorbeeld economisch vlak in een werelddeel politieke of sociale gevolgen hebben op een ander continent.

    Het meest in het oog springende voorbeeld is de stijging van de olieprijs het voorbije jaar door de toenemende economische activiteit van de groeilanden, met op kop China. Tweederde van de wereldvoorraad aan olie bevindt zich in het Midden Oosten. Dit gebied is vanwege historische, culturele en religieuze redenen de laatste 50 jaar bijzonder onstabiel gebleken. Terecht proberen de VS al een tijd hun zware olieverslaving aan dit gebied te verminderen. Zo is het bijvoorbeeld een van de doelstellingen van de VS om tegen 2025 geen olie meer te moeten importeren. Een zware opgave volgens velen. Een manier om de import van olie te verminderen, is de promotie van biodiesel.

    Biodiesel en voeding

    Op zich lijkt biodiesel een bijzonder aantrekkelijk middel om de afhankelijkheid van geïmporteerde olie te reduceren. Biodiesel kan plaatselijk geproduceerd worden. Bovendien is de ecologische invloed neutraal aangezien de uitgestoten koolstof eerst door de planten uit de lucht werd gehaald. De stimulering ervan heeft echter ook enkele ongewenste neveneffecten. Zo wordt een kwart van de graangewassen in de VS dan ook gebruikt voor energiewinning. Hierdoor wordt de graanprijs meer en meer gekoppeld aan de energieprijzen (lees: olieprijzen). De opstoot vorig jaar in voedingprijzen (een 7 tot 8 %) had dan ook veel te maken met de stijgende olieprijs (10 %).

    Deze stijging treft de economisch zwaksten echter het sterkst. Daardoor komt het vaak tot onlusten (zie Tunesië, Egypte, Jordanië, …). Deze sociale onlusten leiden op hun beurt terug tot stijgende energieprijzen … Thomas Friedman heeft dus gelijk dat de wereld stilaan meer geïntegreerd geraakt en dat de impact van veranderingen bij een (locale) overheid niet beperkt blijft tot de eigen economie.

    Massamedia en revolutie

    Moeten we nu vrezen dat de huidige onlusten zullen leiden tot een tweede Iraanse revolutie? De welvaart in het Midden-Oosten is nog altijd erg ongelijk verdeeld, net zoals dat in Iran in de jaren ’70 het geval was. Door een radicaal vijandsbeeld en een sterke militaire controle wisten de regimes van Libië, Egypte, … stand te houden. Bijna 30 jaar na de Iraanse revolutie is er echter niet veel veranderd en zijn vaak dezelfde regimes nog altijd aan de macht. Wat wel veranderde was de massacommunicatie. Die stelde de langzaam gevormde middenklasse in staat om zich te organiseren en de vastgeroeste machthebbers uit te dagen. Het protest bleek onstuitbaar in Tunesië en Egypte. Ondanks radicale ingrepen (het afsluiten van internetverkeer) bleek dat, eenmaal voldoende steun uit alle bevolkingslagen aanwezig was, het protest niet meer tegen te houden viel.
    Het lijkt er dan ook sterk op dat de beweging vooral op gang kwam door de ‘jongere middenklasse’, door dat deel van de bevolking dat vaak goed opgeleid en geïnformeerd is. Daarom zijn de meeste protesten ook vrij geweldloze en democratisch getint. Omdat de revoluties democratisch en niet religieus geïnspireerd lijken, zou een hervorming in het Midden-Oosten dan ook sterk in het voordeel kunnen uitdraaien van Europa en de VS.

    VS en China

    De VS blijven echter bevreesd door het spookbeeld van de Iraanse revolutie 30 jaar geleden. Ook daar begon het protest op dezelfde manier. Nadien nam echter een meer radicale, religieus geïnspireerde fractie het commando echter over, op een vergelijkbare manier als de Jacobijnen dat tijdens de Franse Revolutie deden. Het resultaat was een Islamitische republiek en een geweldige stijging van … de olieprijs.

    Maar ook in de tweede grootste economie van de wereld (China) rommelt het. De groeivoeten van 10 % en meer kwamen niet ten goede aan alle lagen van de bevolking. De economische groei die nog versterkt werd door de monetaire inspanningen in 2008 (een stijging 30 % van de geldmassa op jaarbasis) zorgde voor een sterke positie zowel tijdens als na de bankencrisis maar zoog heel veel van de economische groei weg van de rest van de wereld. Dat werd nog eens versterkt door het bijdrukken van geld door de Amerikaanse centrale bank. Veel van dat geld vond zijn weg naar China door de kunstmatig lage wisselkoers van de yuan ten opzichte van de dollar.

    Met enige vertraging komt nu ook de economie van de VS stilaan meer onder stoom. In China veroorzaakt de geweldige geldgroei echter meer en meer inflatie, vooral door de stijgende energie- en voedselprijzen. We zien er dan ook een gelijkaardige evolutie als in het Midden Oosten: een bevolking die de ongelijke inkomensverdeling en het gebrek aan inspraak aanklaagt. De Chinese machthebbers reageren op de aanstokers van de zogenaamde ‘Jasmijnen revolutie’ op dezelfde manier als de autoritaire regimes van Tunesië, Jordanië en Libië. Ze proberen de impact te verminderen door bijvoorbeeld in zoekmachines berichten te filteren. De vraag is of dat de stroom van informatie stopt. De wereld is immers steeds vlakker.

    Conclusie

    We staan de komende maanden dan ook voor bijzonder spannende tijden. Deze politieke evoluties veroorzaken bovendien ook rimpelingen op economisch vlak. De gestegen olieprijs drukte ook op de beurzen omdat de kosten van bedrijven stegen. De beleggers in olie en in energie waren dan weer de winnaars. Ook de beurzen van de groeilanden die de voorbije twee jaar een stevige voorsprong namen op Europa en de VS, vielen gevoelig terug.

    De toegenomen onrust veroorzaakt vaak een verkoopgolf en een vlucht naar cash en goud. Nochtans zegt een gekend spreekwoord: “Verkoop bij klaroengeschal en koop als de kanonnen bulderen”. De economische groei in China, de VS en Duitsland die aan de basis van het hele verhaal lag, blijft vandaag immers nog intact. 

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Davos: de verwachtingen voor onze wereldeconomie. (februari 2011)
    Bart DepaemelaereArgenta wenst u een vruchtbaar beleggingsjaar.

    Jaarlijks wordt er uitgekeken naar de uitkomst van de internationale economische conferentie in Davos. De belangrijkste actoren en analisten overschouwen er de toestand van onze wereldeconomie en trachten de toekomst ervan in te schatten. Bij de meest recente conferentie is er tegen de verwachtingen in een optimistische toon ingezet. Zo bracht de gekende pessimist professor Nouriel Roubini alvast een genuanceerde analyse. Hij gaf immers toe dat onze wereldeconomie de laatste twee jaar sneller herstelde dan verwacht en dit dankzij de dynamiek van de groeilanden. Daartegenover staat dat de klassieke wereldgrootmachten (Europa en de Verenigde Staten) voor een aantal uitdagingen staan. Er worden hoge verwachtingen gekoppeld aan de inspanningen om de principes van de vrije wereldhandel te herzien. De manier waarop vandaag aan import en export wordt gedaan strookt niet meer met de regelgeving van de verschillende landen. De uitdaging bestaat erin een échte vrije wereldmarkt in te richten, omdat dit een stimulans is voor iedereen.

    De bedrijfsresultaten zijn alvast positief. De bedrijven hebben in 2009 en 2010 van de gelegenheid gebruikgemaakt om hun interne organisatie te optimaliseren, om al het mogelijke vet weg te snijden. In die periode was de strijd met werknemersorganisaties vaak al een uitgemaakte zaak. Onder het mom van ‘crisis’ werden veel winstgevende bedrijven nog veel gezonder. Dat is duidelijk te merken aan de sterk gestegen productiviteitscijfers: zo’n 10 % over twee jaar. Dat betekent dat de productiekosten gemiddeld genomen met 10 % daalden, waardoor de winst zelfs bij gelijkblijvende prijzen enorm steeg.

    Vandaag merken we echter dat het maximum bereikt is. De gestegen consumptie in alle delen van de wereld is dan ook een zegen. De toenemende vraag zal de komende periode niet meer opgevangen kunnen worden door verdere productiviteitsstijgingen.
    Ondernemingen die willen groeien, zullen aanwervingen moeten doen. De voorbije periode zorgde voor een uitdunning, net zoals de winter dat doet bij de dierenpopulatie. De overblijvers zijn zich nu, aangesterkt door de lente, stilaan aan het opwarmen voor de zomer.

    Ook positief is dat de structurele werkloosheid in Europa en de Verenigde Staten voorzichtig in de goede richting evolueert. In Duitsland zien we zelfs een spectaculaire verandering. De Duitse economie, die veel tijd nodig had om de aanhechting van Oost-Duitsland te verteren, ontwaakt stilaan uit haar winterslaap. De landen in de rechtstreekse nabijheid profiteren hiervan het meest. Ook België bijvoorbeeld, dat in het buitenland soms wordt afgeschilderd als een stuurloos schip zonder kapitein, vaart sneller dan haast alle anderen.

    De vraag is bovendien of de relatie tussen werkloosheid en economische groei niet overschat wordt. De intuïtieve link hiertussen wordt gemakkelijk gemaakt: iemand die werkloos is of dat dreigt te worden, zal minder consumeren. In dat opzicht zijn de verkoopcijfers van bepaalde producten hoogst opmerkelijk. Zo stegen luxe-uitgaven de laatste twee jaar aanzienlijk en behoren bedrijven die ze aanbieden tot de favoriete namen van alle analisten. Ook als we de totale loonmassa evalueren in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, zien we een stijging van zo’n 4 % het voorbije jaar. Dat betekent dat er meer lonen werden uitbetaald. In macro-economische termen is de som van de lonen en de grondstofprijzen (samen de kosten van de onderneming) met de bedrijfswinsten gelijk aan de economische activiteit of de bedrijvigheid van een land. Van de winsten zijn duidelijke stijgingen te merken. De lonen stijgen en de grondstofprijzen … stijgen.

    Waar gaat dan al die groei naartoe? Waar zijn alle dollars naartoe gegaan die de Amerikaanse en Europese overheden investeerden om uit de financiële crisis te geraken? Het antwoord: China.

    De positieve economische groei in Europa en de VS staat volledig in de schaduw van de Chinese reus. Met een dubbelcijferige groei spurt de Chinese exportkampioen vooruit. Toch is dit niet zonder gevaar. China merkt meer en meer dat het zich niet uit elke crisis kan redden door export. De Amerikanen (en Europa in mindere mate) zijn nog steeds gretige afnemers van Chinese goederen. Eigenlijk zouden de enorme exportoverschotten en de positieve betalingsbalans van China aanleiding moeten geven tot een stijging van de Yuan. China koppelde die echter aan de USD.

    Het antwoord van de VS is vandaag: gewoon geld bijdrukken. Op die manier stimuleert het op een kunstmatige manier de eigen economie. De groei die afgetapt wordt door China door de onnatuurlijk lage Yuan resulteert daar in een stijgende inflatie. Na jaren vruchteloos te hebben gehoopt op een sterke Yuan heeft de VS besloten de inflatie eenvoudig weg te exporteren. Hierdoor wordt China gedwongen om ofwel de Yuan te revalueren, ofwel de rente te doen stijgen. Deze maatregelen zorgen allebei voor een mindere exportpositie en dwingt China te focussen op de interne markt.

    Deze interne markt van China is de natte droom van veel economisten: een nauwelijks aangeboord potentieel van een miljard extra consumenten. Het is wel belangrijk dat deze prijsstijgingen in China bestreden worden, omdat ze vooral de lagere sociaal-economische klassen raken in hun dagelijkse uitgaven.
     
    De economisten waarschuwen echter terecht voor de groeiende inflatie. Als ze niet bestreden wordt, kan ze zorgen voor ernstige ontwrichting. Omdat de prijsstijgingen vooral voedingsproducten betreffen, worden vooral de lagere economische klassen getroffen door hun relatief grotere primaire uitgaven. Zij verwijzen ook naar bepaalde excessen in de vastgoedmarkt. Hele betonnen dorpen die vandaag leeg staan, inclusief het grootste winkelcentrum in de wereld: de South China Mall in Dongguan. Dat is ten dele de prijs van de snelle economische groei. Denk aan de bruggen en wegen die in de jaren ‘70 en ’80 in België gebouwd werden en nergens heen leidden.
    Velen verwijzen in dit kader naar Spaanse toestanden. Het verschil is echter dat de gebouwen in China nauwelijks met leningen werden gefinancierd.

    Ons advies in 2010 was erg duidelijk en blijft gehandhaafd in 2011: conform de analyses in Davos bevoordelen we sterke regio’s zoals centraal West-Europa, de groeilanden en ook de Verenigde Staten.

    Het enige dat vandaag ontbreekt, is vertrouwen. We merken dit zowel op politiek als op economisch vlak en op beleggingsvlak. Elk negatief signaal geeft aanleiding tot een scherpe daling van de markten. Voor de belegger schept dit zeker ook kansen. De risicopremie op aandelen steeg en de prijs van aandelen ten opzichte van hun winsten daalde sterk. Dit betekent dat de belegger een mooi perspectief krijgt voor het nemen van een stuk risico.

    Een buitenkans ligt volgens ons bijvoorbeeld in bepaalde Europese aandelen, die grote exporteurs zijn naar de groeilanden, maar wel lage Europese prijzen kennen. Ook grondstoffen, de groeilanden zelf en bedrijven die inspelen op grote sociaal-economische evoluties (zoals vergrijzing en informatisering) blijven vandaag erg interessant.

    Argenta blijft zijn filosofie trouw volgens de principes van Gezond Beleggen. We willen niet alleen op het potentieel duiden, maar ook oplossingen bieden voor mogelijke gevaren. Spreiding, kapitaalbescherming en correcte informatie dragen we hoog in het vaandel. Argenta werkt ook vanuit een grondige evaluatie van uw beleggingsprofiel. Uw beleggingen moeten immers niet alleen afgestemd zijn op het macro-economische kader, maar ook op uw persoonlijke behoeften en wensen.

    Alvast een vruchtbaar 2011 gewenst inzake beleggingen.

    Gezond Beleggen V2 NL

Columns 2010

  • Kansen voor morgen. (december 2010)
    Bart Depaemelaere

    We zijn nu 2 jaar na de kredietcrisis. De banken werden gered en ook de overheidscrisis lijkt bezworen. Toegegeven, er werden zware verliezen gemaakt en de vastgoedprijzen daalden wel, maar de financiële wereldbrand die werd aangekondigd, kwam er gelukkig niet. De samenleving is er wel fundamenteel op veranderd. Wat zijn vandaag de opportuniteiten in deze ”nieuwe realiteit”?

    Uit de cijfers van beurs en rente blijkt dat we de komende jaren een lagere groei mogen verwachten. Hoewel heel wat bedrijven positieve cijfers kunnen voorleggen en er een relatieve rust op de markt is, stijgen de koersen niet. Nochtans zijn veel bedrijven fundamenteel goedkoop genoteerd.

    Een zelfde dualiteit is er op beleggingsvlak. We denken daarbij aan de vergrijzing.

    De bevolking in het Westen (Europa en VS) vertoont een gelijkaardige structuur op leeftijdsvlak als die van de voorbije 20 jaar in Japan. We kunnen daaruit dan ook veel leren.
    De actieve bevolking groeit niet meer en neemt in relatief belang zelfs af ten opzichte van de niet-actieve bevolking. Dat maakt dat economische vooruitgang niet meer zal gebeuren op het vlak van volume, maar wel op het vlak van kwaliteit (productiviteit).

    Het besef dat alsmaar minder werkenden zullen moeten zorgen voor het inkomen van alsmaar meer mensen  begint stilaan ook in de politiek door te dringen. De eerste maatregelen waren het aanmoedigen van de individuele pensioenopbouw en de pensioenopbouw in bedrijven (2e en 3e pijler) ter aanvulling van het wettelijk pensioen (1e pijler). Enkele decennia en vele debatten later werd met het Zilverfonds een verdere stap gezet. Die maatregelen kwamen er in de veronderstelling dat we nog heel wat economische groei te goed hadden. Wat schulden opbouwen op basis van deze verwachte groei leek dan ook geen onoverkomelijk probleem.
    En toen kwam Lehmann ... De kredietcrisis toonde aan dat schuldfinanciering maar tot op een beperkt niveau verstandig is. Daarin lag dus duidelijk niet de oplossing.

    De realiteit negeren en verdere schuld opbouwen is dan ook niet de oplossing. Te veel gaan zetten op besparingen is ook gevaarlijk. Zo dreigen we in het vlees te snijden in onze ijver om vet te verwijderen. Zoals vaak ligt de oplossing dikwijls in het probleem zelf. We weten dat de generatie van babyboomers niet alleen met velen is, maar dat ze ook vaak een groot vermogen heeft opgebouwd. Een gouden generatie die alleen maar vrede kende in Europa. Bovendien een generatie die spaarzaamheid was bijgebracht. Zij profiteerde niet alleen van stijgende beurzen en hoge rentes maar zag ook haar schulden uitgehold worden door een stevige inflatie op het juiste moment. Zelden viel zoveel positiefs in een generatie. Zij beschikt dan ook over een groot besteedbaar vermogen en, in tegenstelling tot de vorige generatie, is zij ook bereid om deze welvaart aan te wenden voor haar eigen comfort. Levenskwaliteit wordt even belangrijk als levenskwantiteit. De behoeften van deze generatie zijn ook fundamenteel anders dan die van de vorige generaties. Steeds meer uitgaven gebeuren op het vlak van medische zorg, niet alleen aan medicijnen maar ook bijvoorbeeld aan hoorapparaten, brillen, enzovoort.
     
    Ook op het vlak van vrije tijd zien we een duidelijke stijging in het uitgavenpatroon. Hobby’s en reizen worden steeds belangrijker. Een derde grote verandering is huisvesting. De vraag naar verzorgingstehuizen en serviceflats neemt alsmaar toe.

    Als belegger doet u er dan ook goed aan om deze generatie niet te vergeten bij de samenstelling van uw portefeuille.
    Aandacht voor deze drie  bronnen van verandering in het uitgavenpatroon en daarmee ook de productie is dan ook op zijn plaats in haast alle vermogens. Zelfs bij een mindere economische groei kan dat voor een bovengemiddelde return zorgen.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • De euro, de dollar en gouden Sinterklaasmunten. (november 2010)
    Bart Depaemelaere

    Deze tijd van het jaar denken we bij munten vaak aan de chocolade munten in gouden verpakking. Beleggers hebben de laatste maanden nog niet veel plezier beleefd aan het goud, ondanks een stijging van de prijs in het begin van het jaar. Dit had alles te maken met de daling van de dollar ten opzichte van de euro. Het resultaat voor een Belgische belegger is dan ook uitgedrukt in euro’s en dit van goud is uitgedrukt in dollar. De laatste maand keert dit wederom. Wat was nu de oorzaak van de daling van de USD en de EUR? De Europese problemen zijn welbekend. De forse ingrepen van de Federale reserve onder de noemer van Q2, quantative easing, iets minder. In de media wordt zelfs gesproken van een ware renteoorlog.

    Waarom grijpt de FED zo fors in?

    Het economisch herstel wordt in de VS een stuk ondermijnd door de zwakke werkeloosheidscijfers. Bovendien weegt de malaise op de vastgoedmarkt op het economisch herstel. De resultaten van de bedrijven zijn dan wel positief, maar het sentiment is nog steeds negatief, mede door de veelal negatieve berichtgeving. Het verkiezingsresultaat voor het parlement was dan ook niet onverwacht te noemen.
    Om de economie te stimuleren verlaagde de FED dan ook de rente. Dit was echter niet voldoende. Daarom werden een eerste, en nu een tweede maal, liquiditeiten in het systeem gepompt. De tegenstanders van deze maatregelen verwijzen naar de woorden van Friedmann; “inflation is always a monetary phenomenon”, een teveel aan liquiditeiten zou de inflatie kunnen aanzwengelen. Op zich heeft Ben Bernanke hier geen wezenlijke problemen mee, in tegendeel. De VS neigen vandaag eerder naar deflatie, dan wel naar inflatie. Een opstoot hiervan zou zelfs de huizenmarkt ondersteunen en de gezinnen aanzetten tot consumeren.

    Geldtoename vertaalt zich alsnog niet in inflatie

    Ten minste niet in de VS. De reden hiervan is dat vandaag de grootste muntunie niet de Eurozone is, maar Dollarland. De twee landen die deze munt delen zijn de twee grootste economieën van de wereld: de VS en ... China. China mag dan wel de Yuan of Renminbi als nationale munt hebben, de koers ervan is wezenlijk gekoppeld aan de USD, alle argumenten van de VS ten spijt.
    China heeft zo een symbiotische link met zijn grootste afzetmarkt. Door de valuta’s te koppelen is het land in staat een heel deel economische groei af te leiden naar de exportbedrijven van de eigen economie. Vele jaren ging dit goed, de Chinese spaarder financierde zo het krediet dat diende voor de consumptie van de Amerikaanse consument.

    Eurozone en dollarzone = hetzelfde?

    De Europese Economische Unie koos er tien jaar geleden voor om te werken met één munt, om zo de onderlinge handel te bevorderen.
    De voorwaarde was echter dat nationale banken hun bevoegdheden overdroegen naar één centrale bank. Dit betekende dat devaluaties en rentebeleid niet langer mogelijk waren. Deze eurozone was dan ook enkel houdbaar indien economieën van de lidstaten op elkaar afgestemd waren. Met andere woorden, dat de ene economie niet fundamenteel sneller of langzamer groeide. Daarom werden de beruchte convergentiecriteria van Maastricht opgesteld. Vandaag zitten we echter op verschillende sporen. De zwakkere lidstaten zoals Griekenland, Portugal, Italië en Spanje kunnen het tempo van Duitsland niet volgen.
    De ECB houdt nauwlettend de inflatie in de gaten, bang van de nachtmerrie van de jaren 30’, namelijk hyperinflatie.
    Voor Trichet, de voorzitter van de ECB is het vandaag niet eenvoudig: laat hij de rente stijgen om de Duitse economie te beschermen of laat hij ze verder dalen om landen zoals Griekenland en Ierland te ondersteunen? Recent werd een complex mechanisme uitgedokterd om de zwakkere lidstaten in staat te stellen goedkoper te lenen, zonder de ECB-rente te laten zakken. Toch vragen velen zich af; Wat na de periode van 3 jaar, als de maatregelen uitdoven?
    Het zou dan ook bijzonder positief worden ervaren wanneer een structurele oplossing gevonden zou worden voor de ‘zwakkere broertjes’

    De problemen van de eurozone verbleken echter bij de verschillen tussen de VS en China, die het dollarblok uitmaken. De ene economie groeit tegen zo’n 2%, de andere tegen 10%. Daar waar de VS een stevige opstoot van groei en de daaraan mogelijk verbonden inflatie kunnen gebruiken, wil China de economie eerder afkoelen.

    De nabije toekomst?

    Alle retoriek ten spijt, ziet de VS enkel voordelen in een verdere verzwakking van de munt. De buitenlandse schuld van de VS zijn immers uitgedrukt in dollars. Zo vermindert deze schuld bij een stijgende inflatie. Bovendien zijn de meeste grondstoffen ook in dollars te betalen en is het gevaar voor de economie klein. Vandaag heeft de VS de kaart van de actie getrokken, na vele malen op een Chinees ‘Nee’ te zijn gebotst inzake aanpassing van de Yuan. China wil immers blijven groeien, niet alleen op de interne markt, maar ook qua export. De voorbije jaren was China niet alleen de kampioen in economische groei maar ook in geld drukken.
    Anderhalf jaar geleden bedroeg de groei van de geldmassa zo maar eventjes 50% op jaarbasis. Dit zorgde ervoor dat China in het midden van een economische crisis bleef groeien aan 8%. Dit jaar draaide China echter de geldkraan stilaan toe, de groei was immers opgelopen tot 12%, wat zich niet langer vertaalde in extra activiteit, maar in inflatie.  

    De VS proberen ten dele hun economie op gelijkaardige manier te stimuleren, maar door de koppeling tussen de Chinese en Amerikaanse economie en de pariteit van de dollar en de yuan vindt de overvloed van dollars zo stilaan zijn weg naar de Chinese economie. Daar spreken we over een inflatie van 10% op vlak van landbouwgewassen, een zware druk op een toch nog erg agrarisch hinterland. De Chinese overheid reageert hierop met rentestijgingen en hogere kapitaalsvereisten voor banken.
    Dit maakt het de Chinese bedrijven wat moeilijker, wat positief is daar oververhitting dreigde, maar doet niets aan de prijzen van levensmiddelen. China zelf is dan ook nog heel duidelijk een land van 2 snelheden; een snelgroeiende economische kuststreek en een ruraal hinterland. China probeert zowel de interne markt te stimuleren als de exportpositie te handhaven, dit lukt echter enkel met een ondergewaardeerde yuan. Deze positie komt na Q2 onder steeds zwaardere druk te staan. Een uiteenvallen van de ‘dollarzone’ lijkt dan ook even groot dan een uiteenvallen van de Eurozone.

    Fundamenteel blijven we echter geloven in de groei en het potentieel in landen zoals, China, Brazilië, India,... we moeten er echter over waken dat de risico’s voldoende vergoed worden.
    Beleggingen in deze beloftevolle regio’s worden voor de overgrote meerderheid van beleggers in de huidige omgeving dan ook best vergezeld van een risicocontrolemechanisme en/of een kapitaalbescherming.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • De geschiedenis als leidraad voor portefeuillebeheer? (september 2010)
    Bart Depaemelaere

    Bij twijfel over beslissingen kijken we vaak naar het verleden. Als we naar het verleden kijken menen we dat het relatief makkelijk is om te zeggen wat ‘verkeerd’ ging.

    De oplossing lijkt dan ook eenvoudig: het tegengestelde doen. Deze slinger-beweging resulteert vaak in extremen die ook op beleggingsvlak de ideale situatie voorbij schieten.

    De geschiedenis kan ons zeker lessen leren. Het is echter de kunst om de juiste conclusies te trekken uit de gebeurtenissen. Emoties hierin de bovenhand laten nemen resulteert meestal niet in optimale resultaten. Meer nog, door continu in de achteruitkijkspiegel te kijken zien we veel minder wat het verkeer voor ons doet. Hierdoor zien we vaak de gevaren én de opportuniteiten niet. Zo werd het defensieve karakter van de telecomsector genegeerd in de periode 2004-2009 door het schrikbeeld dat men had opgedaan in 1999-2000, maar werden banken juist als ‘goede huisvader-aandelen’ gezien. Het gebrek aan informatie en beslissingen op basis van gevoel leidde zo tot wat men een zeepbel noemt. Het uiteenspatten ervan veroorzaakte een crisis zonder weerga.

    Het gedrag van de belegger en consument is vandaag dan ook zeker deels te verklaren door deze gebeurtenissen. Sinds 2008 was er een een vlucht uit alles wat als risicovol werd ervaren. De aandeelhouders kregen de rekening gepresenteerd van hun ‘speculatieve’ gedrag. Obligatiehouders en spaarders bleven buiten schot, ook al belegden zij in hetzelfde bedrijf, en ontvingen zij eveneens hogere opbrengsten voor dit hogere risico. De belegger paste zichzelf dan ook aan deze nieuwe realiteit aan. Het gevolg? Een nog verder onder druk staan van rentes. Obligaties met C-rating of zelfs zonder rating werden opgenomen in portefeuilles. Dé vraag of dit risico correct vergoed wordt, werd niet gesteld. Ook de inlages op spaarrekeningen bereiken een hoogtepunt. Deze werden ook als risicovrij bestempeld door de garantie die verstrekt werd door de overheden. Toch heeft vandaag een deel van de markt twijfels bij de capaciteit van deze instellingen om tegemoet te komen aan deze verplichtingen. Met name vooral in Griekenland, Portugal en vooral Spanje is dit niet ongefundeerd. Spaanse banken hebben immers veel van de vastgoedverliezen geabsorbeerd en nog steeds op hun balans staan. De omvang van de banksector is tevens zeer groot in Spanje. Deze situatie vergelijken met historische gebeurtenissen is niet eenvoudig.

    We leven vandaag dan ook in een ‘nieuwe realteit’. Ook ons consumptief gedrag weerspiegelt dit. Voor alledaagse producten grijpen we naar witte producten. Voor onze dagelijkse inkopen gaan we naar de Colruyt. Waar we niet op besparen is onze I-pad, gsm,... In tegenstelling tot de daarvoor heersende logica is luxe niet het eerste wat geslachtofferd wordt, integendeel. Wel merken we een duidelijke polarisatie van de consumptie. Dezelfde polarisatie merken we op vlak van beleggingen. De maatstaf waaraan we rendement en risico meten is zeer afhankelijk van onze niewe perceptie. Zo worden aandelen als zeer risicovol ervaren (de risicopremie op aandelen is verbazingwekkend hoog) zo vraagt de belegger dan ook heel wat ‘bibbergeld’ om zijn geld toe te vertrouwen aan bedrijven. Diezelfde belegger heeft echter geen problemen om obligaties te kopen van hetzelfde bedrijf, ondanks de lage rentes.

    Europa en België zijn hier exemplarisch in te noemen. Veel heeft te maken met het ontbreken van opleiding inzake financiële producten. Het gedrag van de Belg is het resultaat van ervaring (het leren uit eigen fouten), meer dan onderwijs (het leren uit de fouten van anderen). Stilaan worden we hiervan bewust. De laatste jaren zien we dan ook een verhoogde belangstelling in deze onderwerpen. ‘Saaie’ vakken zoals risicobeheer zijn populairder dan ooit.

    Wilt u vandaag van de huidige opportuniteiten gebruik maken is ons advies duidelijk: baseer uw gedrag op objectieve criteria, de lange termijn is rationeel ondanks de emotie op korte termijn. Laat u dan ook niet meedrijven op golven van (overdreven) optimisme of pessimisme maar respecteer uw risicoprofiel. Uw beleggingen dienen aan te sluiten bij uw verwachtingen, zowel in termen van rendement als van veiligheid.

    Bovenal respecteer de grondslag van beleggen: een correcte spreiding, onder alle omstandigheden. Deze principes maken dan ook de kern uit van gezond beleggen, waar wij als Argenta voor staan.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Update PIIGS (september 2010)
    Bart DepaemelaereReeds in het begin van het jaar berichtten wij u over de economische toestand in Portugal, Italië, Ierland,  Griekenland en Spanje, ook bekend als PIIGS.  Deze landen lijken het langst last te hebben van de crisis van 2008. Het redden van de banken in deze landen zorgde vaak voor grotere problemen en bracht andere zaken aan het licht. Door de borgstelling van de staat ten opzichte van de banken werd aan speculanten het doelwit ontnomen om tegen te speculeren. Sommige staten werden echter zo zelf het doel van speculanten.

    De economische groei van het voorbije decennia was in sommige landen namelijk niet voldoende om te zorgen voor zowel een welvaartstijging van de bevolking als hogere staatsinkomsten. In Griekenland met name veroorzaakte dit grote tekorten op de overheidsbalans. In Spanje leidde dit tot een vastgoed-bubble. Deze ontwikkelingen gekoppeld aan de stress van de bankencrisis zorgde terecht voor vragen inzake de terugbetalingcapaciteit van deze landen.

    Het beeld is echter divers, niet alle landen moeten op een even streng dieet. De onrust op de financiële markt was volgens ons dan ook eerder een weerspiegeling van de twijfel van de beleggers of een voldoende divers beleid zou kunnen gevoerd worden. De PIIGS moeten wel degelijk besparen, vooral in de betrokken landen was het zeer moeilijk om de bevolking hiervan te overtuigen. In andere landen mag vooral niet te vroeg af gestapt worden van de steunmaatregelen, anders dreigt het herstel stil te vallen.

    De toestand is er vandaag dan ook één van balanceren op een slappe koord. Bemoedigende signalen zijn echter de bedrijfsresultaten in een context van zeer lage inflatie.

    Reeds in maart waren wij van oordeel dat de waarderingen van de PIIGS ondanks hun lage niveau niet de grootste opportuniteit waren in de markt, vooral niet op langere termijn.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • De Laffercurve als oplossing voor alle economische vraagstukken? (augustus 2010)
    Bart Depaemelaere

    Economie en menselijk gedrag.

    Economische gebeurtenissen zijn vaak moeilijk te verklaren. Dat komt omdat ze altijd de resultante zijn van een complex samenspel van individuele menselijke gedragingen die onafhankelijk van mekaar plaatsvinden op verschillende tijdstippen en in heel de wereld. Die gedragingen zijn echter moeilijk voorspelbaar. Daarom is het soms nuttiger om het economische proces te verklaren op basis van de positie die we erin innemen. Enkele voorbeelden van deze posities zijn de rollen van consument, belegger, werknemer, enzovoort. Zo heeft iedereen tegelijk verschillende rollen waarin we telkens anders reageren op andere omstandigheden.

    Een voorbeeld: een bedrijf ontslaat 10 % van zijn werknemers. Als werknemer reageren we uitermate negatief. Het bedrijf dat ons werkgelegenheid en een inkomen verschafte, doet dat niet meer. Als belegger echter reageren we positief: het bedrijf verlaagt immers zijn kosten en zal zo meer winst (of minder verlies) maken. Het gevolg is positief voor de individuele belegger. Complex wordt het uiteraard als deze belegger tegelijkertijd werknemer is.

    Economie vandaag

    We merken dat bedrijven vandaag meer activiteit ontplooien door het economisch herstel. Toch zien we dat zowel in de VS als in Europa de werkloosheid op een bijzonder hoog peil blijft. De grotere activiteit is dan ook het gevolg van een duidelijke productiviteitsstijging. Met andere woorden: de betere resultaten komen vooral de beleggers ten goede, de winst vloeit vandaag vooral naar hen en wordt niet omgezet in hogere werkgelegenheid.

    Waarom of hoe zouden we daarmee rekening moeten houden?

    Dat brengt ons bij de Laffercurve. Die duidt aan dat een overheidsbelasting van 0 % de staat niets opbrengt (0 % van veel blijft 0). Een belasting van 100 % geeft echter ook een nulopbrengst omdat niemand bereid is om alleen maar voor de staat te werken of te investeren.

    Laffercurve NL

    Er moet dus een faire verdeling gebeuren tussen alle economische actoren (verschaffers van kapitaal, verschaffers van arbeid en de overheid) om een maximale economische groei te bekomen. Zo moet er ook een faire verdeling van de bedrijfswinst zijn tussen belegger en werknemer. Op de Laffercurve dreigen we ons momenteel op een niet optimaal punt te bevinden.

    Vandaag slaat de balans vooral door in het voordeel van de belegger en dus ten koste van de werknemer. Dat is te verklaren. Een bedrijf heeft nood aan twee productiefactoren: kapitaal en arbeid. De prijs van elk wordt bepaald op de markt. 

    De prijs van arbeid wordt bepaald in de vorm van loon. Het spreekt voor zich dat als er veel mensen op zoek zijn naar werk (hoge werkloosheid) en er een beperkte vraag naar werknemers is, de prijs (relatief) laag ligt. De onderhandelingsmarge voor werknemers is dan ook beperkt.

    De prijs van kapitaal wordt bepaald door de beleggers en is momenteel erg hoog. De belegger wil dus zeer hoge rendementen verwachten alvorens hij bereid is om te investeren. We merken vandaag koers-winstverhoudingen en risicopremies op aandelen die te vergelijken zijn met die van het hoogtepunt van de crisis in 2008. De economische vooruitzichten zijn heel wat positiever. Ook de fundamentele basis van ons systeem is veel stabieler. Toch is de belegger vandaag vaak niet bereid om in de beurs in te stappen.

    De reden daarvan vinden we mogelijks opnieuw in de Laffercurve. Als het nemen van risico’s niet bestraft wordt (0 % belasting), zal iedereen dat doen. Getuige daarvan bepaalde praktijken in de financiële sector uit de voorbije jaren. Als risico nemen echter te zwaar belast wordt (100 %) zal niemand dat doen. Deze belasting is relatief te bekijken. Beleggingen op spaarrekeningen en termijnrekeningen werden vanwege het ingrijpen van de overheid door de belegger als risicoloos ervaren. De bescherming die de overheid bij een mogelijk falen van een instelling beloofde, maakte dat de belegger een (in verhouding) hoge vergoeding ontving om geld uit circulatie te halen. Dat zette na een tijd de financiële markten wel aan het denken over hoe de financiële toestand van bepaalde overheden was. Paradoxaal genoeg bleef de illusie van veiligheid van de spaarrekeningen intact. Beleggingen in ondernemingen werden wel ervaren als erg risicovol, ondanks de betere vooruitzichten.

    Het resultaat van dit alles? Een klimaat waarin erg veel aandacht werd besteed aan een aantal negatieve (kortetermijn)signalen. Een hoge spaarquote, een lagere consumptie en minder beleggingen. Hierdoor was er minder vraag naar de producten van de ondernemingen en beschikten deze ondernemingen over minder kapitaal.

    Mogelijke oplossingen

    Hoe kan de overheid hierop reageren? Weer komt de Laffercurve boven. Arbeid wordt te zwaar belast. Dat hoeft haast niet meer beargumenteerd te worden. Een verlaging van de belastingvoet zal zo zelfs hogere overheidsinkomsten teweeg brengen. Consumptie moet aangewakkerd worden maar ook kapitaal moet beschikbaar worden gesteld voor bedrijven. Een signaal hiertoe zou het beperken zijn van besparingsmaatregelen in de Noordelijke helft van Europa. Dat tegelijkertijd met een daling van de ECB-rente en gepaarde gaan met kwantitatieve maatregelen zou voor de nodige zuurstof kunnen zorgen om onze economie terug aan te blazen.

    Een denkpiste op lange termijn die ook geopperd wordt, is een verlaging van de belasting op consumptie en het invoeren van een belasting die eerder gebaseerd is op bezit dan op opbrengst. Dat zou de eigenaar dwingen op zoek te gaan naar een correct rendement om dat te compenseren. Zo kan een belasting ervoor zorgen dat de belegger uit zijn ligstoel moet opstaan en zijn vermogen moet activeren. Dat is echter meer dan alleen een economische kwestie maar moet het voorwerp zijn van een ruim maatschappelijk debat.

    Op korte termijn kunnen we dan ook enkel stellen dat het nemen van (aandelen)risico’s nog altijd bijzonder goed beloond wordt. Een extra allocatie in uw portefeuille, in een juiste verhouding, met een juiste spreiding en rekening houdend met een correcte mate van bescherming zou wel eens bijzonder interessant kunnen zijn. Stilaan begint de markt echter oog te hebben voor de nood aan bedrijfskapitaal en voor de prijs die hiervoor betaald wordt

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Water en beleggen, water en vuur? (augustus 2010)
    Bart DepaemelaereWelke thema’s zijn voor u als belegger interessant? Bij Argenta houden we de vinger aan de pols en volgen we de nieuwste ontwikkelingen van nabij op. Een daarvan is de aandacht voor de beschikbaarheid van zuiver water.

    We staan ’s morgens op en draaien de kraan open. Gevolg: er stroomt water uit. We poetsen onze tanden, nemen een douche, drinken een kop thee en voor we naar het werk vertrekken stoppen we gauw nog wat kleren in de wasmachine. We vinden dat normaal en staan er niet verder bij stil. Zo verbruiken we wel elke dag tientallen liters drinkbaar water.

    We zijn echter niet alleen. Steeds meer mensen gebruiken steeds meer water. De vraag naar water neemt toe. Dat betekent dat de beschikbare hoeveelheid drinkwater zal moeten stijgen. Is dat mogelijk? Hoe kan onze economie op die vraag een antwoord geven? Hoe kunt u als belegger hierop inspelen?

    Door een groeiende wereldbevolking neemt de vraag naar water toe.

    Wist u dat de wereldbevolking verdubbeld is sinds de jaren ‘50 van de vorige eeuw? De Verenigde Naties verwachten dat we tegen 2020 met 7,8 miljard zullen zijn. Rond 2050 zelfs met 9 miljard mensen!

    In de praktijk ervaren we bij ons vandaag geen gebrek aan water. Nochtans wordt water meer en meer “het blauwe goud” genoemd en dat is zeker niet zonder reden.

    Enkele cijfers.

    • Het totale volume van onze aardbol bedraagt 1,4 miljard km³. Slechts 35 miljoen km³ daarvan zijn bronnen van zoet (drinkbaar) water. Dat betekent dat slechts 2,5 % van het totale volume bestaat uit zoet water.
    • De beperkte hoeveelheid drinkbaar water is bovendien zelfs niet helemaal beschikbaar. Bijna 70 % daarvan heeft de vorm van ijs of permanente sneeuw in berggebieden, in Antarctica of in de Arctische regio’s.
    • De activiteiten van de mens zetten bijkomend een zware druk op onze planeet. De geschiedenis leert ons dat er een sterk verband is tussen de economische ontwikkeling en het gebruik van waterbronnen.

    Meer mensen betekent meer waterverbruik. Vanuit demografisch oogpunt zullen we dan ook meer van deze voorraden moeten gaan gebruiken. Net zoals alle andere grondstoffen vereist water inspanningen om het beschikbaar te maken. Denk bijvoorbeeld aan zuiverings- of ontziltingprocessen. Anderzijds is water verschillend van andere grondstoffen zoals olie omdat er geen alternatieven voor bestaan.

    Door een stijgende welvaart stijgt het waterverbruik.

    In de Westerse landen, met de Verenigde Staten voorop, is er een enorme spilzucht. In Noord-Amerika woont zowat 8 % van de wereldbevolking. Die 8 % is goed voor 20 % van de wereldconsumptie aan water. We verbruiken in het Westen steeds meer water. De toegenomen aandacht voor hygiëne is een reden. Ook de opkomst van vaatwasmachines en wasmachines zorgt voor een enorme toename van het waterverbruik. Maar er zijn ook nog tal van andere voorbeelden. 

    Wist u trouwens dat u door het toilet te spoelen meer water verbruikt dan de doorsnee Afrikaan verbruikt om dagelijks te koken, te poetsen, zich te wassen en te drinken? De Verenigde Naties schatten dat elke mens zowat 20 tot 50 liter water per dag nodig heeft om in zijn dagelijkse basisbehoeften, zoals drinken, koken en poetsen te voorzien. In de praktijk ligt ons waterverbruik echter aanzienlijk hoger omdat we er niet op een duurzame manier mee omspringen.

    De laatste 10 jaar merken we een duidelijke stijging van welvaart in gebieden buiten Europa en de Verenigde Staten. We denken vooral aan China. Maar ook in Latijns-Amerika onstaat meer en meer een middenklasse. Dat fenomeen is te vergelijken met wat zich in Europa na de Tweede Wereldoorlog voltrok. Net zoals in het Westen veranderen daardoor de behoeftes en het consumptiepatroon. En dus ook het verbruik van water. Niet alleen in de particuliere consumptie, maar ook in de landbouw en industrie neemt de vraag naar water toe. Het dreigt het pijnpunt te worden van de zich ontwikkelende economieën.

    Wat zijn de mogelijke antwoorden?

    In het Westen wordt men zich stilaan bewust van de waarde van water. De overheden stimuleren zo bijvoorbeeld het gebruik van regenwater en proberen het publiek op de hoogte te brengen van de ecologische impact van waterverbruik. Wereldwijd is dat in het licht van het toenemend gebruik een druppel op een hete plaat. Het staat buiten kijf dat we bewuster met water moeten leren omgaan.
    Langs de andere kant zijn de demografische en economische evoluties van die aard dat het waterverbruik ondanks deze inspanningen alleen maar zal toenemen. Dat komt onder andere door de extra activiteit vanwege bedrijven die door de toenemende vraag in deze economieën worden aangetrokken.

    Door de extra vraag naar water ontstaat anderzijds een economische activiteit die daarop geënt is. Het gaat om de activiteit van bedrijven die bezig zijn met waterzuivering en waterdistributie. Zij zorgen in het Westen voor de vervanging en het onderhoud van bestaande systemen. In ontwikkelende economieën, zoals China en Brazilië, vinden zij voor hun activiteiten een grote groeimarkt. Groeien betekent winst maken. En daar liggen uiteraard de kansen voor u als belegger.

    Als belegger kunt u op lange termijn meerwaarde creëren door te beleggen in bedrijven die:

    1. instaan voor de distributie van water 
    2. uitrusting (zoals pijpleidingen) produceren
      In onze Westerse wereld zijn deze leidingen dringend aan vervanging toe. In Amerika bijvoorbeeld is een vierde van de leidingen meer dan 100 jaar oud. Er gaan de komende decennia dus heel wat investeringen moeten gebeuren. Tegelijk moet deze infrastructuur in de groeilanden nog volledig opgebouwd worden. 
    3. de waterkwaliteit en de duurzaamheid bevorderen
      (zuivering, zelfreinigende filters, irrigatie ...) 
    4. verantwoordelijk zijn voor watercontrole
      (Bijvoorbeeld metingen, het verzamelen en verwerken van data om zo een goed beeld te krijgen op het verbruik)

    Net zoals de opkomst van nieuwe economieën, de vergrijzing en de mondialisering stelt water ons de komende jaren voor een aantal uitdagingen. Voor u als belegger schept het opportuniteiten die daarmee zeker kunnen samengaan.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Fragmigratie (juni 2010)
    Bart DepaemelaereDe zon gaat op in het Oosten ... Maar het is niet meer Japan dat het land van de rijzende zon is. Althans niet op economisch vlak. Vandaag kijken de wereldmarkten reikhalzend uit naar China. Voor de beurzen lijkt de langverwachte herwaardering van de Chinese munt, de yuan, te werken als de eerste zonnestraal van een nieuwe dag. Waarom heeft dat ook impact op u?

    Veel van de huidige onrust op de economische markten wordt toegeschreven aan een ontsporende schuldgraad van de overheden. Niet alle landen zitten echter in de problemen, integendeel. We merken vandaag een groot verschil tussen het Westen (VS, Eurozone) en de groeilanden zowel uit Azië als uit Latijns-Amerika. Daar waar de ontwikkelde economieën de schulden opstapelen en bij de groeilanden lijken achter te blijven op het vlak van economische groei zijn de twee nauwer met elkaar verbonden dan op het eerste ogenblik zou lijken.

    Kapitalisme
    In de economie onderscheiden we twee productiefactoren: arbeid en kapitaal. Sinds de industriële revolutie zien we dat kapitaal een steeds belangrijkere rol inneemt in het economische proces. De 20e eeuw kan dan ook terecht de eeuw van het kapitalisme genoemd worden. Ondanks de test die het vandaag onderging, is dit het enige model dat overeind bleef. Zelfs de landen die de voorvechters waren van andere systemen (China, Rusland, ...) hebben zich vandaag bekeerd.
    Toch betekent kapitalisme niet overal hetzelfde. In Rusland zijn geld en macht absoluut. Er staan geen beperkingen op het gebruik ervan. Het resultaat is een samenleving met grote tegenstellingen. De evolutie van communisme naar kapitalisme zorgde daar voor een kleine sociale toplaag. Voor de grote massa was er echter weinig vooruitgang te bespeuren. In China spreken we van ‘staatsgeleid kapitalisme’ waarbij de ‘onzichtbare hand’ van het kapitalisme wordt bijgestuurd door Peking, vooral op het vlak van export. De Chinese economie wordt ervan beschuldigd enkel gericht te zijn op zoveel mogelijk export om grote reserves valuta’s en edelmetaal aan te leggen. Deze manier van denken dateert uit de 17e eeuw. Toen stelde men de rijkdom van een land gelijk aan de rijkdom van de overheid. Die werd gemeten aan de grootte van de reserves van die overheid. Het resultaat is echter dat de rijkdom beperkt blijft tot de overheid en niet voldoende doorsijpelt naar de bevolking. Het resultaat lijkt dus te zijn dat China rijk is maar dat de Chinees dat niet noodzakelijk ook is.

    In het Westen stelt men, als gevolg van ons democratisch bestel, de rijkdom van een land gelijk aan de rijkdom van zijn inwoners. Het algemeen gebruik van het brutonationaalproduct/inwoner om rijkdom te meten is hiervan een duidelijk teken. Het resultaat echter is dat we in Europa en de VS een individualisering krijgen van de rijkdom, en (vooral in Europa) een collectivisering van schulden. In veel Europese landen zitten de schulden van de overheid bij de eigen inwoners. Zo is de grootste schuldeiser van de Belgische staat ... de Belg.

    Onevenwichten
    Het belangrijkste gevolg van dit alles is dat er grote onevenwichten ontstaan. Zo is China stilaan de ‘fabriek’ van de wereld waar alles gemaakt wordt. Het Westen roept China op om meer aan de eigen bevolking te denken, met andere woorden om niet alleen meer te produceren, maar ook om meer te consumeren. Vandaag is de relatie tussen China en het Westen er één zoals tussen een drugsverslaafde en zijn dealer. Europa en de VS vragen steeds weer om een nieuwe dosis. China kan echter ook niet meer stoppen want het is afhankelijk van de inkomstenstroom uit het Westen om de groei in gang te houden. De enige oplossing is het organiseren van interne vraag in China zodat de afhankelijkheid van het Westen minder groot wordt.

    Recentelijk stelde de financiële markt echter vragen bij de kredietwaardigheid van de verslaafde. Vreemd genoeg is het vooral in het Westen dat de twijfels het grootst zijn. De Europeanen stellen zich vragen bij de terugbetalingscapaciteit van hun overheden.

    Oplossingen?
    Bij een gelijkblijvende economische activiteit is de pijnlijke consequentie dat de overheden minder zullen kunnen doen voor hun inwoners en dat zij zullen moeten besparen en nieuwe belastingen zullen moeten heffen. Duitsland probeert dat echter te doen door vooral de export aan te zwengelen. Zo wil het mee profiteren van de verslaving van de VS. Ook de buurlanden moeten er daardoor echter aan geloven. Zo wordt de verslaafde mee dealer. Dat is echter geen langetermijnoplossing. Op deze manier wordt alles afgestemd op die ene verslaafde economie, die toevallig ook de grootste is van de wereld. Dit systeem zorgt niet voor gezonde oplossingen. Door de onevenwichten te vergroten, vergroot men tevens de kans op toekomstige schokken.

    Is dit zwarte spook dan helemaal onvermijdbaar? Een andere oplossing in Europa zou er uit kunnen bestaan zelf het advies op te volgen dat we geven aan China. Namelijk de binnenlandse vraag stimuleren. Vandaag hebben we een spaarquote van 20 %, geld dat niet gebruikt wordt om te consumeren of te investeren en dat dus economisch niet actief is. Zo onttrekken we een vijfde van al het geld uit de economie. Kapitaal is ook bijzonder weinig belast in Europa. De belasting gebeurt vooral op arbeid. Hierin zou ook een deel van de verklaring kunnen zitten waarom het economisch herstel zich (vooral in Europa) niet vertaalt in jobcreatie. De sleutel hiertoe ligt echter volledig bij de Europese consument die niet consumeert, noch investeert ...

    U ziet ongetwijfeld de uiterst complexe situatie waarin de economie zich vandaag bevindt. Twintig jaar geleden waren de krijtlijnen duidelijk: kapitalisme tegenover communisme. Vandaag is de wereld heel wat ingewikkelder. Wil Europa uit de impasse geraken, dan zullen sommige lidstaten voor een stuk de overheidsfinanciën moeten herorganiseren maar ook de vergrijzingsproblematiek moeten aanpakken.

    Zo zullen we langer economische waarde moeten genereren. Dat kan betekenen dat we langer moeten werken. Al te vaak wordt bij deze analyses echter enkel stil gestaan bij de productiefactor arbeid. Er wordt echter voorbij gegaan aan de enorme rijkdom die bij de gezinnen zit. Dat betekent dat we ons kapitaal meer voor ons zullen moeten laten werken. Gezond beleggen is hierop een antwoord.   

    Gezond Beleggen V2 NL

  • U vertrekt op vakantie, uw geld ook? (mei 2010)
    Bart Depaemelaere

    De vakantie staat voor de deur. Voor velen een periode van rust in een anders gejaagd leven. De mogelijkheid om op adem te komen. Komen uw beleggingen tijdens deze periode ook tot rust?

    Vandaag staan de markten nog steeds erg zenuwachtig. De koersen hebben dan ook veel weg van een achtbaan. Sinds twee jaar volgden de stijgingen en dalingen elkaar op in sneltreinvaart. Er werd veel geld gewonnen en verloren. De twee factoren die elkaar steeds weer te snel af proberen te zijn: vrees en hebzucht.
    Even samenvatten: eerst was er een periode van rust en gestadige economische groei en toenemende welvaart, de periode 2003-2007. In 2007 bleek echter dat die welvaart, die voor iedereen toegankelijk leek, voor een stuk gebaseerd was op schulden. Schulden kunnen zeker hun nut hebben. (Later meer hierover.) Deze schulden zaten echter in overdreven mate in een bepaalde categorie (subprime). Zo werden zij de aanleiding tot een kleine vastgoedcrisis. De prijzen daalden met 10 tot 15 %.
    Wat was het probleem? Een hele generatie bankiers baseerde juist op deze schulden zijn winst en had met geleend geld hierop gespeculeerd. Banken zijn echter de hoeksteen van ons economisch systeem. Een failliet van (te veel van) deze spelers zou dan ook het einde van het kapitalistisch systeem hebben ingeluid. Daarom kwamen de enige instanties tussen die dat konden: de overheden. Dat leidde in eerste instantie tot een duidelijk herstel. Vandaag echter vragen de financiële markten zich terecht af hoe de overheden dat zullen terugbetalen.

    In het bijzonder in Griekenland komt dat prominent naar voor. De Griekse overheid torst een schuld van meer dan 100 % van het BNP. Maar nog meer verontrustend is de evolutie. Vandaag geeft de Griekse overheid per jaar 9 % te veel uit. Bovendien bestaat 40 % van het BNP in Griekenland uit overheidsuitgaven. Griekenland kreeg van de eurozone dan ook een ‘levenslijn’: tijdelijk krediet. Het is echter duidelijk dat de Grieken een zware inspanning voor de boeg hebben om de huishouding fundamenteel in orde te brengen. Een houding zoals deze van Guy Mathot (voormalig Waals politicus) - “de staatsschuld is er vanzelf gekomen, ze zal dus ook vanzelf verdwijnen” - zal dus niet volstaan. De Grieken en ook in mindere mate Portugal, Spanje en Italië zullen de komende jaren minder kunnen uitgeven (besparen) en meer inkomsten moeten zoeken (belastingen).

    De houding van Duitsland is in dit verhaal echter erg radicaal. De nieuwe begrotingsnormen voor de Bundesländer zijn bijzonder strikt: geen tekorten. Op nationaal niveau wordt slechts een maximaal tekort van 3 % toegelaten. Deze draconische maatregelen zijn ingegeven uit een historische vrees voor hyperinflatie (zoals tussen de 2 wereldoorlogen). We riskeren echter het kind weg te gooien met het badwater. Schuld kan ook positief zijn. Hypothecaire leningen zorgen er zo bijvoorbeeld voor dat gezinnen toekomstige ontvangsten vandaag al kunnen gebruiken om een woning aan te kopen, in plaats van eerst 15 jaar te moeten huren. Overheidsschulden volledig elimineren zou echter ook andere problemen kunnen veroorzaken. Hoe kan ik namelijk risicovrij beleggen zonder Duitse overheidsobligaties? Hoe ga ik risico meten zonder dit instrument? Bovendien is de overheid de grootste werkgever en vaak ook een van de grootste verbruikers in een land. Die zonder meer aan banden leggen, is dan ook een bijzonder radicale oplossing.     

    Het onmogelijk maken voor de overheid om in te grijpen op economische omstandigheden, is een stuk voorbijgaan aan de lessen van John M. Keynes die stelde dat het juist de taak is van de overheid om de diepste dalen en ergste pieken te af te vlakken en zo het effect van de schommelingen van de economische conjunctuur op de inwoners van het land te beperken. De uitgaven aan herstelplannen zullen zich pas de komende jaren laten gevoelen. De vrees voor minder economische groei door de schulden zou dan ook gerust juist (deels) kunnen opgelost worden door de gedane investeringen. De geschiedenis leert ons dat het effect van extra infrastructuur, aanwervingen, enzovoort maar na enkele jaren vol begint te werken (multiplicatoreffect). In het verleden werden echter enkel in periodes van laagconjunctuur extra uitgaven gedaan. Besparen was wegens een heel aantal redenen veel moeilijker. Vandaag moeten we dan ook opnieuw stilstaan bij de rol die we aan de overheid op economisch vlak willen toebedelen.

    Moeten we ons zorgen maken over ons eigen Belgenlandje? België heeft een staatsschuld van meer dan 100 %. Ook onze begroting is niet in evenwicht en zal dat waarschijnlijk de komende 5 jaar ook niet zijn. Is België het Griekenland aan de Noordzee zoals Thomas Leysen, VBO-voorzitter, zegt? Dan is er een grote vraag: wie is de overheid? Het antwoord is: u en ik. Onze bezittingen staan garant voor de verplichtingen aangegaan door onze overheid.
    Wat is dan de verhouding tussen deze twee? Wel in dit opzicht is het verschil frappant: onze (zware) schuld maakt zelfs geen derde uit van onze bezittingen. De terugbetaling hiervan op termijn wordt dan ook niet in vraag gesteld. Bovendien heeft de Belg nog altijd een spaarquote van 20 %. Ons bezit groeit nog steeds sterk terwijl de Belgische staat een positief primair saldo (het verschil tussen uitgaven en inkomsten vóór interestbetalingen) kan voorleggen, wat op zich betekent dat onze schuld afneemt. Dat maakt dat België vandaag ondanks zijn schuldenberg als voorbeeld wordt gehouden op internationaal financieel vlak. Eenvoudig gezegd: Griekenland zou zich meer moeten gedragen zoals België. U kunt er dus gerust trots op zijn Belg te zijn.

    Griekenland en Duitsland zijn samen echter maar een radertje in het economisch landschap, al zijn ze symptomatisch voor het analyseren van de overheidsrol. Laat ons echter de andere overheden niet vergeten. China, waarvan de overheid een oververhitting van de economie probeert te voorkomen, stabiliseert zich vandaag op een bijzonder hoog groeipad. De bedrijven hebben van de voorbije periode gebruik gemaakt om vet weg te snijden en zijn vandaag vaak in zeer goede gezondheid en klaar om te profiteren van het economisch herstel, ook al is dat langzamer. Ook de rente is vandaag bijzonder laag, wat het de bedrijven makkelijker maakt om te ontlenen en wat mensen aanzet tot consumeren. Vandaag staan dan ook bijzonder veel economische indicatoren op groen. Nu enkel nog wachten op Griekse temperaturen!  

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Thema's voor de toekomst (mei 2010)

    Danny ReweghsWie meer dan gemiddelde rendementen wil, zal vanaf nu duidelijke keuzes moeten maken.

    Het afgelopen jaar zijn zowat alle aandelen, alle sectoren, alle thema’s gestegen. Het enige voordeel van een algemene en uiterst zware val voordien. Maar na het algemeen herstelbeweging zullen we de komende tijd toch radicale keuzes moeten maken om nog mooie rendementen op de beursvloer te realiseren. We zetten een resem thema’s van de toekomst op een rij:

    Opkomende middenklasse in groeilanden: sinds 1990 is de wereldbevolking met 27% geklommen. Indrukwekkender is de toename van het wereldinkomen met 68%. Vooral door het opkomen van een middenklasse in emerging markets. In China bedraagt het inkomen van de hoogste tien procent van de verdieners al 40 keer dat van 1985. Maar vooral is er de jaarlijkse aangroei met enkele miljoenen Aziaten die naar de middenklasse opklimmen.

    Grondstoffen: in een vorige bijdrage hebben we aangereikt dat de opkomst van de groeilanden gepaard gaat met het massale gebruik van grondstoffen. China is daarbij een heel dominante speler. De wereldvraag naar aluminium, zink, koper, nikkel, … wordt voor 40 tot 50% bepaald door het Middenrijk. Al die grondstoffen worden gebruikt voor de gigantische investeringen in infrastructuur (wegen, bruggen, ..), gebouwen (compleet nieuwe steden) en fabrieken.

    Landbouw: het opkomen van een middenklasse in de emerging markets leidt tot de toename van de vleesconsumptie met 60% sinds 1990. Bovendien groeit de wereldbevolking jaarlijks met 75 miljoen mensen. Extra monden die moeten worden gevoed. Tegen 2050 zullen er zowat 9 miljard monden te voeden zijn. De beschikbare oppervlakte voor landbouw is daartegen slechts met 12% toegenomen de voorbije twee decennia. De opbrengst per hectare is het voorbije decennium met 1,3% toegenomen, maar moet de komende tien jaar jaarlijks met 2,5% omhoog. Dat kan enkel door meer en betere zaden, meststoffen, landbouwwerktuigen en gewasbeschermingsmiddelen, …

    (Alternatieve) energie: enkel in 2009 is er sprake van een lagere vraag naar olie door de Grote Recessie. Maar van dit jaar zal de stijgende trend in de vraag naar olie hernemen. De schattingen zijn een jaarlijkse toename van 1,2 à 1,4 miljoen vaten per dag. Aan de andere kant is het probleem dat de belangrijkste en grootste olievelden reeds in de jaren zestig en zeventig werden ontdekt zodat er nu sprake is van een jaarlijkse daling van de productie met 5%. Er zijn dan ook gigantische investeringen nodig om nieuwe olie- en gasreserves te vinden. Door de crisis zijn de investeringen in exploratie vorig jaar met 22% teruggevallen, wat het heraanvullen van de reserves weer bemoeilijkt. Anderzijds zal olie en gas niet alleen het energievraagstuk kunnen oplossen. Er is ook heel wat innovatie nodig op het vlak van zonne-energie, windenergie, kernenergie, biomassa, biobrandstof, … De alternatieve energie heeft ook nog flink wat groeipotentieel.

    Vergrijzing: op een wereldbevolking van ruim 6,5 miljard mensen zijn er vandaag ‘amper’ 700 miljoen mensen ouder dan 60 jaar. Maar tegen 2050 zal dat toegenomen zijn tot meer dan 2 miljard. Zestigplussers geven vier keer zoveel uit aan geneesmiddelen dan jongere medemensen. Bovendien genieten ze van hun pensioen en hebben ze veel meer vrije tijd. De explosieve groei van cruises is bijvoorbeeld aan de vergrijzende bevolking toe te schrijven. Ook is er de problematiek van de huisvesting (rusthuizen). Een groeimarkt en het enige segment in de vastgoedsector dat helemaal niet in crisis verkeert.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • De investeringsklok: weet u hoe laat het is? (mei 2010)

    Bart DepaemelaereBeste belegger, weet u hoe laat het is?

    Bepaalde fasen in de economische cultuur resulteren in andere beleggingskeuzes. Is uw portefeuille afgestemd op de huidige macro economische toestand?

    Het concept van de investment clock dateert van 1937, het is dan ook waarschijnlijk een van de best bekende indicatoren voor de toestand van de economie, de waarschijnlijke richting van rente, onroerend goed en aandelenmarkten. De investeringsklok geeft de cyclische bewegingen van deze markten weer binnen de langetermijncycli (ongeveer tien jaar) en kan zo een nuttig inzicht opleveren over het investeringsklimaat.

    Wat geeft de investeringsklok weer? Dat er een verband bestaat tussen de economische toestand en bepaalde activaklasssen. In bepaalde perioden (die steeds weer terugkeren) verwachten we een relatieve outperformance van bepaalde klassen zoals cash, aandelen, grondstoffen en vastgoed. Het is echter geen exact timinginstrument, eerder een instrument dat aangeeft in welke volgorde de outperformance te verwachten valt. Het heeft dan ook eerder trends weer, wat op zich erg waardevol kan zijn. Zo weten we door op de klok te kijken wanneer het tijd is om onze klemtoon te verleggen van het ene medium naar het andere, zonder daarbij onze spreiding uit het oog te verliezen.

    Een voorbeeld: meestal wordt de aandelencyclus gevolgd door een stijging in de onroerende cyclus, die dan weer gevolgd wordt een vastrentende cyclus, etc.

    We kunnen 4 verschillende fasen ontwaren in een economische cyclus:

    Column De investeringsklok (05-2010) - afbeelding 1

    Als we dit weergeven op een klokvorm, krijgen we de volgende voorstelling:

    Column De investeringsklok (05-2010) - afbeelding 2

    Binnen elke cyclus kunnen we ook verschillende sectoren ontwaren die het beter zouden moeten doen dan andere. In een neergaande cyclus zullen bijvoorbeeld de waardeaandelen (relatief) beter presteren dan groeiaandelen en zullen bepaalde sectoren zoals farma het beter doen dan basisindustrie. In een opgaande fase zal dan weer het omgekeerde waar zijn.

    Als we onze klok vandaag raadplegen, plaatsen de meeste economen, afhankelijk van hun inschatting de huidige toestand ergens tussen 6 en 9 uur, duidelijk binnen de fase van het economisch herstel. Welke sectoren presteren het beste in de 2de fase van een economisch herstel?
    Algemeen wordt aangenomen dat dit vooral energie, infrastructuur, landbouw en grondstoffen zijn. Het kan dan de komende periode dan ook bijzonder interessant zijn hierin te beleggen.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Samen sterk (mei 2010)

    Stefan DuchateauDat de Europese muntunie ooit zou worden getest was onvermijdelijk en niet noodzakelijk negatief. Zeker vermits het een muntzone betreft van het type waarbij een groep landen bij mekaar wordt gebracht die een grote interactiviteit of intra-handel en belangrijke overeenkomsten inzake economische doelstellingen vertonen en die deze via een gezamenlijke economische politiek willen bereiken. De onderliggende veronderstelling hierbij is dat de deelnemende landen op ongeveer symmetrische wijze zullen reageren op externe schokken en vandaar het “samen sterk” beginsel kunnen exploiteren om zich in een negatieve economische omgeving beter te kunnen verweren. Die landen worden dan toegelaten tot een dergelijke unie waarvan op basis van objectieve criteria inderdaad kan worden verwacht dat ze externe schokken met dezelfde discipline en op basis van een gelijkaardige structurele onderbouw zullen kunnen opvangen.

    Deze voorwaarde vormde de intussen historische strenge “Maastricht-criteria”. Deze toelatingsvoorwaarden werden aangevuld met een stabiliteitspact dat in de toekomst moest over waken dat de oorspronkelijke budgettaire discipline ook in de toekomst van toepassing zou blijven op de individuele deelnemende landen: het beruchte stabiliteitspact.

    Precies de meest gedisciplineerde van alle deelnemers (Duitsland) was echter de eerste om de opgelegde budgettaire limieten om tijdelijke, conjuncturele redenen te verlaten. Dit als gevolg van de financiële crisis die een tsunami veroorzaakte van ongekende omvang, die het meest effectief kon worden opgevangen door de bancaire verliezen te absorberen met een toenemend overheidsdeficit. Wellicht het enige alternatief op dat moment , maar minder geschikt voor die landen die reeds een moeizaam toelatingsexamen in Maastricht hadden afgelegd omwille van interne structurele problemen en permanente begrotingsproblemen .

    Men kan dan inderdaad verwijzen naar het feit dat deze landen hun toelatingsproeven met zeer weinig glans hadden afgelegd ( en wellicht toen reeds betwistbare boekhoudkundige ingrepen toepasten onder het oog van de Europese toezichthouder).
    De redenering was echter dat over verloop van tijd de voordelen van de eengemaakte munt deze handicap zouden wegnemen – hetgeen over het afgelopen decennium daadwerkelijk ook is gebeurd voor Griekenland , Portugal enz... met een belangrijke Europese groei-impuls , lage rente en inflatie en productiviteitsverbeteringen die de structuur van de economie moest helpen verbeteren. Hoe dan ook wegen deze voordelen op tegen de nadelen , inclusief de huidige lakmoestest van het gehele systeem.

    De financiële schokgolf was echter dusdanig sterk dat de zwakste schakels van het systeem zeer zwaar onder druk zijn komen te staan.
    Maar laat ons duidelijk zijn : zonder de EURO zouden landen als Griekenland , Portugal en zeker ook Ierland niet alleen aan de rand van de afgrond hebben gestaan maar er reeds zeer diep zijn ingestort.

    Dit laatste hoeft zeker niet het geval te zijn; Ondanks de hoogst bedenkelijke toestand van de Griekse begroting kan –indien men op Europees vlak dit werkelijk wenst- redelijk snel een economische en financiële oplossing worden uitgewerkt : een jumbolening van de EIB, een strikt pakket aan maatregelen die toekomstige ontsporingen moet vermijden, een mini-Marshall plan om de ergste bijwerkingen te compenseren en enkele doortastende maatregelen om Griekse staatsobligaties op te kopen om zo een bodem te leggen onder de koersval.

    Alleen politiek is dit veel minder evident. De ECB zou hiermee immers een precedent kunnen creëren zodat landen die in de problemen geraken weigeren om structurele maatregelen ( zeg maar verregaande besparingen) uit te lokken omdat ze toch zeker zijn dat de Europese muntunie het probleem zal absorberen. Hierdoor dreigt men echter op termijn de hele muntunie in gevaar te brengen.
    Dit verklaart vanzelfsprekend het op het eerste zicht obstinate gedrag van de ECB en de haast arrogante uitspraken van haar voorzitter, die het probleem lijkt te ignoreren.

    Lijkt ...
    Wat de ECB doet ( en dat is een doordachte gok) is de kracht van de tegenstander in haar voordeel te gebruiken. “Speculanten en paniekzaaiers verenigt u tegen Griekenland” –is hierbij de onuitgesproken boodschap , zodat de ECB de Griekse overheid kan dwingen om zeer verregaande maatregelen te nemen om haar inefficiënt staatsapparaat te ontvetten, de begroting terug op het juiste spoor te krijgen en de Griekse economie efficiënter te maken. Een zodanig ernstige situatie dat ook de vakbonden moeten inzien dat stakingen en protesten niet kunnen baten.

    Een spelletje poker-en-bluf natuurlijk dat alleen met overtuiging kan worden gespeeld door de financiële markten zonder verpinken in de ogen te zien, wetende dat alsnog enkele goedgerichte aankopen van staatsobligaties speculanten zware verliezen kunnen toebrengen.

    Vandaar de houding van Trichet : een failliet van Griekenland is geen optie en voor de rest geen commentaar. De Europese munt zal gered worden maar wij gaan niet op jacht met de fanfare op kop en wensen van de situatie gebruik te maken om aan te geven dat we terug wensen te gaan naar de gezonde grondvesten van de EURO : budgettaire discipline en efficiëntie in het productieapparaat..

    Dat de ECB dit spel tot het uiterste wil spelen is intussen duidelijk. Maar dat de financiële markten geen boodschap hebben aan onrealistische maatregelen zoals vorige week werden uitgevaardigd, evenmin.

    De vrees voor de uitdeining van een dergelijke crisis is dan nooit ver weg. Hierbij toch deze bemerking : Ook in vroegere muntcrisissen zoals bijvoorbeeld in Azië, werd er gewezen op besmettingsgevaar. Maar dit bleek in de realiteit niet zo te zijn: enkel indien de betrokken landen ook dezelfde systematische en structurele problemen hadden, sloeg de muntcrisis in zijn volle hevigheid toe. Indien dit niet het geval was, was er een testperiode waarna de speculanten zich snel op een ander doelwit gingen richten.

    Er zijn echter landen met gelijkaardige problemen als Griekenland, zoals Portugal maar dan in minder uitgesproken orde van grootte.
    De problematiek in Spanje en Ierland is veel minder vergelijkbaar. Beide landen zijn vooral getroffen door de vastgoedcrisis. Spanje zowel wat betreft werkgelegenheid als financieel verlies, Ierland vooral door de terugval in de prijzen die zich met een hefboomeffect in de gehele economie laat gevoelen. Maar zowel de orde van grootte van het begrotingsdeficit als de staatsschuld laten toe van te spreken van een ernstig maar oplosbaar probleem dat de renteverschillen met Duitsland laat oplopen zonder echter dramatische vormen aan te nemen.

    Een eventuele speculatie tegen de Belgische staatsschuld lijkt weinig doordacht. Deze schuld is immers in grote mate intern, terwijl de Belgische begroting zelfs een primair overschot zou kunnen bevatten.
    Het feit dat de Belgische economie echter een disproportionele blootstelling heeft aan bancair risico, dwingt de rente op Belgische staatschuld naar een hoger niveau in vergelijking met de Duitse rente – zoals overigens ook tijdens een relatief korte periode in 2009.

    De ECB zal er ongetwijfeld alles aan doen om de muntunie intact te houden en beschikt hiervoor over een aanzienlijk wapenarsenaal. Wanneer dit arsenaal wordt ingezet is vooral een politieke overweging, afhankelijk van de acceptatiegraad van de draconische budgettaire maatregelen in Griekenland en de acceptatiegraad van het Duitse kiezerspubliek.

    Financiële markten hebben echter een grondige hekel aan dit soort van politieke afwegingen en vertonen dan ook zeer grote nervositeit, waardoor de politieke aanvaarding van de opgelegde maatregelen alleen aanvaardbaarder wordt.
    Intussen wacht er een weekend met belangrijke verkiezingen, een G-7 top

    Precies wat de ECB op haar wenslijstje heeft staan ...
    Intussen wacht er een weekend met belangrijke verkiezingen, een G-7 top, veel intern politiek overleg en gesloten financiële markten zodat men zonder onmiddellijke financiële gevolgen maatregelen kan aftoetsen.

    Conclusie: Het Griekse probleem is – met de nodige inspanning- oplosbaar, alleen moet er voor worden gezorgd dat de fundamenten van een gezonde Euro niet worden aangetast. Te vroeg reageren zou even schadelijk kunnen zijn als te laat reageren.
    De huidige volatiliteit op de markten weerspiegelt dit zenuwslopende spel tussen ECB, de diverse overheden en de financiële markten.

    Het zou ondoordacht zijn om nu reeds te spreken over een goed aankoopmoment  maar het is even onnodig om tot een paniekreactie te besluiten. Wat betreft de lopende emissies aan structured notes vormt dit zelfs een voordeel vermits de koersen nu op een lager niveau worden gefixeerd en vandaar een groter opwaarts potentieel veroorzaken.
    Even afwachten tot wat het weekend brengt. Teveel opties kunnen echter van toepassing zijn om niet te mogen besluiten tot een oplosbaar probleem.
    Spannend, alleszins.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Hoera voor de inflatie! (april 2010)

    Bart Depaemelaere

    Inflatie is een vaak misbegrepen concept, bij beleggers en spaarders, maar vooral bij consumenten. Gezien het feit dat bepaalde economen hier angstig naar verwijzen is het toch interessant om te onderzoeken welk gevaar hierin mogelijk schuilt. Bedreigt een stijgende inflatie het economisch herstel?

    Wat is inflatie?
    Inflatie is het proces waarin alles duurder wordt. Wat gisteren 100 koste, kost volgend jaar 102. Op zich betekent dit dat we vandaag met hetzelfde geld meer kunnen kopen dan morgen. Het is dan ook een stimulans om geld vandaag uit te geven, en niet om dit weg te zetten. Inflatie moeten we dan ook steeds afzetten tegen de rente die we krijgen op ons geld om te weten hoeveel we werkelijk meer kunnen kopen na ons geld een jaar te hebben laten staan.
    Zo is een rente van 5 % bij een inflatie van 3 % reëel hetzelfde als 2 % bij een inflatie van 0 %.

    Van waar komt inflatie?
    Inflatie heeft hoofzakelijk twee oorzaken: het kan cost-push of demand-pull gedreven zijn. Cost-push inflatie is voornamelijk het proces dat iets duurder wordt doordat de kostprijs van de componenten (grondstoffen, maar bijvoorbeeld ook arbeid of rente) duurder wordt. Deze inflatie noemt men ook vaak ingevoerde inflatie. Een voorbeeld is de prijsstijging van spaghetti doordat het graan duurder wordt. Demand-pull inflatie is gewoon het spel van vraag en aanbod. Het aanbod dat (tijdelijk) de gestegen vraag niet kan volgen, waardoor de prijs moet stijgen.

    Waarom zo’n angst voor inflatie?
    In de jaren dertig liep de inflatie sterk op, waardoor alles razendsnel duurder werd. Mensen die met kruiwagens vol geld brood gingen kopen, is een van de bekendste taferelen. Een ander is de prijsafspraak vóór de maaltijd in het restaurant. Deze beelden traumatiseerden de Bundesbank, de voorloper van onze ECB (Europese Centrale Bank). De centrale doelstelling van de ECB is dan ook het onder controle houden van inflatie. In Europa is de kans dan ook bijzonder klein dat inflatie zal ontsporen.

    Wat zonder inflatie?
    Een te hoge inflatie is dus negatief, maar wat gebeurt er zonder inflatie? De Japanse economie kende een periode van 12 jaar van bijna geen inflatie. Het gevolg was dat alles even duur bleef of zelfs goedkoper werd. Op zich lijkt dit een zegen, maar het zorgt er wel voor dat alle aankopen uitgesteld worden: waarom vandaag kopen als het morgen goedkoper kan zijn? Hierdoor nam de vraag naar goederen af, de Japanse bedrijven produceerden minder en ontsloegen werknemers om in de kosten te snijden. Door de onzekerheid ging de Japanner nog minder uitgeven... een vicieuze cirkel. 

    Huidige toestand
    Vandaag zien we voor het eerst weer een stijging van de inflatie sinds 2008. De vragen die we ons moeten stellen zijn: vanwaar komt deze inflatie en is die een bedreiging voor het economisch herstel? De inflatie vandaag komt vooral vanuit de stijging van grondstoffen. De bedrijven hebben dus nog voldoende capaciteit om het aanbod op te voeren. Meer nog: het woord 'crisis' wordt vaak terecht en ten onrechte gebruikt of misbruikt door velen om in kosten te snijden. Door de crisissfeer is er weinig tegendruk van vakbonden of werknemers.
    Zo konden veel bedrijven de voorbije jaren heel wat afslanken en een stuk productiever worden. De winstmarges konden op die manier behouden blijven en zelfs vergroot worden. Vandaag zijn veel bedrijven dan ook in veel betere conditie dan twee of drie jaar geleden.
    Is de stijging van de grondstoffen nu echter een fundamenteel probleem? Zolang die niet te abrupt gebeurt niet. Meer nog, een stijging dwingt ons te zoeken naar alternatieven voor bijvoorbeeld olie. Een hogere olieprijs zorgt er bijvoorbeeld voor dat we creatiever worden en dat we ons bewust worden van de nood naar alternatieven. Inflatie zorgt er ook voor dat verbeteringen kunnen worden doorgerekend, zo kunnen we steeds verder evolueren.
    Daarom: hoera voor de inflatie, zolang ze binnen de perken blijft natuurlijk.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Sommige dieren zijn meer gelijk dan anderen. (april 2010)

    Bart Depaemelaere

    Toen George Orwell in 1945 het boek “Animal Farm”, één van zijn meesterwerken, schreef, had hij waarschijnlijk niet de huidige situatie voor ogen.

    Toch geldt de ‘eindconclusie’ uit dit boek - “some animals are more equal than others” - vandaag des te meer.

    Alle dieren zijn gelijk,

    Als we naar staten kijken als een verzameling van al hun inwoners, dan zijn ze in grondbeginsel gelijk. Ze nemen bovendien initiatieven die individuele burgers of bedrijven niet kunnen of willen doen. Belangrijke voorbeelden zijn rechtspraak, de aanleg van wegen, defensie en politie, etc. Om dit te bekostigen, int de staat belastingen. De burgers van het land kunnen zo van het gemeenschappelijk goed genieten onder het motto: “All animals are equal” (alle dieren zijn gelijkwaardig).

    Varkens aan de macht.

    Op een gegeven moment namen de varkens (the PIGS) in Animal Farm de macht over van de boer. We kunnen het vergelijken met de periode van de PIIGS - een acroniem voor Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje - de laatste 10 jaar in Europa. Deze landen met een Latijnse voorgeschiedenis waren al decennia lang de ‘kneusjes’ van de Europese economie. Ze gingen vaak gebukt onder een mengeling van hoge corruptie, veel zwartwerk en zwakke regeringen. Hierdoor hinkten deze landen vaak achter op de rest, met een zwakke munt als gevolg (waar zijn de dagen dat iedere toerist miljonair was in Italië, dat je in plaats van wisselgeld snoepjes kreeg?). Bij de invoering van de Euro werd dan ook argwanend gekeken naar deze PIIGS. Gingen zij de rest van Europa niet naar beneden sleuren? Niets was echter minder waar: de lelijke eendjes ontpopten zich als ware zwanen die meer dan hun bijdrage leverden aan de economische groei van Europa. Zo ontwikkelde Ierland zich van een economisch achterlijke regio tot de ‘Keltische Tijger’ (cfr. de opkomende landen in Azië). Net als in het boek van Orwell grepen de varkens (PIIGS) dus volledig autonoom de macht; en de markt zag dat het goed was.

    Varkens op dieet.

    Nu, bij de huidige crisis, hebben de overheden zwaar moeten ingrijpen om de nakende instorting van de banken tegen te gaan. Enorme sommen geld werden in ons financieel systeem gepompt door de staat, en dus eigenlijk door u en ik. Recent vroegen de financiële markten zich terecht af of de inwoners van deze landen evenzeer in staat zouden zijn om deze schulden terug te betalen. In de PIIGS zagen we de mooie economische groei namelijk sterk terugvallen, vaak gecombineerd met een ernstige malaise op de vastgoedmarkt (vooral in Spanje) en een zware ontsporing van de overheidsfinanciën.
    Vele van deze PIIGS zullen eenvoudigweg op dieet moeten: ze zullen stilaan de steunmaatregelen moeten afbouwen omdat de markt niet langer gelooft dat ze hiervoor het geld hebben. Ze zullen hun zware schulden moeten afbouwen door minder uit te geven of hogere belastingen te innen.

    Het tegendeel bestaat echter ook. Landen met positieve groei, gezonde overheidsfinanciën, landen die vaak meer exporteren dan andere. Deze vinden we vandaag vooral buiten Europa: in de groeilanden; China en Brazilië zijn hier de kampioenen.

    Sommige dieren zijn meer gelijk dan anderen. 
     
    In tegenstelling tot in 2009 gaan er in 2010 én winnaars én verliezers zijn in plaats van een ongebreidelde stijging van de activa in alle regio's. De markt mag misschien tijdelijk té negatief zijn voor de PIIGS, toch is het duidelijk dat de winnaars van morgen eerder in het Oosten en in Latijns Amerika moeten gezocht worden dan in het westen.
    Sommige landen zullen dus ‘gelijker’ zijn dan andere. Zij zullen meer kunnen en mogen. In tegenstelling tot het werk van Orwell verwachten we geen overwinning van de PIIGS, maar wel van de tijgers in Azië. Ook in uw portefeuille kunt u, mits een correcte spreiding, hier best rekening mee houden.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Pas op voor de Grieken, vooral als ze geschenken brengen. (maart 2010)

    Bart DepaemelaereWe merken vandaag serieuze schommelingen op de financiële markten. De beurs maakt zich zorgen over de werkloosheidscijfers en over de Griekse overheid.
    In Griekenland lijkt, dertig eeuwen na de Trojaanse oorlog, de geschiedenis zich te herhalen. Door een list (foutieve cijfers) wisten de Grieken zich een plaats te verschaffen in de eurozone. Zo omzeilden ze de Maastrichtnormen. Die normen moesten ervoor zorgen dat alle landen die in de eurozone wilden komen, voldoende stabiel zouden zijn op het vlak van overheidsfinanciën. De laatste weken maakten de markten zich erg ongerust of de eurozone zal standhouden, of Griekenland misschien de euro zou moeten laten varen en of het economisch herstel hierdoor zou geraakt worden.

    Waarom zo’n grote paniek?
    Tot hiertoe werd de bankcrisis, de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, vooral bestreden door de overheden. Ze zorgden ervoor dat het bancaire systeem overeind bleef en dat ook de economie terug kon heropstarten. Dat deden ze door de rentes te verlagen. Hiervoor moesten ze echter zeer veel geld uitgeven. De overheidstekorten liepen in heel wat landen sterk op. Tot voor kort werd hier vrij weinig aandacht aan besteed. De overheersende gedachte was “sovereign states don’t go bankrupt”, landen gaan niet failliet.

    Wie is namelijk de staat?
    Dat zijn wij allemaal samen. Toch begonnen de markten hier recent aan te twijfelen. Waarom? Ze kregen hoogte van vervalste cijfers en van een niet correcte weergave van de situatie van Griekenland. ‘Als we de staat al niet meer kunnen vertrouwen, waarop kunnen we dan nog rekenen?’ was al gauw de gevolgtrekking. Als financiële markten van een ding niet houden, dan is het van onzekerheid. Speculatie tegen de Griekse staat was al vlug een feit.

    Kan Griekenland alleen het economisch herstel ondergraven?
    Het antwoord is eenduidig “neen”. Enkel als de feiten zich op veel grotere schaal zouden voordoen, bijvoorbeeld in Portugal, Italië en Spanje, vreest men daarvoor. De mogelijkheid alleen al heeft de beleggers echter zwaar doen twijfelen. Dit gekoppeld aan berichten over stijgende werkloosheid zorgde voor een stevige correctie.

    De situatie in Griekenland lijkt dus misschien overschat, maar wat op het gebied van werkloosheid?
    Ook hier moeten we nuanceren, vooral in Europa. Economische crisissen gebeuren vaak in golven. De laatste golf is er steeds een in de vorm van een werkloosheidsverhoging. Deze vertraging tegenover de rest van de economie wordt ‘jobhoarding’ of het hamsteren van arbeidskrachten genoemd. Werkloosheid is dan ook een achterophinkende factor die ons meer vertelt over de ernst van de voorbije situatie, dan over de toekomst.

    Toch moeten we hiermee opletten. Iemand die zijn baan dreigt te verliezen of die hogere belastingen verwacht om het overheidstekort aan te zuiveren, zal om deze onzekerheid te bestrijden meer sparen dan anders. Dat is vooral zo in landen met een hoge staatsschuld. Daarom kijken we vandaag vooral naar de consumptie in deze landen. Gaat de man in de straat minder consumeren, dan dreigen we in een negatieve spiraal terecht te komen. De laatste cijfers over de consumptie lijken aan te geven dat ze vooralsnog niet terugvalt. Misschien zou deze periode naderhand zelfs een koopopportuniteit kunnen blijken.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Uw beleggingen: een nieuw jaar, een nieuw begin! (januari - februari 2010)

    Bart DepaemelaereDe menselijke psychologie is een vreemd ding. Steeds weer zoeken we naar een eindpunt en een nieuw begin. Wat is er meer een nieuw begin dan 1 januari, vooral 1 januari van een nieuw decennium?

    Wat brengt ons het nieuwe jaar?
    Laat ons eerst analyseren wat er fundamenteel veranderd is tegenover 31 december.

    De belegger is nog steeds zeer angstig en belegt weinig in aandelen. De gebeurtenissen in 2008 hebben een diepe indruk nagelaten. Vandaag vestigt de verslaggeving echter uitsluitend de aandacht op de werkgelegenheid. Werkgelegenheid is echter een achterophinkende indicator. De ernst van de voorbije crisis wordt benadrukt, maar we krijgen geen uitleg over de toekomst. De werkgelegenheidscijfers zijn zelfs beter dan verwacht. In de VS was de terugval in werkgelegenheid zelfs de kleinste sinds het begin van de crisis.

    Alle negativisme ten spijt is de belegger op lange termijn een optimistisch dier. Hij verwacht dat bedrijven winst zullen maken en zullen groeien. Hij verwacht meer opbrengst op lange termijn dan op korte termijn. Af en toe wordt hij echter geconfronteerd met periodes waarin dat niet zo is.
    Alle beursbewegingen zijn dan ook terug te brengen tot de eeuwige strijd tussen angst en hebzucht.

    Wie haalt de bovenhand in 2010?
    Laat ons de fundamentele gegevens bekijken. Door de huidige lage rentevoeten op korte termijn brengt cash weinig tot niets op. Gezien de gematigde economische vooruitzichten zijn sterk stijgende rentes ook niet weggelegd voor 2010. In een periode van voorzichtig economisch herstel zullen de centrale banken niet snel de rentes optrekken.

    Hebben de beurzen volgend jaar een sterk economisch herstel echt nodig?
    Hebben de beurzen dit jaar een sterk economisch herstel echt nodig? Een matig economisch herstel in het Westen lijkt zelfs beter, want het garandeert de aandelenmarkten nog een langere periode van goedkoop geld (haast gratis, na aftrek van inflatie). De bedrijven in Europa en de VS hebben, het ergste verwachtend, drastisch bespaard. De bedrijfswinsten zullen dan ook zelfs met een matig herstel mooi opveren. Veel bedrijven noteren tevens onder boekwaarde. Met andere woorden, als we alles verkopen, alle schuldeisers betalen, hebben we meer geld over dan wat wordt geboden op de beurs. 

    Zijn er dan geen groeiverhalen meer in 2010?
    De sterkste groei verwachten we in de opkomende landen, zoals China, Brazilië, Rusland, Indonesië en India. Deze landen kunnen rekenen op een geweldige cocktail van enorm potentieel en effectieve groei. Op wat langere termijn, staan we dan ook volledig achter de beleggingen in deze landen.

    Wat is er fundamenteel veranderd ten opzichte van vorig jaar?
    In 2009 werd de economie vooral aangezwengeld door de overheidsuitgaven. De consument hield de vinger op de knip. Nochtans is deze kleine man in de straat essentieel voor een economische relance. Wat merkten we tijdens de kerstperiode? Er werd weer volop gekocht. De eindejaarsverkopen overtroffen alle vorige records. Het vertrouwen lijkt dan ook terug te keren.

    Met deze gegevens kunnen we haast niet anders dan positief zijn voor 2010. Wat zou dit feestje nog kunnen verstoren? Een te sterke economische relance zou echter het einde kunnen betekenen voor dit herstel. Daardoor zou de inflatie kunnen oplopen, waardoor de centrale banken de rente moeten optrekken. Vooralsnog lijkt dit weinig waarschijnlijk. Hoe kunnen we ons echter als belegger beschermen? Ook hier is de oude wijsheid van toepassing: leg nooit al uw eieren in één korf: beleg niet uitsluitend in aandelen. Neem voldoende obligaties en cash op in uw portefeuille, maar ook grondstoffen. Dit jaar zouden de grondstoffen bij een stijgende inflatie de (positieve) verrassing kunnen worden in uw portefeuille. Laat u dus in 2010 niet alleen leiden door angst.

    En wat kunnen wij u wensen voor 2010?
    Vooral gezondheid, voor zowel u als uw beleggingen!

    Gezond Beleggen V2 NL

Columns 2009

  • De crisis is dood, leve de crisis! (november 2009)

    Bart DepaemelaereWelke lessen trok u tot dusver uit de kredietcrisis? Hebt u het vaste patroon van de beurs weten te ontdekken? Of wacht u nog steeds af?

    Al sinds de oudheid denken mensen na over de economie. In de Bijbel sprak men al van zeven vette en zeven magere jaren. Economie als wetenschap is echter een veel recenter gegeven. In de economie proberen we steeds de gegevens uit het verleden en de fenomenen van het heden te gebruiken om een inschatting te maken van de toekomst. Net zoals de Bijbelse zeven jaren trachten we zo patronen te ontdekken om de toekomst te kunnen voorspellen. Dit kan gaan om een beperkte, technische analyse voor enkele aandelen of veel ruimer, om globale macro-economie en ingrepen van overheden.

    De econoom Joseph Schumpeter beschouwde de economie ook als een gestage vooruitgang met perioden van wat hij creatieve destructie noemde. Zo was soms de ondergang van een bepaalde technologie nodig om een nieuwe te ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan is hoe polaroidfoto’s vervangen werden door digitale fotografie. Bedrijven die niet mee zijn met de nieuwe golf verdwijnen.

    De voorbije twee jaar hebben we zo’n golf van destructie over ons gekregen: de kredietcrisis. Op zich beschouwde Schumpeter dit soort perioden niet als negatief, onder voorbehoud dat men er uit leerde.

    Welke lessen hebt u getrokken uit deze periode?
    Voor veel beleggers was het een onaangenaam wakker worden uit de droom die de economische periode van 2003 tot en met 2007 was. De dalingen van 30, 40 en zelfs 50 % deden velen permanent vluchten naar cash. Toch is het goed om aan de voorgaande periode te denken. Dankzij de stijgende productiviteit en de lage rentes waren de jaren 2003 tot en met 2007 een groeiperiode die enkel vergelijkbaar is met de periode net na Wereldoorlog II. Uit deze twee perioden leerde de belegger dat niet investeren ook zijn prijs kan hebben. Niet mee zijn met de stijging betekent dat u bepaalde opportuniteiten mist. Dit kwam zeer tot uiting sinds maart van dit jaar. De beurzen wonnen zo 30, 40 of zelfs 50 %.

    En wat nu? Staan de koersen hoog of laag? Moeten we investeren of winst nemen?
    Veel zal afhangen van de lessen die we zullen trekken uit de voorbije periode van creatieve destructie. Als we de periode van 2000 tot nu bekijken, staat het vast dat met de beurs mooie winsten behaald kunnen worden, maar dat de risico’s ook navenant zijn. Hoe kan een belegger dan mee profiteren van de thema’s waarin zeker toekomst zit zoals de vergrijzing, de groeilanden, energie, enz. zonder dit dagelijks te moeten monitoren?

    De oplossing.
    De oplossing bestaat er vaak in het negatieve effect te beperken tot de winst. De waarde van kapitaalbescherming wordt nog te veel onderschat. In goede tijden is ze niet nodig, in slechte tijden onvoldoende (men verwacht nog steeds een opbrengst). We gaan er echter aan voorbij dat deze constructies u in tijden zoals vandaag, met een lage rente maar met een aantrekkende economie, in staat stellen te mikken op mooie rendementen zonder al te veel risico te nemen.
    De aloude wijsheid zegt ons dat de mens meer leert uit zijn fouten dan uit zijn successen.
    Gezien de fouten uit 2007 en 2008 stemt dit ons hoopvol. 

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Vandaag is “niet beleggen” geen optie. (oktober 2009)

    Alain DeneefDe financiële markten kunnen toch grillig zijn. Tot in maart bleven de beurzen ondanks de aantrekkelijke waarderingen zakken. De belangrijkste indices daalden zelfs gemiddeld met 50 tot 60 % en konden niet herstellen. Sinds midden maart zien we een heel ander beeld. De beurzen herstelden fors en vandaag is een daling op indexniveau van amper 1 % al voldoende om koopjesjagers te lokken. De markten zijn met andere woorden niet in de stemming om te dalen.

    Het doet ons wat denken aan het weer. Eind september leek het alsof het nooit meer zou regenen. Dat is natuurlijk een foutieve redenering en een utopische gedachtegang. Iedereen weet dat het ooit weer zal regenen, donderen, vriezen en sneeuwen. En elke belegger moet ook weten dat de beurzen ooit weer een stapje achteruit zullen zetten.

    Maar niet nu. En als we de vergelijking met het weer verder trekken, kunnen we enkel adviseren om van zonnige periodes te profiteren. U blijft toch vandaag niet binnen omdat het over drie maanden hard kan vriezen?

    Met beleggingen is het net hetzelfde. De enige nuance die we hier wil brengen, is dat de beurzen nog langer dan drie maanden zullen stijgen. Daar zijn heel wat argumenten voor. Vooreerst is het niet enkel Kim Clijsters die een succesvolle comeback mag vieren. Ook TINA (there is no alternative) slaat hard terug. Met een historisch lage rente zullen zelfs de meest conservatieve beleggers op zoek gaan naar alternatieven om het rendement van hun beleggingen op te krikken. Of het nu beleggers zijn die in individuele aandelen beleggen of diegenen die fondsen kopen, het is in elk geval geld dat naar de beurs zal trekken. Om een getal te plakken op die berg cash, kunnen we meegeven dat in België alleen al liefst 175 miljard euro cash geparkeerd is.

    We voelen bovendien aan dat veel beleggers die de herstelbeweging sinds maart gemist hebben, nu absoluut nog in de markt willen stappen. Maar er is meer dan beleggerspsychologie. Er zijn ook macro- en micro-economische factoren die hogere koersen verantwoorden. Zowel de VS als Europa geraken uit een heel diepe recessie, terwijl een aantal groeimarkten weer spectaculair groeien. We denken dan aan China, dat weer met 9 % groeit. De combinatie van betere macro-economische cijfers in het Westen en sterke groeicijfers in de groeiregio's zijn uiteraard goed voor beleggers die de kaart van energie en (landbouw)grondstoffen getrokken hebben. Op microvlak verwachten we dat de bedrijfsresultaten positief kunnen verrassen. De kostenstructuur van heel wat bedrijven is aangepast aan moeilijke tijden. Met een economie die aantrekt, zullen de volumes – zeg maar de omzet – weer stijgen. Stijgende omzetcijfers met een lagere kostenstructuur is de ideale combinatie om hogere winsten te realiseren. We zagen al met de halfjaarcijfers dat de analisten te voorzichtig geweest waren met hun winstschattingen. We zien geen enkele reden om vandaag ons geweer van schouder te veranderen.

    Het is nog altijd aangewezen om nu in de markten te zitten en een berg cash is niet aan de orde. Met de huidige economische gegevens is het een ideaal moment om te beleggen in energie, grondstoffen, de landbouwsector en uiteraard ook in de vergrijzing. Met de vergrijzing komen we in een sector waarin volop wordt overgenomen (cf. Solvay Pharma). Het zou ons niet verwonderen als we de komende weken en maanden in een overnamegolf terechtkomen. Als er bovenop de overname nog een mooie premie wordt gegeven door de overnemer, zullen de beurzen daarop positief reageren. Pas wanneer er weer gekke prijzen betaald zullen worden, zal de tijd aangebroken zijn om tijdelijk afscheid te nemen van de beurs. Maar dat is verre toekomstmuziek. Profiteer dus eerst van de mooie herfst door aandelen te kopen die gerelateerd zijn aan energie, landbouw, grondstoffen, China en de opkomende vergrijzing.

    Voor wie geen tijd heeft om individuele aandelen te volgen of toch minder onderlegd is in de beursmaterie, is een fonds met de bovenvermelde sectoren aangewezen. En voor wie bovendien van zekerheid houdt, zijn er kapitaalgegarandeerde alternatieven. Vraag altijd raad aan ons. Na het bepalen van uw beleggersprofiel weten wij welke soort belegging bij u past. Onthoud dat vandaag niet beleggen geen optie is.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • De crisis is voorbij! Of toch niet? (oktober 2009)

    Bart DepaemelaereDe crisis lijkt voorbij. Of hangt dat er vanaf met wie u spreekt? Wie heeft er nu eindelijk gelijk?
    De laatste twee jaar beleefden we de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Ons geloof in de banken als hoeksteen van ons financieel systeem werd zwaar beproefd. Door het onmogelijk geachte faillissement van Lehman Brothers verspreidde de angst zich als een virus door het hele economische bestel.

    Het resultaat? Een ongeziene daling op de beurs, een oplopende werkloosheid en ontsporende overheidsfinanciën. Sindsdien werden banken verkocht of gingen ze over de kop, topmannen moesten opstappen en zware bonussen werden uitgekeerd. Een journalist moest niet ver zoeken om het afgelopen jaar zijn voorpagina te vullen met ‘saai’ economisch nieuws.

    De crisis lijkt voorbij. Of hangt dat er vanaf met wie u spreekt? De meeste economen wijzen op het toenemende ondernemersvertrouwen, de gezonde koerswinst-verhoudingen en de dalende risicopremies. Hiervoor zijn veel ingewikkelde formules waar u vaak geen boodschap aan hebt. Andere economen vertellen u verhalen over werkloosheid, falende instellingen en een generatiecrisis.

    Wie heeft er nu gelijk? De economie analyseren en vooral voorspellen heeft vaak veel weg van de 6 blinde mannen die een olifant proberen te beschrijven: de ene heeft de poot gevoeld en zei dat de olifant was als een zuil, een ander die de staart had betast beschreef hem als een stok, de derde die enkel de slurf had aangeraakt vond dat een olifant meer weg had van een slang en ga zo maar door. Om een juist beeld te krijgen van de olifant moesten de blinde mannen hun verschillende ervaringen bij elkaar brengen

    Net zoals de som van al deze delen samen de ‘olifant’ maken, moeten we alle aspecten in ogenschouw nemen om ons een juist beeld te vormen van de economie. Ons gaan focussen op één of op een paar eigenschappen zou er wel eens toe kunnen leiden dat we een totaal verkeerde inschatting maken van de toestand.

    De vooruitlopende indicatoren geven ons een beeld van de toestand binnen 6 tot 9 maand. Tot deze indicatoren behoren vooral het consumenten- en producentenvertrouwen of hoe men de toestand ervaart. Ook risicopremies (hoeveel meer verwacht ik te verdienen door in aandelen te beleggen in plaats van in staatsobligaties) en de winstverwachtingen van ondernemingen geven vaak zeer goed weer waar we ons op korte termijn aan kunnen verwachten. Al deze signalen staan op groen.

    Toch is ook dit niet het hele plaatje. Er zijn ook achterop hinkende (lagging) indicatoren een voorbeeld daarvan is de werkloosheid. Het is logisch dat het gevolg van een lagere economische activiteit minder voorspellende waarde heeft dan vooruitlopende indicatoren. Toch mogen we ook dit signaal niet uit het oog verliezen.

    De wereldwijde economie hangt nog sterk aan de baxter van overheidsgeld. Onze patiënt lijkt dan ook niet bij machte om zelf op te staan uit het ziekenbed, ondanks de positieve signalen die we al ontvangen. Om dat te doen is er meer nodig. De consument moet de rol van de overheid overnemen als motor van de economie. Het consumentenvertrouwen geeft hier een positief signaal. De vraag is echter wat diezelfde consument gaat doen als hij zijn baan kwijt is? Blijft hij consumeren of niet?
     
    Daarom is onze raad in het huidig klimaat genuanceerd. Er zijn opportuniteiten maar ook valkuilen. Respecteer daarom dan ook het Argenta-principe en beleg steeds met gezond verstand. Zorg voor een goede spreiding in uw portefeuille, zowel in activa (aandelen, obligaties, cash, grondstoffen, ...)maar ook in de tijd. Laat niet al uw beleggingen beginnen of op dezelfde vervaldag.

    Nu we weten hoe we moeten beleggen, is het ook belangrijk om te weten waarin we moeten beleggen. Het merendeel van uw beleggingen moet bepaald worden door uw beleggingsprofiel. Dat is de mate waarin u rendement boven zekerheid verkiest of omgekeerd.

    Dat vult u best aan met een aantal goedgekozen thema’s. Mogelijkheden hierbij zijn de groeilanden (China, Brazilië, India) die verwacht worden de groeimotoren te worden van de economie van 21ste eeuw. U kunt ook kiezen voor grondstoffen waarvan de (goedkope) voorraad beperkt is, maar waarnaar de vraag steeds toeneemt. Ook energie kan een mooi groeiverhaal zijn met gelijkaardige achtergrond. Zo beschikt Argenta over oplossingen voor elke niche, steeds gekozen uit de meest performante beheerders. Zo blijft u door de bomen het bos zien.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • De beleggingscontext biedt enkele directe opportuniteiten. (oktober 2009)

    Stefan DuchateauDe discussie over de vorm van het komende economische herstel gaat intussen verder zijn gangetje. Daarin hoort u zoals steeds uiteenlopende meningen waarbij het soms niet altijd even duidelijk is of sommige commentaren niet louter bedoeld zijn om te scoren in de pers eerder of dat ze uitgedacht zijn om een zo correct mogelijk inzicht te bieden in de kracht (of zwakte) van de verwachte conjuncturele heropleving.

    Feit is alleszins dat de meeste vooruitlopende indicatoren een relatief fors herstel aankondigen in de VS en minstens een positieve kentering voorspellen in een aantal Europese landen (Frankrijk, Duistland, België, …). Of deze verbetering zich in de komende jaren zal bestendigen, is nog een open vraag. Het antwoord zal vooral afhangen van het reactiepatroon van de Amerikaanse consument (toch goed voor 70 % van het Amerikaanse BNP).

    De voortrekkersrol wordt nu waargenomen door groeilanden als India, China en Brazilië maar moet op een bepaald moment worden overgenomen door consumptie in de VS. Dat is nodig om de investeringsinspanningen in de groeilanden om te zetten in export.

    Een zestal maanden geleden vroegen we vanuit de positieve ontwikkelingen in de groeilanden al uw aandacht voor een extra accent in uw beleggingsportefeuille met nadruk op de beurzen in China en Taiwan maar vooral ook in India en Brazilië. Op dat moment was dat wellicht een verrassend signaal maar niet voor financiële analisten die zorgvuldig hun huiswerk maakten. Vandaag is het een voorstel dat we met overtuiging wensen te herhalen. Daarbij raden we u echter aan, gegeven de onvoorspelbaarheid van de volatiliteit van de financiële markten, om (zoals in de meeste gevallen) dergelijke belegging van een effectieve en efficiënte kapitaalbescherming te voorzien. Dat kan bijvoorbeeld met een CPPI-techniek. (Dat is een techniek waarbij via een dynamisch schema de verdeling van de portefeuille zodanig wordt aangepast dat er over een vast bepaalde periode (bijvoorbeeld 5 jaar) een solide kapitaalbescherming ontstaat tegelijk met een zo hoog mogelijk stijgingspotentieel). Ook naar de nabije toekomst lijkt een dergelijke aanpak toegepast op een veelbelovend investeringsthema een ideale combinatie te vormen voor beleggers.


    Een dergelijk beloftevol thema is ongetwijfeld de “vergrijzingsproblematiek”, die vaak terecht als een bedreiging wordt beschouwd, maar tegelijkertijd ook heel wat mogelijkheden biedt voor investeerders die er in slagen die bedrijven te selecteren die gepaste oplossingen weten te brengen (zoals farmabedrijven of bedrijven die gespecialiseerde medische apparatuur leveren). Ook bedrijven die gericht inspelen op het spaar- en consumptiepatroon van 60-plussers profiteren mee van het “grijze goud”, zoals dat dan heet.


    Een ander belangrijk beleggingsthema dat zeer zeker terug in de brandende actualiteit zal komen, heeft betrekking op duurzame beleggingen. Het is wellicht op zich het snelst groeiende marktsegment bij het aanbod van beleggingsproducten. Het thema “duurzaamheid” bekijken we hier in zijn ruimste betekenis: zowel milieutechnologisch als ethisch. We selecteren dus zowel waterbehandelingsbedrijven als bedrijven met een verantwoorde sociale politiek, met duidelijke uitsluiting van onder andere wapenhandel of bedrijven met een duidelijke negatieve milieu-impact.
    Een belangrijke opmerking hierbij is dat in het algemeen duurzame fondsen zich meestal eenzijdig richten op aandelen.
     
     
    Het is echter te verkiezen om hierbij eerder een 60/40-verhouding na te streven, waarbij toch 40 % van de portefeuille wordt opgebouwd via obligaties (die vanzelfsprekend ook aan de ethische criteria moeten voldoen). Op die manier vlakt u ongewenste negatieve ontwikkelingen op de aandelenmarkten grotendeels af en voorziet u zich impliciet van een vorm van kapitaalbescherming op langere termijn.

    Gezond Beleggen V2 NL

  • Market timing, de Tour de France en beleggen. (juni 2009)

    Bart Depaemelaere

    Market timing is het begrip dat duidt op het kopen en verkopen op net het juiste moment. Het begrip is vooral bekend bij aandelenbeleggers. De geschiedenis leert ons dat de beurs op lange termijn meer opbrengt dan eender welke andere belegging. Het kopen van aandelen vereist echter een uitstekende timing, zoniet riskeert de belegger niet alleen de winst mis te lopen, maar ook stevige verliezen te lijden.

    Deze twee stellingen en het dilemma van de belegger dat daaruit voortvloeit, zijn algemeen bekend. De wetenschappers bedachten oplossingen zoals Kondratieff-cycli, systemen voor market timing door voorlopende indicatoren, sommigen zochten hun heil in trackers op indexen. De heilige graal van market timing werd tot op heden niet gevonden.

    In tijden zoals vandaag zijn de beleggers weer gevangen tussen vrees en hebzucht. De laatste weken stegen alle beurzen, met voorop de grote zondaars: de banken en verzekeraars. Het lijkt wel tegen alle logica in: het nieuws blijft slecht, de toestand is kritisch, maar niet ernstig. Weten de anderen dan meer dan wij? Is mister Market u weer te slim af geweest? Het begint er sterk op te lijken. Hoe is dat mogelijk?

    De wielertoeristen onder ons dromen wel eens van de Tour de France. Niemand denkt er echter aan het daadwerkelijk op te nemen tegen de afgetrainde, opgespoten atleten met superieur materiaal. Wat zou het geven als u met uw stadsfiets zou meefietsen in de proloog? Kunt u zich voorstellen dat u toekomt op de Champs-Élysées in het geel? Echt?

    Nochtans koesteren velen onder ons dezelfde fantasie als het op beleggen aankomt. We gaan de strijd aan met de professionals die niet alleen sneller over de nodige informatie beschikken, maar er ook snel op kunnen reageren. Terwijl u op uw werk zit, slaapt (de Aziatische beurzen zijn nu eenmaal open als de meesten van ons van hun nachtrust genieten) of zelfs met vakantie bent, staan de professionals recht op de pedalen. Begin als de Tour de France start dan ook niet zelf te koersen, maar zet uw geld in op een Lance Armstrong, Carlos Sastre, ...

    Wat betekent dat op beleggingsvlak?

    Kies de fondsbeheerders die meerdere ritten wonnen, vaak de bolletjes- en de gele trui droegen, die dus jaar na jaar hun waarde al bewezen hebben. Een voorbeeld? Carmignac Gestion. Argenta biedt sinds vorig jaar al fondsen aan van deze Franse vermogensbeheerder.

    Gezond Beleggen V2 NL

Print deze pagina