We gebruiken cookies om je bezoek aan onze website nog aangenamer te maken. Door onze website te bezoeken, aanvaard je onze cookies. Je kunt natuurlijk altijd de instellingen voor de cookies wijzigen. Wil je meer informatie?

Macro-economische context vierde kwartaal 2018

16 januari 2019

De aandelenmarkten hebben 2018 afgesloten met een woelig kwartaal. Nadat de wereldwijde aandelenmarkten in het tweede en derde kwartaal van het jaar mooie positieve resultaten lieten optekenen zijn deze in het laatste kwartaal van het jaar terug verloren gegaan. Europese aandelen verloren het meeste terrein. Wereldwijde aandelen eindigen zo het jaar negatief. 

Tijdens het laatste kwartaal werd het beheer van de fondsen gedomineerd door vier grote bezorgdheden: de handelsspanningen tussen de Verenigde Staten en China, de spanning tussen de nieuwe Italiaanse regering en de Europese Unie, het onzekere verloop van de Brexit en de kans op een recessie in de Verenigde Staten in de komende jaren die samenhangt met het toekomstige monetaire beleid van de Federal Reserve. Op middellange termijn verwachten wij ook dat mits enige politieke moed en beslissingskracht de huidige risico’s aanzienlijk kunnen getemperd worden. Aan een volledige handelsoorlog tussen de VS en China hebben beide landen enkel te verliezen en als er duidelijke en correcte afspraken gemaakt kunnen worden tussen beide grootmachten kan dit een resem voordelen voor beiden opleveren. Maar eerst moeten beide leiders, Trump & Xi, een manier vinden dat dit geen gezichtsverlies voor hen oplevert.

Als we naar het kernfonds kijken, heeft het laatste kwartaal van het jaar ons geen goed gedaan. De negatieve returns zijn grotendeels toe te wijzen aan de overweging in aandelenposities. In deze tijd van stress op de beurzen, gedreven door de hiervoor genoemde economisch politieke crisissen hebben obligaties hun functie van buffer goed opgenomen en hebben veel van onze obligatie posities zelfs positieve returns kunnen optekenen.

Het kernfonds heeft sterk te lijden gehad onder de handelsspanningen tussen de VS en China. In anticipatie van die ontwikkelende handelsoorlog hadden wij een te grote positie in sterk exportgevoelige sectoren zoals de autosector. Maar anderzijds een t kleine positie  in de technologie sector die sterk daalde telkens de handelsspanningen stegen. Wij geloven in het lange termijn potentieel van de business in de technologie sector, maar hadden hun gevoeligheid aan de handelsoorlog onderschat. Binnen de technologiesector hebben we een ondergewicht in de FAANG aandelen (Facebook, Apple, Amazon, Netflix, Google) maar ook kleinere bedrijven daalden mee na onder andere de daling van Apple.

De gevolgen van de Brexit voor het kernfonds waren dan weer beperkt dankzij onze kleine positie in aandelen uit het Verenigd Koninkrijk. Bij de Brexit zal het vinden van een goede oplossing moeilijk blijven. Een groot deel van de Britse bevolking zal niet akkoord zijn met het terugdraaien van de Brexit. Het blijkt bijna politiek onmogelijk om de huidige deal goedgekeurd te krijgen in het VK en een hard Brexit is voor ons een economisch rampscenario. Vandaar dat onze blootstelling naar de Britse pond en Britse aandelen zeer beperkt blijft.

De Italiaanse crisis ontwikkelde zich positief door het budgetakkoord dat in december gevonden werd. De rentevoeten op 10jarige Italiaanse overheidsobligaties zijn van 3.6% in oktober naar 2,8% teruggevallen. Hiervan konden we profiteren met onze relatief grote posities in Italiaanse overheidsobligaties.

Het stijgende waargenomen risico op een recessie in de VS en de rente cyclus van de Fed hebben gewogen op onze rendementen aangezien het vooral kwaliteitsaandelen waren met een goed momentum die hierdoor het laatste kwartaal hebben afgezien, net twee factoren waar wij sterk op focussen in onze selectie. In de VS is de rentecurve tot op heden nog niet geïnverteerd en heeft de Federal Reserve nog altijd alle mogelijkheden in handen om dit zo te houden.

We verwachten dat de markten zeer volatiel zullen blijven. De verwachte rendementen op aandelen liggen substantieel hoger dan die van obligaties. Daarom blijven we vandaag beleggen in aandelen (zij het minder uitgesproken dan voordien) en blijven we het obligatie gedeelte van de portefeuille vooral zien als buffer voor die periodes waarin aandelen het moeilijk blijven hebben.