Taks op de effectenrekeningen

Deze FAQ is samengesteld op basis van de informatie die half oktober 2018 beschikbaar was. Dit is geen fiscaal of juridisch advies.

Wie is onderworpen aan de taks op de effectenrekeningen?

Natuurlijke personen zijn onderworpen aan de taks op de effectenrekeningen, ongeacht of zij rechtstreeks of via een burgerlijke maatschap titularis van een effectenrekening zijn.

Voor Belgische rijksinwoners gaat het om de effectenrekeningen die worden gehouden in België en in het buitenland.

Voor niet-rijksinwoners gaat het alleen om de effectenrekeningen die worden gehouden bij een Belgische tussenpersoon. (zie ook vraag ‘Zijn niet-rijksinwoners onderworpen aan de taks?’)

De taks is verschuldigd als het aandeel van de titularis natuurlijke persoon in de gemiddelde waarde van de belastbare effecten op de effectenrekeningen 500.000 euro of meer bedraagt (zie vraag ‘Wanneer is de taks verschuldigd?’).

Zijn niet-rijksinwoners onderworpen aan de taks?

Niet-rijksinwoners zijn onderworpen aan de taks op de effectenrekeningen (zie vraag ‘Wie is onderworpen aan de taks op de effectenrekening?’). Dat geldt zowel voor niet-rijksinwoners als voor gelijkgestelde niet-rijksinwoners (bv. EU, NAVO, SHAPE, buitenlandse kaderleden, …).

De belastingadministratie heeft evenwel bevestigd dat niet-rijksinwoners niet onderworpen zijn aan de taks als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • inwoner zijn van een land met een dubbelbelastingverdrag met België;
  • dubbelbelastingverdrag is van toepassing op inkomsten én vermogen;
  • heffingsbevoegdheid voor vermogen is exclusief toegewezen aan de woonstaat.

Voorbeelden van dergelijke landen zijn: Duitsland, Luxemburg, Nederland, Spanje, …

Inwoners van bijvoorbeeld Nederland zijn wel onderworpen aan de taks op de effectenrekening.

Welke effecten zijn belastbaar?

Onder belastbare effecten wordt verstaan:

  • al dan niet beursgenoteerde rechten van deelneming in beleggingsfondsen (GBF) of aandelen in beleggingsvennootschappen (Bevek);
  • kasbons;
  • al dan niet beursgenoteerde aandelen (en certificaten van deze effecten);
  • al dan niet beursgenoteerde obligaties (en certificaten van deze effecten);
  • warrants die op een effectenrekening zijn ingeschreven.

Pensioenspaarfondsen en levensverzekeringen zijn vrijgesteld.

Vermits Argen-Co-aandelen op naam staan én niet op een effectenrekening zijn ingeschreven, worden deze niet geviseerd door de taks op de effectenrekeningen.

Hoe wordt de taks berekend?

Voor een bepaalde ‘referentieperiode’ wordt het ‘aandeel’ van de titularis natuurlijke persoon in de ‘gemiddelde waarde’ van de belastbare effecten op een effectenrekening berekend.

Deze gemiddelde waarde wordt berekend door de som van de waarden van de belastbare effecten die worden vastgesteld op diverse ‘referentietijdstippen’ te delen door het aantal ‘referentietijdstippen.

Meer informatie over de begrippen ‘referentieperiode’ en ‘referentietijdstippen’ vind je onder vraag ‘Wat zijn ‘gewone referentieperiode’ en gewone referentietijdstippen en onder vraag ‘Wat zijn ‘bijzondere referentieperiode’ en ‘bijzondere referentietijdstippen?’.

Meer informatie over het begrip ‘aandeel’ vind je onder vraag ‘Hoe wordt de gemiddelde waarde bepaald als er meerdere titularissen zijn?’.

Wanneer je verschillende effectenrekeningen houdt bij één financiële instelling, dan worden de gemiddelde waarden van deze effectenrekeningen opgeteld (‘globalisatie’).

Wanneer is de taks verschuldigd?

Als de (geglobaliseerde) gemiddelde waarde 500.000 euro of meer per persoon bedraagt, dan is de taks verschuldigd en wordt deze automatisch door de financiële instelling ingehouden. De taks bedraagt 0,15 % en is verschuldigd op de totale gemiddelde waarde van de belastbare effecten. Er is met andere woorden geen vrijstelling op de eerste schijf van 500.000 euro.

Als de (geglobaliseerde) gemiddelde waarde minder dan 500.000 euro per persoon bedraagt, dan kun je de taks toch door de financiële instelling laten inhouden (opt-in: zie vraag 9). Dat kan nuttig zijn als je meerdere effectenrekeningen bij verschillende financiële instellingen houdt en de totale gemiddelde waarde over al deze rekeningen 500.000 euro of meer bedraagt (en je dus de taks verschuldigd bent). Als je geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, dan moet je de taks zelf aangeven (via Tax-on-web) en betalen.

Heb je meerdere effectenrekeningen waarvan je titularis bent? Dan moet je dat voortaan ook vermelden in de aangifte personenbelasting.

Voor meer informatie over de concrete berekening maken we een onderscheid tussen een gewone en een bijzondere referentieperiode.

Wat zijn ‘gewone referentieperiode’ en ‘gewone referentietijdstippen’?

Een gewone referentieperiode is een periode van twaalf opeenvolgende maanden die start op 1 oktober van een jaar en eindigt op 30 september van het volgende jaar. Een gewone referentieperiode omvat vier (gewone) referentietijdstippen: 31-12, 31-03, 30-06 en 30-09. Op deze referentietijdstippen moet de financiële instelling een foto van de waarde van de belastbare effecten maken.

Rekening houdend met de datum van inwerkingtreding van de wet loopt de eerste referentieperiode van 10 maart 2018 tot en met 30 september 2018 en telt zij maar drie referentietijdstippen: 31-03, 30-06 en 30-9.

Wanneer een effectenrekening wordt geopend of afgesloten en wanneer een titularis wordt toegevoegd of geschrapt, dan is er sprake van een bijzonder referentietijdstip en een bijzondere (verkorte) referentieperiode (zie vraag ‘Wat zijn ‘bijzondere referentieperiode’ en ‘bijzondere referentietijdstippen’?’).

Wat zijn ‘bijzondere referentieperiode’ en ‘bijzondere referentietijdstippen’?

Bepaalde situaties geven aanleiding tot een bijzonder referentietijdstip. De financiële instelling moet dan op die tijdstippen ook een foto van de waarde van de belastbare effecten maken. Dat is het geval in deze situaties:

  • wanneer een nieuwe effectenrekening wordt geopend;
  • wanneer een titularis aan een effectenrekening wordt toegevoegd;
  • wanneer een effectenrekening wordt afgesloten;
  • wanneer een titularis van een effectenrekening wordt geschrapt.

Het gevolg daarvan is dat een bijzondere referentieperiode aanvangt (opening effectenrekening / toevoeging van een titularis) of eindigt (afsluiting effectenrekening / schrapping van een titularis).

De bijzondere referentietijdstippen worden bij de gewone referentietijdstippen toegevoegd voor de berekening van de gemiddelde waarde voor een gewone of een bijzondere referentieperiode.

Hoe wordt de gemiddelde waarde bepaald als er meerdere titularissen zijn?

Op elk referentietijdstip wordt een foto van de waarde opgemaakt voor iedere titularis van de effectenrekening .

Als er meerdere titularissen zijn dan wordt het aandeel in de gemiddelde waarde wettelijk vermoed proportioneel te zijn met het aantal geregistreerde titularissen van de effectenrekening. Dit vermoeden geldt ook voor gehuwden. Een effectenrekening op naam van één van de gehuwde partners kent dus één titularis, ongeacht de vermogensrechtelijke verdeling van de effecten tussen beide echtgenoten.

Financiële instellingen mogen niet afwijken van het vermoeden van gelijke delen. Als je een berekening wenst op basis van je werkelijke aandeel in de gemiddelde waarde, dan kun je een rechtzetting vragen aan de belastingadministratie.

Wanneer ontvang je je overzicht en keuze tot opt-in?

Aan het einde van elke (gewone of bijzondere) referentieperiode maakt de financiële instelling een overzicht van de effectenrekeningen op. Dit overzicht vermeldt onder andere de gemiddelde waarde van de belastbare effecten die op de effectenrekeningen zijn ingeschreven. Elke klant die een effectenrekening heeft met een gemiddelde waarde die hoger is dan 0 euro ontvangt dit overzicht.  

Als de (geglobaliseerde) gemiddelde waarde 500.000 euro of meer per persoon bedraagt, zal de financiële instelling de verschuldigde taks automatisch inhouden.

Als de (geglobaliseerde) gemiddelde waarde minder dan 500.000 euro per persoon bedraagt, dan kun je ervoor kiezen om de taks toch te laten inhouden door de financiële instelling (opt-in). Deze mogelijkheid wordt door de financiële instelling aangeboden in het overzicht. Dit kan nuttig zijn als je effectenrekeningen bij verschillende financiële instellingen houdt en de totale gemiddelde waarde over al deze rekeningen 500.000 euro of meer bedraagt (en je dus de taks verschuldigd bent). Als je geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, dan moet je de taks zelf aangeven (via Tax-on-web) en betalen.

Praktische informatie met betrekking tot de werkwijze van Argenta vind je in het overzicht dat je zal ontvangen.