Beleggen als ondernemer: via je vennootschap of beter privé?

Laatst bijgewerkt: 23.02.2026 | Leestijd: 3 minuten

Je bent ondernemer en er staat een reserve op de betaal- of spaarrekening van je onderneming die je niet onmiddellijk nodig hebt voor de dagelijkse werking. Je wilt iets doen met het geld, want op de rekening levert het amper iets op. Het wordt zelfs minder waard als de rente lager is dan de inflatie. Beleggen kan dan interessant zijn. Maar hoe begin je eraan? Beleg je binnen de vennootschap, of zet je het geld beter eerst over naar je privévermogen? 

Mag je beleggen met een vennootschap?

Je mag met een vennootschap beleggen, tenzij in de statuten staat dat het niet mag.

Hoeveel mag je beleggen met een vennootschap?

In principe mag je met je vennootschap zoveel beleggen als je wilt. Hou wel rekening met:

  • Geplande investeringen en/of operationele kosten
  • Je beleggersprofiel en de beleggingshorizon van je vennootschap
  • Fiscale aspecten (bv. verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting)

Kortom: beleg alleen met geld dat de vennootschap niet meteen nodig heeft voor haar werking en dus vrij beschikbaar is.

Worden de beleggingen van een vennootschap belast?

De winst van de beleggingen van je vennootschap is bestemd voor de vennootschap. De opbrengst valt in principe onder de vennootschapsbelasting. Ontvangen interesten, dividenden en gerealiseerde meerwaarden worden beschouwd als belastbaar inkomen. Je betaalt dan ook roerende voorheffing bij de uitkering van de interesten en dividenden. Onder bepaalde voorwaarden kan die meestal wel verrekend worden met de vennootschapsbelasting.

Belegt je vennootschap in aandelen? Dan kun je onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een vrijstelling dankzij de DBI-aftrek (Definitief Belaste Inkomsten).

Beleg je best via de vennootschap of beter privé?

Het antwoord is genuanceerd. Beleggen via de vennootschap kan in sommige gevallen een interessante keuze zijn. Je hoeft dan niet eerst loon of dividend uit te keren om ermee aan de slag te gaan. Ook als je het geld binnen de vennootschap wenst te houden voor een toekomstige investering, kun je door het te beleggen vermijden dat je kapitaal blijft stilstaan.

Toch is het vaak interessanter om het geld dat je wilt beleggen eerst naar je privévermogen over te hevelen en pas dan te beleggen. Geld dat je belegt als privépersoon, wordt minder belast en is niet blootgesteld aan het ondernemingsrisico.

Hoe zet je zo fiscaalvriendelijk mogelijk geld van je vennootschap over naar je privévermogen?

Geld op een fiscaalvriendelijke manier overzetten naar je privévermogen vraagt tijd. Hoe sneller je dat doet, hoe meer belastingen je betaalt. Er zijn verschillende manieren om overtollige middelen uit je vennootschap naar je privévermogen over te hevelen.

Courant dividend

  • Je keert jezelf één keer per jaar winst uit vanuit de vennootschap in de vorm van een courant dividend.
  • De vennootschap houdt hier 30 % roerende voorheffing op in.
  • Je hoeft de inkomsten nadien niet meer aan te geven in je personenbelasting.

Liquidatiereserve (VVPR-ter)

  • Je legt met je vennootschap een liquidatiereserve (VVPR-ter) aan, gebaseerd op de winst (na belasting). 
  • Je betaalt een bijkomende vennootschapsbelasting (anticipatieve heffing) van 10 %. 
  • Reserves aangelegd vanaf 1 januari 2026 kun je na een wachttermijn van 3 jaar uit de vennootschap halen tegen 6,5 % roerende voorheffing en naar je privévermogen overzetten. Doe je dat eerder? Dan betaal je bijkomend 30 % roerende voorheffing. 
  • Voor bestaande reserves aangelegd vóór 1 januari 2026 kun je kiezen welke regeling je volgt. Ofwel kies je voor de nieuwe wachttermijn van 3 jaar en betaal je 6,5 % roerende voorheffing, ofwel wacht je minstens 5 jaar om ze uit te keren en betaal je 5 % roerende voorheffing (oude regeling). Wanneer je in de oude regeling vóór het verstrijken van de wachttermijn van 5 jaar de reserves wil uitkeren, betaal je bijkomend 20% roerende voorheffing.
  • FIFO-principe: bij uitkeringen worden eerst de oudste reserves aangesproken.
  • Je kunt de liquidatiereserve jaarlijks aanleggen. Zo komt er na de eerste 3 jaar elk jaar een bedrag vrij. 

VVPR-bis

  • Aandelen van kleine vennootschappen die zijn gecreëerd na 1 juli 2023, kunnen onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op het VVPR-bis-systeem.
  • In dit systeem kun je tegen 15 % roerende voorheffing dividenden uitkeren die zijn toegekend uit de winstverdeling van het derde boekjaar na het boekjaar van de inbreng.

Volgens het begrotingsakkoord van 24 november 2025 zal het verlaagde tarief van de roerende voorheffing op VVPR-bis dividenden en liquidatiereserves worden opgetrokken van 15 % naar 18 %. De wijziging zou in het voorjaar van 2026 worden gestemd.

Individuele pensioentoezegging (IPT)

  • Geld dat je belegt in een individuele pensioentoezegging (IPT) wordt uitgekeerd op het moment dat je met (vervroegd) wettelijk pensioen gaat.
  • De vennootschap betaalt de premie voor je IPT. Je kunt de premie aftrekken als beroepskost in de vennootschapsbelasting zolang je de fiscale 80%-grens niet overschrijdt (je wettelijke en je aanvullende bedrijfspensioen mogen samen niet hoger liggen dan 80% van je laatste normale bruto jaarbezoldiging).
  • Afhankelijk van je IPT-contract, kun je een deel van het opgebouwde kapitaal gebruiken voor de aankoop, bouw, renovatie of reparatie van een onroerend goed gelegen in de Europese Economische Ruimte.
  • Wanneer je pensioenkapitaal uitgekeerd wordt, betaal je een eenmalige eindbelasting van 10 tot 20 % afhankelijk van je leeftijd op het moment van uitbetaling. Naast deze belasting moeten er ook een RIZIV-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage (tussen 0 en 2%) betaald worden.
  • Wordt je vennootschap verkocht of gaat ze failliet? Ook dan behoud je het opgebouwde kapitaal.

Advies nodig?