'Krimpen’ je spaarcenten? En wat kost een woning echt? 7 geldvragen beantwoord

Laatst bijgewerkt: 12.10.2026 | Leestijd: 6 minuten

1. "In het nieuws lees ik vaak dat inflatie slecht is voor mijn spaargeld. Maar op mijn bankrekening zie ik niks veranderen. Wat doet inflatie precies?"

Hans Populaire, expert Sparen bij Argenta: “Het klopt dat het bedrag op je rekening niet letterlijk daalt door inflatie. Maar het wordt wél minder waard. Dat heeft te maken met je koopkracht.”

“Inflatie betekent dat de prijzen van producten en diensten stijgen: met hetzelfde bedrag kun je elk jaar minder kopen dan voorheen. Bij een inflatie van 3,5 procent heb je vandaag 103,50 euro nodig om dezelfde aankopen te kunnen doen als vorig jaar met 100 euro. Op 100.000 euro spaargeld is die impact natuurlijk duizend keer groter.”

“Hoe bescherm je de waarde van je geld? Dat begint met een goede spreiding. Een spaarrekening blijft een goede keuze voor je financiële buffer of als je spaart voor een toekomstige aankoop. Zo blijft je geld beschikbaar wanneer je het nodig hebt. Geld dat je voor een langere tijd kunt missen, kun je eventueel investeren in vastgoed of beleggen. Op lange termijn bieden die investeringen vaak meer kans op een hoger rendement, waardoor je de impact van inflatie mogelijk beter kunt opvangen. Het is wel belangrijk om rekening te houden met de risico's: de waarde van beleggingen en vastgoed kan stijgen, maar ook dalen.”

2. “Vrienden van me kopen een woning en schrikken van de kosten. Wat kost een woning echt?”

Koen Vonck, expert Wonen bij Argenta: “Het is een valkuil om enkel naar de vraagprijs van een woning te kijken. Ruw geschat moet je in Vlaanderen 5 procent extra rekenen bovenop de aankoopprijs vanwege de extra kosten: registratierechten, notariskosten, administratieve kosten, en kosten van de hypothecaire lening. Koop je voor 400.000 euro, dan is dat dus 20.000 euro. Daarna is de vraag hoeveel werk de woning nodig heeft. Bij een ouder pand loopt het renovatiebudget snel op tot 50.000 of 100.000 euro. Denk ook aan vaste uitgaven, zoals verzekeringen of gemeenschappelijke kosten bij een appartement. En aan onderhoudskosten: gemiddeld bedragen die 1 procent van de waarde van het huis per jaar, in dit geval dus 4.000 euro.”

“Voorzie bij de aankoop voldoende eigen middelen. Doorgaans leen je best maximaal 90 procent van de aankoopprijs. Bij een woning van 400.000 euro betekent dat dat je zelf ongeveer 40.000 euro inbrengt. Daarbovenop komen nog de aankoopkosten van ongeveer 20.000 euro. In totaal heb je dus ongeveer 60.000 euro aan eigen middelen nodig. Breng ook in kaart of je inkomsten de vaste kosten en het jaarlijkse onderhoud kunnen dragen, bovenop de lening, en bereken hoeveel spaargeld de eerste opknappingen zullen vragen.”

3. “Iedereen praat over beleggen, maar hoe start je als leek? Ik heb geen idee.”

Simon Vervoort, expert Vermogen bij Argenta: “Ga eerst na of je een solide basis hebt. Heb je geld opzij voor onverwachte uitgaven? Of wil je binnenkort een grote aankoop doen? Beleggen doe je met centen die je de komende jaren níét nodig hebt. Bepaal ook vooraf waarvoor je belegt en wanneer je het geld denkt nodig te hebben. Spaar je voor een aanvullend pensioen, wil je de studies van je kinderen financieren of overweeg je om een tweede verblijf te kopen? Je beleggingsdoel helpt mee bepalen hoeveel risico je kunt nemen en welke beleggingsoplossingen het best bij je passen.”

“De meest gekende beleggingsproducten zijn aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en ETF’s. De laatste 2 zijn relatief toegankelijke opties voor beginnende beleggers: met één belegging investeer je meteen in een groot aantal bedrijven, sectoren of regio's, waardoor je risico automatisch meer gespreid is. Daardoor vragen ze minder kennis, tijd en opvolging dan individuele aandelen of obligaties, waarbij je zelf een evenwichtige spreiding moet samenstellen.”

“Hoe start je nu effectief? Beginnen met beleggen is vandaag laagdrempeliger dan ooit. Wil je zelf aan de slag, dan heb je meestal enkel een zichtrekening, een effectenrekening en toegang tot een (bank)app of online platform nodig. Heb je liever advies? Dan kun je een afspraak maken met een adviseur van je bank. Samen bekijken jullie je financiële situatie, je beleggingsdoelen en de risico’s die je bereid bent te nemen, zodat je een oplossing kunt kiezen die aansluit bij je verwachtingen.”

4. "Een spaarrekening brengt weinig op, maar ik wil toch een buffer voorzien. Hoeveel zet ik best opzij?”

Hans Populaire: “Er bestaat geen ideaal bedrag dat voor iedereen geldt. Hoeveel buffer je nodig hebt, hangt af van je persoonlijke situatie. Ben je alleenstaand of heb je een gezin? Heb je een eigen woning of huur je? Ben je werknemer met een vast inkomen of zelfstandige met meer schommelingen in je inkomsten? Ook je maandelijkse uitgaven en eventuele leningen spelen een rol.”

“Als richtlijn wordt vaak een reserve van 3 tot 6 maanden netto-inkomen aanbevolen. Bij een nettoloon van 2.500 euro komt dat neer op een spaarbuffer van zo’n 7.500 tot 15.000 euro. Maar dat is dus geen vaste regel. Het belangrijkste is dat je voldoende geld achter de hand hebt om onverwachte kosten op te vangen, zoals een grote herstelling aan je woning of wagen, of een tijdelijke terugval in inkomsten.”

5. “Ik vermoed dat mijn pensioen later niet zo groot zal zijn. Is pensioensparen interessant?”

Simon Vervoort: “Pensioensparen is nog steeds één van de meest gekende en populaire manieren voor Belgen om extra vermogen op te bouwen. Je doet elke maand (of elk jaar) een storting die op lange termijn kan uitgroeien tot een groot bedrag. Deze beleggingsvorm is vooral opgezet zodat mensen gedisciplineerd blijven sparen tot hun pensioen. Daardoor geniet je nu al een potentieel belastingvoordeel én bouw je vermogen op voor later.”

“Je kunt pensioensparen in een fonds, met een variabel rendement, of in een pensioenspaarverzekering, met een vast rendement. Omdat de meeste mensen relatief vroeg met pensioensparen starten, zien we dat het pensioenspaarfonds de meest populaire keuze is, omwille van de vaak nog lange beleggingshorizon. Uiteraard kun je ook vermogen opbouwen voor later door te beleggen zonder belastingvoordeel, zoals rechtstreeks beleggen in fondsen, trackers of aandelen. Beide opties hebben hun eigen voor- en nadelen en kunnen elkaar versterken.”

6. “Ik koop een woning en ben op zoek naar de beste lening. Waarop moet ik letten?”

Koen Vonck: “Veel Vlamingen kijken naar de rentevoet. Maar een ander belangrijk cijfer is het jaarlijks kostenpercentage of JKP van de lening. Dat geeft een vollediger beeld van hoeveel een lening kost.”

“Het jaarlijks kostenpercentage ligt meestal wat hoger dan de rentevoet, want het neemt de kosten bij de lening mee in rekening. Denk aan de dossierkosten en verzekeringen. Zo kan het gebeuren dat het JKP van bank A, bij een rentevoet van 3,2 procent, hoger ligt dan het JKP van bank B, bij een rentevoet van 3,3 procent: dat toont dat de kosten bij bank A hoger liggen en je daar uiteindelijk toch duurder uitkomt.”

“Behalve het JKP is het sterk aangeraden om ook de totale kostprijs in euro’s naast elkaar te leggen. Dat maakt het vergelijken van leningen concreter. Let er ook op dat je leningen op dezelfde basis vergelijkt. Selecteer hetzelfde leenbedrag, dezelfde looptijd en dezelfde formule om de rentevoet, het JKP en de totale kost eerlijk naast elkaar te leggen.” 

7. "Ik ben onzeker of ik genoeg spaar voor mijn pensioen. Hoeveel moet ik aan de kant hebben om comfortabel te leven?”

Simon Vervoort: “In essentie wil je het verschil berekenen tussen de inkomsten die je verwacht en de uitgaven die je wil kunnen doen. Stel dat je maandelijks 2.000 euro netto pensioen verwacht en je schat dat je zo’n 2.300 euro per maand zal uitgeven: dat is een verschil van 300 euro per maand of 3.600 euro per jaar. Voor een pensioen van 20 jaar heb je dus 72.000 euro nodig, zonder rekening te houden met de inflatie, het rendement op je spaargeld of onverwachte grote kosten.”

“Veel hangt af van je huidige levensstandaard (inkomsten vs. uitgaven) alsook je gewenste, toekomstige levensstandaard, plannen en verwachtingen. Misschien wil je tegen je pensioen meer gaan reizen, nieuwe hobby’s verkennen of je (klein)kinderen financieel ondersteunen? Anderzijds kunnen bepaalde kosten tegen dan wegvallen, zoals een hypothecaire lening of uitgaven voor kinderen die financieel zelfstandig zijn geworden. Tegenwoordig bestaan er heel wat simulatoren die je kunnen helpen je totaalplaatje in kaart te brengen. Of bespreek je situatie met je bankadviseur, die samen met jou kan bekijken welke pensioenopbouw bij jouw doelen past.”

Versterk je financiële kennis