- Je taalkeuze wordt bewaard.
- Je kantoor wordt onthouden.
- Je sessie wordt beveiligd.
- Je krijgt de standaardversie van onze website te zien. De inhoud wordt niet aangepast aan jouw voorkeuren.
2026: Economische vooruitzichten
23 januari 2026
Een toekomstvisie voor de globale economie en wereldbeurzen uitschrijven staat altijd in het teken van de kansen die we toekennen aan uiteenlopende scenario’s. Een voorspelbaar jaar kenmerkt zich door weinig variatie qua kansen en een beperkte waaier aan scenario’s. Voor 2026 zal dat allerminst het geval zijn.
Gedreven door het vertekende wereldbeeld van haar leiders, een systematische onderschatting van tegenstanders (zoals in het handelsconflict met China) en een gebrekkig inzicht in economische wetmatigheden (denk aan de opgelegde importtarieven of de onverhoedse aanval op de onafhankelijkheid van de Amerikaanse centrale bank) probeert de machtigste economie ter wereld onvoorspelbare en inconsistente beslissingen aan de rest te dicteren.
Dat dwingt de financiële markten in 2026 om hun queeste verder te zetten op een grillig pad, dat bezaaid is met willekeurig rondgestrooide obstakels, terwijl aan weerszijden een diepe afgrond gaapt en er permanent 'code rood' geldt voor lawinegevaar.
Hoewel dat beeld de gemiddelde waarnemer verontrust, schrikt het ons in mindere mate af. Op de moeilijkste momenten putten we vertrouwen uit de indrukwekkende opmars van de beurzen in de afgelopen decennia. Gevaar loerde ook toen om elke hoek. Politieke onrust of vrees voor zeepbellen leidden frequent tot scherpe correcties, maar met het nodige geduld en incasseringsvermogen, kwam de markt haar tegenspoed telkens weer te boven.
Grafiek 1: Evolutie van de wereldindex aandelen en MSCI VS sinds 1/1/’91 (net return in €)
De beurswijsheid “Wall Street climbs a wall of worry” blijft actueel. Hetzelfde principe kennen we van de middeleeuwse spreuk dat het in troebel water goed vissen is. Die volkswijsheid geeft aan dat verwarring en onrust (het troebele water) kansen bieden voor wie durft te handelen terwijl anderen in paniek slaan in tijden dat onzekerheid en pessimisme wegen op de economische groei op de beurzen.
Crisis? What crisis?
De beurs weerspiegelt niet alleen de economie; ze stoelt haar vooruitgang op de verwachte renteontwikkeling, de vereiste risicopremies en – bovenal – de groeiperspectieven voor de bedrijfsresultaten. Die renteontwikkeling is onder meer afhankelijk van de inflatieverwachtingen, budgettaire druk en, in mindere mate, de economische groei. De risicopremie is omgekeerd evenredig met de koers-winstverhoudingen en geeft aan in welke mate beleggers bereid zijn toekomstige risico’s te aanvaarden. De winstontwikkeling is dus afhankelijk van de economische groei, de bestedingen van consumenten, bedrijfsmarges en investeringen.
De beursvooruitgang in 2025 was vooral te danken aan dat laatste element: investeringen. Rentetarieven en risicopremies oefenden het afgelopen jaar weinig invloed uit. Ook voor 2026 is de verwachting dat de impact van beide factoren beperkt blijft. De exponentiële groei van AI-gerelateerde investeringen heeft daarentegen een ongeziene kapitaalgolf op gang gebracht. Dat kwam vooral producenten van geavanceerde geheugenchips en AI-infrastructuur ten goede. Al leidt dat inmiddels tot hooggespannen verwachtingen over de productiviteitswinsten die de industrie en dienstensector zullen kunnen boeken dankzij AI.
Grafiek 2: Evolutie van de prijs van geheugenchips (100 = 01/01/2024)
Bij de producenten van geheugenchips leidde dat tot een winstexplosie, maar bij de verstrekkers van infrastructuur resulteerde dat vooral in omvangrijke Capex-bestedingen (langetermijninvesteringen) waarvan de rentabiliteit pas in een latere fase tot uiting zal komen.
2026: Het jaar van de lakmoestest op de technologiebeurzen
Daar waar de voorbije 2 jaar de belofte van een versnelling in productiviteit – en daarmee de bedrijfswinsten – nog volstond, ligt de bewijslast nu aanzienlijk hoger. De cruciale vraag is of de focus op hardware en infrastructuur naadloos kan verschuiven naar de tastbare winstgevendheid van AI-toepassingen in de bredere economie. Pas dan kan een bredere groep bedrijven de fakkel van de chipreuzen op de beurzen overnemen. Bij de eindgebruikers lijkt het momenteel echter nog te vroeg om substantiële efficiëntieverbeteringen op te tekenen.
Een dergelijke AI-realiteitstoets kan zich op een onverhoeds moment plots ontladen in neerwaartse koerscorrecties, zeker wanneer het ongeduld bij beleggers de overhand haalt op de verwachte rendabiliteitssprong die verder naar de toekomst wordt verschoven. Hun eventuele uittocht kan tussentijds een spoor van vernieling achterlaten op de beursvloer.
Hoewel we er niet aan twijfelen dat AI een ongekend krachtige, opwaartse economische golf zal inleiden, kan de tijd die daarvoor nodig is tot ontnuchtering leiden.
Ook in deze context is de Wet van Amara eens te meer toepasselijk: de impact van een nieuwe technologie wordt op korte termijn vaak overschat, om vervolgens op lange termijn substantieel te worden onderschat.
Of vrij vertaald: koerscorrecties van AI-gerelateerde waarden op korte termijn vormen de opportuniteiten voor geduldige beleggers op de langere termijn.
Europa’s stuntzege in 2025
Zelfs met de wind van de AI-investeringen in de rug moesten de Amerikaanse beurzen het vorig jaar afleggen tegen de Europese aandelenmarkten (zelfs vóór de correctie en koersval van de Amerikaanse dollar). Dat laatste was vooral te danken aan een opmerkelijke klim van de bankaandelen, die profiteerden van de ruime winstmarges op spaardeposito’s.
Grafiek 3: Evolutie van de bank- en defensiesector in de Eurozone.
Daarnaast liet de defensiesector een ongekend sterke koerssprong optekenen, volgend op de belofte van Europese lidstaten om hun budgettaire inspanningen substantieel op te voeren om zo de Europese buitengrenzen te kunnen verdedigen.
Er is geen directe reden om een terugval van één van beide factoren te verwachten in 2026. De rentabiliteit van de Europese banken komt (voorlopig) niet in gevaar, omdat de ECB de interbancaire rente voor onbepaalde tijd op een relatief hoog peil houdt, terwijl de vergoeding op spaardeposito’s verder wegkwijnt en desondanks de spaarvolumes gestaag toenemen.
De beurzen in 2026
We onderzoeken de 3 drijvende krachten voor de aandelenbeurzen in 2026: verwachte bewegingen van de rentevoeten, de vereiste risicopremies en de evolutie van bedrijfswinsten.
Dat gebeurt tegen de achtergrond van een afname van de inflatoire druk. Tegelijkertijd houden we rekening met hardnekkige geopolitieke spanningen die verder uitbreiden; van de huidige handelsoorlog met China en het militaire conflict in Oekraïne naar een Amerikaans-Europees conflict over Groenland.
Rentetarieven in functie van inflatievooruitzichten
In het voorjaar van 2025 bleek de Amerikaanse inflatie hardnekkiger dan gehoopt. De indicatoren liepen slechts tergend langzaam terug, onder druk van obstinaat hoge huurprijzen en opgelopen financieringslasten; als een direct gevolg van de drastische rentepolitiek van de Fed.
Toen Donald Trump op 2 april 2025 in de Rozentuin een agressieve verhoging van de importtarieven aankondigde, nam de vrees voor een nieuwe inflatieschok toe. Er werd gevreesd dat de hogere invoerrechten integraal zouden worden doorgerekend aan de consument. De Amerikaanse arbeidsmarkt beschikt niet over de nodige reserves om importgoederen te substitueren met eigen producten, terwijl de verouderde Amerikaanse industrie niet in staat is om haar productie op korte termijn op te schalen.
Bedrijven hebben echter op grote schaal op deze tariefverhogingen1 geanticipeerd, waardoor de opwaartse druk op de prijzen zich aanvankelijk slechts geleidelijk manifesteerde. Toen de Amerikaanse regering na enkele maanden inzag dat de tarieven vooral in eigen land aanzienlijke schade aanrichtten, leidde de verlaging van de meeste invoerrechten tot een verdere demping van de inflatie.
De belangrijkste rem op de prijsstijgingen kwam voort uit de afnemende inflatie op binnenlands geproduceerde goederen en, vooral, diensten. Daardoor steeg de totale inflatie uiteindelijk slechts licht.
Dat de inflatie niet forser opliep, was mede toe te schrijven aan de passieve houding van het bedrijfsleven. Onder druk van de grote economische onzekerheid deden bedrijven nauwelijks extra aanwervingen en ondernamen ze geen pogingen om de dure importgoederen te substitueren door binnenlandse productie. Door zo’n gebrek aan extra vraag naar arbeid bleven de loonstijgingen beperkt, wat een loon-prijsspiraal voorkwam. De vrijgekomen investeringscapaciteit is vrijwel volledig ingezet voor de verdere uitbouw van AI-toepassingen.
Grafiek 4: Evolutie van de verwachte inflatie in de VS (CPI all-in inflatie)
Voor de komende jaren wordt in de VS een licht neerwaartse inflatietrend verwacht, tegen een achtergrond van gematigde loonstijgingen en relatief stabiele prijzen in de dienstensector. De industriële sector moet wel rekening houden met een structureel hogere inflatie, door de blijvend hoge importtarieven, om strategische redenen, op staal, aluminium en mogelijk ook op koper.
Economische vooruitzichten voor de eurozone
De inflatie in de eurozone vertoont een aanhoudend neerwaartse trend. De bescheiden groeiverwachtingen in de Europese industrie zorgen nauwelijks voor opwaartse druk op de prijzen en houden de loonstijgingen beperkt. Hoewel de Europese economie niet volledig wegzakt, houdt de industriële malaise aan, met Duitsland voorop. De economische motor van Europa kampt voor het 3de jaar op rij met een teleurstellend groeitempo; een reeks die onmiskenbaar wijst op dieperliggende structurele problemen.
Grafiek 5: Evolutie van de werkloosheid in de EU, Duitsland en de VS
Door het Amerikaans-Chinese handelsconflict en de restricties op de export naar de VS raakt de Europese industrie steeds nauwer ingesloten. De VS ‘bewaakt’ zijn grenzen met hoge importtarieven, zodat Europa de ‘markt van laatste instantie’ wordt voor Chinese overschotten, zoals staal en elektrische voertuigen.
Onze markten dreigen hierdoor overspoeld te worden met goedkope producten die de Amerikaanse markt niet meer op mogen. De koersval van de dollar ten opzichte van de euro verergert de situatie nog. Omdat de Chinese yuan de dollar volgt, is de concurrentiepositie van Chinese exporteurs aanzienlijk versterkt. De koppeling tussen de yuan en de dollar, gecombineerd met een relatief sterke euro, maakt de Europese export duurder en Chinese import goedkoper. Het Chinese handelsoverschot neemt intussen in belangrijke mate toe, ondanks een substantiële terugval van haar exportvolumes naar de VS. Dit duidt op een aanzienlijke verslechtering van de Europese handelsbalans, terwijl de dreiging van industriële krimp verder toeneemt.
Grafiek 6: Evolutie van het Chinese handelsoverschot (uitgedrukt in VS-dollar)
Sluipend industrieel verval in Europa
Normaliter leidt een dergelijke krimp van de industriële capaciteit tot massale ontslagen, wat beleidsmakers vervolgens dwingt tot actie. De huidige demografische ontwikkelingen in Europa maskeren die structurele erosie. De massale uitstroom van de babyboomgeneratie (geboren tussen 1946 en 1964) wordt slechts in beperkte mate opgevangen door nieuwkomers, waardoor de werkloosheidscijfers misleidend laag blijven.
Omdat de arbeidsmarkt bij oppervlakkige waarneming nog steeds sterk oogt, ontbreken de gebruikelijke politieke waarschuwingssignalen en blijven de corrigerende maatregelen uit die nodig zijn om het industriële verval tegen te gaan.
Het grote risico is dat politici door deze verborgen crisis indommelen, terwijl de Europese productiecapaciteit onherstelbaar wegvloeit. Het is een somber maar realistisch beeld van een Europa dat in versneld tempo zijn geopolitieke relevantie verliest, zonder dat er ergens een acute alarmbel afgaat. Daarom pleiten wij voor een doorgedreven zoektocht naar een nieuw industrieel elan, gestoeld op realisme, dat moet leiden tot een innovatief economisch beleid. Enkel zo kunnen wij voldoende weerwerk bieden tegen de gevaren van politieke passiviteit en de verdeeldheid tussen de Europese lidstaten.
Eerst moet men dan de politieke moed opbrengen om het probleem te herkennen en te erkennen, en de verleiding van de 'gemakkelijkheidsoplossing' – de verstikkende regelneverij – weerstaan. Regels blijven uiteraard noodzakelijk, maar in plaats van hindernissen op te werpen, moeten ze juist duidelijkheid en investeringszekerheid verschaffen: een noodzakelijke voorwaarde om het huidige investeringstekort aan te pakken en de industriële achterstand in te lopen.
De rol van het monetaire beleid
Belangrijk voor het Europese herstelbeleid is de feiten onder ogen te zien, verouderde dogmatische posities te verlaten en de beleidsrente in lijn te brengen met de economische realiteit.
Met een lagere kortetermijnrente krijgt de Europese industriële motor voldoende brandstof om de concurrentiestrijd met mondiale belagers aan te gaan. Het al te makkelijke tegenargument luidt dat de primaire taak van de ECB het waarborgen van prijsstabiliteit is, en dat de kortetermijnrente daarom niet onder de 2 % kan dalen zolang de inflatie zich op datzelfde niveau bevindt.
Maar de beleidsploeg van een centrale bank moet zich niet alleen op het heden richten; ze moet 'ahead of the curve' vooruitblikken en anticiperen op de verwachte inflatie, die tegen eind 2026 eerder op een niveau van 1,63 % zal liggen.
Grafiek 7: Verwachte Europese inflatie
Vandaar dat de ECB wel degelijk over voldoende ruimte beschikt om het Europese industriële beleid te ondersteunen. Het is dan ook paradoxaal dat het vooral de Duitse ‘haviken’ in de bewindsploeg zijn die zich tegen die koers verzetten, terwijl juist hun eigen industrie het meeste baat heeft bij een lagere rente. Dat leidt tot een conflict tussen ideologische inflatievrees en industriële noodzaak.
Het debat is momenteel misplaatst, omdat het stoelt op de reeds lang achterhaalde veronderstelling dat een hogere rente de inflatie altijd afremt. Dat is alleen het geval wanneer economische groei wordt aangezwengeld door overmatige consumptie en overinvestering. In de huidige omstandigheden is daar totaal geen sprake van.
Integendeel: een lagere rente zal de financieringskosten voor bedrijven doen dalen, wat de opwaartse druk op de prijzen juist wegneemt. Een hogere investeringsgraad zal bovendien de efficiëntie van Europese bedrijven verhogen – als een rechtstreeks gevolg van de lagere rente en adequate regelgeving – wat uiteindelijk leidt tot lagere productieprijzen. Om een loon-prijsspiraal te vermijden, geldt als basisvoorwaarde dat het investeringsbeleid, gelet op de structurele krapte op de arbeidsmarkt, voldoende oog moet hebben voor automatisering.
Grafiek 8: Verwachte pad van de Europese beleidsrente.
De futures-markten, die speculatief vooruitblikken, wijzen er overduidelijk op dat er geen hoop is op een daling van de ECB-rente.
Ook in de VS is het neerwaarts potentieel beperkt. Het valt de Federal Reserve (Fed) niet zwaar om tal van redenen te vinden waarom de Amerikaanse beleidsrente op het huidige niveau moet blijven. De inflatie vertoont weliswaar een dalende trend, maar de verbetering zet zich in een tergend laag tempo door. Bovendien blijft het latente gevaar van een nieuwe prijsopflakkering bestaan door de verhoogde importtarieven, die voor een aanzienlijk deel worden doorberekend aan de Amerikaanse consument. Aangezien President Trump onverminderd dreigt met nieuwe of hogere heffingen, is het inflatierisico verre van geweken.
De financiële markten houden momenteel rekening met een eenmalige renteverlaging van een kwart procent, ergens in de vroege tweede helft van 2026. Tegen die tijd zal de huidige voorzitter van de Fed, Jerome Powell – wiens termijn in mei 2026 afloopt – naar alle waarschijnlijkheid zijn opgevolgd door een vertrouweling van de president.
Hoewel wij een dergelijk verlies aan onafhankelijkheid en geloofwaardigheid van de Fed betreuren, is de vaststelling wel dat de Amerikaanse kortetermijnrente simpelweg te hoog staat door het onhandige en paniekerige monetaire beleid van 2022 en 2023. Een verlaging zou dan ook eerder als een noodzakelijke normalisatie moeten worden beschouwd.
Grafiek 9: Verwachte pad van de Amerikaanse beleidsrente
Door de onafhankelijkheid van de centrale bank op zo’n groteske wijze op het spel te zetten, riskeert de VS een monetaire crisis. Zo ver zal het vermoedelijk niet komen; om de Fed volledig buitenspel te zetten ‘of naar de hand van de president) te zetten, is immers parlementaire goedkeuring vereist. Na de tussentijdse verkiezingen in november 2026 zal daar – gezien de politieke verhoudingen – waarschijnlijk geen draagvlak voor zijn. Zo neemt de politieke druk op de Fed weliswaar toe, maar niet tot het niveau waarop de beleidsploeg degradeert tot een marionet van de regering.
Impact op de langetermijnrente
Ook de langetermijnrente lijkt, noch aan de oostkust, noch aan de westelijke oevers van de 'Atlantische Plas', over noemenswaardig dalingspotentieel te beschikken.
De financiële inspanningen die in Europa dringend nodig zijn om de defensie op een geloofwaardig peil te brengen, vragen een aanzienlijke toename van de overheidsuitgaven. Dat zet de rente op staatspapier onder spanning, ondanks de geleidelijke afname van de verwachte inflatie en de matige conjunctuur.
Grafiek 10: Overheidsobligaties (10 jaar) in de VS en de Eurozone
De VS lijkt op het eerste gezicht over meer budgettaire ruimte te beschikken, gelet op de enorme voorsprong in militaire slagkracht, de geregeld opwaarts bijgestelde economische groeiverwachtingen en de ontzagwekkende winsten van haar technologiereuzen. Bovendien zijn de inkomsten uit importheffingen inmiddels opgelopen tot naar schatting 100 à 150 miljard USD.
En toch biedt deze 'bonanza' geen zekerheid. De wettelijke grondslag van deze invoertaksen is immers wankel en het Hooggerechtshof toetst ze momenteel aan de Grondwet. Er bestaat weinig twijfel dat Trump de wet uit 1977 (IEEPA) die hij inroept, volledig buiten de oorspronkelijke context gebruikt.
De vraag is wat de gevolgen zijn als de Amerikaanse opperrechters de tarieven afwijzen. In een extreem scenario zou de VS verplicht kunnen worden de geïnde bedragen terug te betalen, al zal het waarschijnlijk niet zo ver komen; de rechters kunnen om pragmatische redenen besluiten dat de reeds ontvangen inkomsten behouden blijven. Een juridische afwijzing betekent echter niet het einde van de invoerrechten. Trump zal dan waarschijnlijk teruggrijpen naar andere wetgeving (zoals de handelswetten van 1962 of 1974 2), of in het uiterste geval een systeem van 'importlicenties' introduceren.
Al met al staat de langetermijnrente in de VS, gecorrigeerd voor inflatie, op het 30-jarige gemiddelde. Bovendien is de vrees voor een kunstmatige 'default' op Amerikaanse staatsobligaties nagenoeg volledig weggeëbd. Vandaar dat er momenteel weinig op- of neerwaartse druk op de Amerikaanse overheidsrente wordt uitgeoefend.
Binnen de eurozone wordt rekening gehouden met een verdere afname van de renteverschillen tussen enerzijds de Italiaanse en Spaanse staatsobligaties en anderzijds de Duitse 10-jarige rente.
Grafiek 11: Verschillen met Duitse rentetarieven op 10-jarig staatspapier
De reden is tweeledig. Enerzijds kan de eurozone zich geen tweede existentiële crisis permitteren, gelet op de geopolitieke spanningen. Anderzijds is de verwachting dat Duitsland, na het versoepelen van de Schuldenbremse, grotere begrotingstekorten zal laten optekenen. Hierdoor zal het land zich minder positief onderscheiden op het vlak van budgettaire discipline.
Historische waarderingen op de aandelenmarkten
De historisch hoge waardering van Amerikaanse aandelen wordt, ondanks hun underperformance ten opzichte van hun Europese tegenhangers in 2025, gezien als een belangrijk risico voor het lopende jaar. De omvangrijke investeringen in AI-infrastructuur hebben een aantal Amerikaanse technologiebedrijven naar stratosferische koersniveaus gekatapulteerd.
Toch wijst dit (nog) niet op een zeepbel. De koersstijgingen waren zeer selectief en vooral gericht op bedrijven die rechtstreeks profiteren van de AI-investeringsboom, zoals specifieke chipfabrikanten en aanbieders van infrastructuur. De overige waarden kenden slechts een matige vooruitgang.
De gestegen koers-winstverhoudingen leiden tot bezorgdheid, maar de beoordeling daarvan is sterk afhankelijk van de gekozen tijdshorizon. Indien de verwachte winsten over een periode van 3 jaar worden berekend, valt de koers-winstverhouding nog mee, al blijft ze historisch gezien op een hoog niveau. De kern van de problematiek: ofwel is er sprake van een overwaardering die een afkoelingsfase aankondigt, ofwel staan we aan de vooravond van een uitzonderlijke groeiversnelling, zoals we die in de afgelopen decennia niet hebben gekend.
De huidige hoge waardering – en de daarmee gepaard gaande lage risicopremie – weerspiegelt het toegenomen vertrouwen in de toekomstige groei van de Amerikaanse bedrijfswinsten, die op haar beurt de brandstof levert voor de aanhoudende AI-boom.
De Europese en Aziatische beurzen bieden weliswaar een merkbaar hogere risicopremie, maar dat is te wijten aan zowel de lagere waardering als het beperktere groeipotentieel van deze markten.
De verwachte groei van de bedrijfswinsten vormt het fundament voor de beursontwikkelingen en dient als buffer tegen externe factoren, zoals de verdere escalatie van geopolitieke spanningen.
Een dergelijke constellatie is niet alleen kwetsbaar voor externe risico’s, maar ook voor interne schokken. Het risico doet zich voor zodra er twijfel sluipt in de groeivoorspellingen of er vragen worden gesteld over de verdere expansie van de AI-investeringsboom of wanneer – en dit is wellicht het meest realistische scenario – het moment waarop voldoende rentabiliteit wordt bereikt, verder naar de toekomst wordt verschoven.
Het blijft hoe dan ook indrukwekkend en ondersteunend voor het beleggersvertrouwen om het verwachte groeipad van de bedrijfswinsten in de technologiesector af te zetten tegen het groeiritme van de overige aandelen in de S&P 500-index en de MSCI Europe-index.
Grafiek 12: Verwachte groeipad van S&P 500, de technologie-index en de MSCI Eurozone
1 De tariefverhogingen op zich waren geen verrassing, wel het bovenmatige agressieve karakter ervan.
2 De jaartallen verwijzen naar de formele wetten die door het Amerikaanse Congres zijn aangenomen. De president “gebruikt” de bevoegdheden die hem in deze wetten zijn toegekend:
- 1962: De Trade Expansion Act (waarin Section 232 staat voor nationale veiligheid).
- 1974: De Trade Act (waarin Section 301 staat voor onredelijke handelspraktijken).
- 1977: De International Emergency Economic Powers Act (IEEPA), die Trump nu in januari 2026 gebruikt voor de universele tarieven.