- Je taalkeuze wordt bewaard.
- Je kantoor wordt onthouden.
- Je sessie wordt beveiligd.
- Je krijgt de standaardversie van onze website te zien. De inhoud wordt niet aangepast aan jouw voorkeuren.
Hogere kosten en lagere inkomsten: zelden een recept voor succes
6 februari 2026
De AI-revolutie dwingt de beurs tot een pijnlijke herwaardering tussen de enablers (chipmakers) en de users (softwarebedrijven). De AI-revolutie dreef de beurzen naar ongekende hoogten, maar de explosieve kosten voor geheugenchips en de disruptieve druk op winstmodellen laten de twijfel op de financiële markten oplaaien.
Het beursjaar is nog maar nauwelijks uit de startblokken geschoten, maar liet al meerdere gezichten zien. Enerzijds drijft het optimisme over oplopende AI-gerelateerde bestedingen — en de daarbij horende efficiëntieverbeteringen op de middel- en lange termijn — de technologiebeurzen vooruit. Anderzijds doet de groeiende scepsis over diezelfde investeringsgolf de financiële markten wankelen.
Bepaalde deelgebieden van de IT-sector moeten meer en meer rekening houden met de disruptieve impact van AI op hun momenteel winstgevende activiteiten. AI-systemen blijken als softwareontwikkelaar of in de klantenservice vaak beter en goedkoper te presteren dan gevestigde spelers. Wanneer goedkopere AI-applicaties bestaande software overbodig maken, dreigen de marges van zulke bedrijven aanzienlijk te slinken.
Alleen de software die de AI-toepassingen zelf aandrijft, lijkt op termijn rendabel te kunnen blijven. Dat is op zich geen nieuwe vaststelling, maar tijdens de eerste dagen van februari kwam ze vol in het brandpunt van de belangstelling te staan. Tegelijkertijd lopen de kosten om de concurrentie op het vlak van AI bij te benen steeds hoger op. Onder meer door de exponentiële prijsstijgingen van geheugenchips (DRAM) en de nijpende schaarste[1], die vertragingen in ontwikkelingstrajecten kan veroorzaken.
In het 4de kwartaal van 2025 gingen de prijzen van geheugenchips al met reuzensprongen vooruit en naar verwachting volgt in het eerste kwartaal van 2026 een vergelijkbare stijging. Dat is niet alleen te wijten aan de explosief toegenomen vraag, maar ook aan het strategische gedrag van exploitanten van AI-datacenters; zij kopen proactief beschikbare voorraden op, waardoor het risico op tekorten verder toeneemt.
Enablers vs. users: een pijnlijke schifting
De beurs beloont momenteel de enablers (zoals de DRAM-chipmakers), maar stelt zich zeer kritisch op tegenover de users (zoals softwarebedrijven). Die laatsten dreigen hun winstmarges te zien verdampen door de gestegen rekenkrachtkosten, of moeten vrezen dat goedkopere AI-bots hun diensten simpelweg vervangen. Die vaststelling zette professionele beleggers de afgelopen maanden aan tot het stelselmatig afbouwen van posities in subsectoren zoals software services, application software, internet services en IT-consultancy.
Na de publicatie van de kwartaalcijfers kregen enkele techreuzen met zeer uiteenlopende beursreacties te kampen.
Grafiek 1: Evolutie van S&P 500 Software, S&P 500 Hardware, Philadephia semiconductor index, Micron en SK Hynix
Op basis van beter-dan-verwachte resultaten[2] kwamen grootheden als Apple, Google en Meta er nog goed tot zeer goed vanaf. Microsoft moest een flinke oplawaai incasseren. En dat ondanks beresterke resultaten. Oorzaak was vooral de gigantische verdere expansie van hun AI-investeringen, wat twijfel doet rijzen over de rentabiliteit van dergelijke investeringen op korte termijn. Microsoft is echter zowel een 'user' als een 'enabler'[3]. Het bedrijf genereert substantiële verhuurinkomsten uit het cloud-infrastructuur met zijn Azure-platform en zal vandaar de initiële klap waarschijnlijk relatief snel te boven komen.
Dienstverlenende technologiebedrijven die niet over deze mitigerende factor beschikken, kregen intussen de volle laag, zonder direct uitzicht op herstel. Zo moesten onder meer Thomson Reuters en RELX dagverliezen incasseren van respectievelijk 14 % en 16 %. Reden was de introductie van de Anthropic-tool voor juridische automatisering. Typische applicatiebedrijven als SAP en Intuit zagen sinds het jaarbegin respectievelijk al 25 % en 36 % van hun beurskoers verdampen, nadat de markt hen had aangeduid als eersterangskandidaten voor substantiële disruptie door de verdere uitrol van AI-toepassingen.
Zoals vaker bij een dergelijke beursreactie duiken er te veel veralgemeningen op. De kleinste onvolkomenheid wordt uitvergroot, ook bij bedrijven die onmisbaar zijn in het AI-proces. Denk aan spelers zoals Rambus (optimalisatie van datadoorstroming) of KLA (kwaliteitscontrole van chips. Ze blijven essentieel én presenteerden uitstekende bedrijfsresultaten over het afgelopen kwartaal, maar werden desondanks geconfronteerd met double-digit dagverliezen, wegens een kleine hapering in hun toevoerketens of een voorzichtige houding voor het komende kwartaal.
Geen snoekduik, maar een logisch gevolg
We willen de recente beursperikelen niet als een tijdelijke bevlieging omschrijven. Integendeel, deze trend was al enige tijd merkbaar en het ontbreekt zeker niet aan economische logica. Alleen: de plotselinge versnelling in de eerste dagen van februari sneed zelfs de meest alerte professionals de adem af.
Ook de bruuske bewegingen op de goud- en metaalmarkten, met ingrijpende gevolgen voor de koersen van mijnaandelen, doen we niet af als een irrationele vlaag van willekeur van kortzichtige financiële markten die zich door emoties laten leiden – zoals in de populaire pers werd gesuggereerd. Integendeel: de abrupte daling van de goud- en zilverprijzen weerspiegelt een strategische aanpassing — zij het met de nodige overdrijving en veel gevoel voor drama.
De correctie volgde op de vermoedelijke voordracht van een weliswaar Trump-gezinde, maar gematigde kandidaat om de nieuwe voorzitter van de Federal Reserve te worden. De markten zien daarin een signaal voor monetaire stabiliteit. De keerzijde: goud en zilver fungeerden immers als vluchthaven, als een cruciale 'hedge' tegen het beleidsrisico. Zodra die onzekerheid afneemt, daalt de vraag naar edelmetalen, met een koerscorrectie tot gevolg.
Die beweging is terecht, maar vermoedelijk van korte duur. De koers van de Fed was immers niet de enige risicofactor. Geopolitieke onrust, hardnekkige inflatie, de onzekerheid over Amerikaanse importheffingen, het grillige beleid vanuit Washington en de uitdagende beurswaarderingen bieden op zichzelf al voldoende fundament om de goudprijs op een hoog, zij het iets bescheidener niveau, te houden.
Beleggen in de tabel van Mendelejev? Snoer je vast!
Dat geldt ook voor de prijzen van zeldzame aardmetalen die onmisbaar zijn voor de AI-revolutie. Op enkele uitzonderingen na — zoals Lynas Rare Earths, USA Rare Metals of Iluka Resources — zijn de voorraden en de verwerking hiervan momenteel grotendeels in Chinese handen.
Elementen zoals germanium (voor een snelle datadoorvoer), gallium (essentieel voor geavanceerde halfgeleiders), neodymium (voor krachtige magneten) en ruthenium (voor de koeling van datacenters) zijn inmiddels even essentieel als schaars. De 'new kid on the block' is overigens gadolinium, dat in de nabije toekomst een revolutie kan ontketenen in magnetische koeling.
Grafiek 2: Prijsevolutie in US$ van enkele metalen
Houd echter rekening met stevige koersschommelingen bij mijnbouwbedrijven die, koortsachtiger dan ooit, delven naar deze zeldzame aardmetalen. Operationele tegenslag is een dagelijkse realiteit in de mijnbouw, terwijl ook geopolitieke verschuivingen en wijzigende overheidsplannen een dramatische impact kunnen hebben.
Mocht u, zoekend naar deze exotische namen, de weg in de tabel van Mendelejev kwijtraken, kijk dan naar een vertrouwde naam: koper. Als onmisbare schakel voor warmtegeleiding en stroomtoevoer vormt deze industriële duizendpoot de fysieke ruggengraat van de digitale revolutie.
[1] Dit geldt specifiek voor de HBM-chips (High Bandwith Memory) die bijzonder in vraag zijn voor de ondersteuning van de AI-expansie, maar voor 2026 al volledig uitverkocht zijn. Er zijn wereldwijd maar 3 spelers die deze producten aanbieden: SK Hynix, Micron en Samsung Electronics.
[2] Over het algemeen vallen de gepubliceerde cijfers zeer goed mee en overtreffen ze de marktverwachtingen. Het ziet er alleszins naar uit dat het voor het 5de opeenvolgende kwartaal nodig zal zijn om de groei van de bedrijfswinsten op jaarbasis met dubbele cijfers te schrijven. Dat geldt althans voor de VS, want in Europa zien we een daling van ruim 4 % tijdens het laatste kwartaal van 2025, vooral vanwege de toenemende margedruk in de industrie. Enkel de banksector blijft sterk presteren, dankzij de gezonde rentemarge tussen de interbancaire rente en de vergoeding op spaardeposito’s.
[3] Hoewel meerdere kleinere bedrijven eveneens een amalgaam van activiteiten hebben die deels tot de 'user'-groep en deels tot de 'enabler'-groep behoren, weegt daar de negatieve interpretatie momenteel zwaarder door. Een typisch voorbeeld is ServiceNow, dat als gebruiker de hogere kosten ondergaat, maar geen verhuurinkomsten heeft uit de cloud-infrastructuur zoals onder meer Microsoft met zijn Azure-platform.