In mei legt niet iedere vogel een ei

5 juni 2026

Het lijkt een paradox: de oplopende geopolitieke spanningen zijn niet uit het nieuws weg te slaan, maar toch komen er uit de VS uitzonderlijk sterke bedrijfsresultaten aanwaaien. In die spagaat kiezen de financiële markten voorlopig voor die laatste ontwikkeling als kompas bij het uitstippelen van hun traject.

Een half dozijn wauw-kwartalen op een rij

De opwaartse trend van de Amerikaanse ondernemingswinsten werd het voorbije kwartaal voor de 6de opeenvolgende keer bevestigd, telkens met een groeiritme dat met 2 cijfers moet worden geschreven – voor de komma, uiteraard. Aangevuld met verdere positieve bijsturingen voor het komende trimester. Het enthousiasme overtroeft voorlopig het geopolitieke gestuntel en stuwt de beurzen naar nieuwe recordhoogtes. Al zal er nog geregeld een lakmoesproef volgen: wanneer twijfels ontstaan over het AI-wonderverhaal, of wanneer het militaire conflict dreigt te escaleren.

De evolutie op de financiële markten vertoont dan ook duidelijke kwetsbaarheden. De extreme concentratie van de beurswinsten is daarvan het sprekendste voorbeeld. De records op de aandelenmarkten zijn grotendeels het resultaat van de glansprestaties van een beperkt aantal subsectoren binnen de groep van Amerikaanse technologiebedrijven. Hun gewicht in de index en hun groeiritme zijn zo dominant dat zij de index nagenoeg eigenhandig naar een hoger niveau tillen, zonder dat het gemiddelde beursgenoteerde bedrijf hoeft mee te bewegen.

Vandaar dat niet alleen de meeste beurzen zich op recordhoogtes bevinden, maar ook de concentratiegraad van de beurswinsten een ongezien peil heeft bereikt. Dat valt onder meer af te lezen uit de dispersie[1] van aandelen, een maatstaf die de onderlinge prestatieverschillen tussen individuele aandelen binnen een index in kaart brengt. Een hoge dispersie toont aan dat de markt uiteenvalt in een selecte groep glimmende winnaars en een achterblijvende grijze massa.

Grafiek 1: Dispersie-index in de VS.

Dispersie-index in de VS.

The winner takes it all

Enkele cijfers die deze concentratie aantonen: meer dan de helft van de totale winstgroei in de VS is afkomstig van de technologiesector, die nochtans slechts een derde van de waarde van de S&P 500 vertegenwoordigt. De winstgroei binnen deze sector in het eerste kwartaal van 2026 is op haar beurt voor 55 % toe te schrijven aan één subsector, met name de semiconductoren. Binnen de IT-sector nemen deze goudhaantjes daarenboven meer dan twee derde van de earnings surprise voor hun rekening – dat is het verschil tussen de gerealiseerde winsten en de hooggespannen verwachtingen daarover.

Nog straffer: slechts 7 van de 500 bedrijven in de S&P 500 zijn verantwoordelijk voor driekwart van de winstgroei in het voorbije kwartaal. Het gaat daarbij om 6 van de traditionele Magnificent Seven[1], ditmaal aangevuld met geheugenchipbouwer Micron Technology, waarvoor Tesla plaats moet ruimen.

Deze trend weerspiegelt zich deels ook in de concentratie van de beurswinsten zelf: 10 bedrijven volstaan voor driekwart van de totale vermogensaangroei van de brede Amerikaanse aandelenindex tijdens het eerste kwartaal van 2026.

Toch vertaalt de groei van bedrijfswinsten zich niet zomaar lineair in een koersopsprong op de beurs. Bedrijven als Microsoft en Meta (na correctie voor een eenmalige afschrijving) leveren weliswaar een substantiële bijdrage aan de winstgroei, maar worden daarvoor minder beloond dan hun winstbijdrage laat vermoeden.

Integendeel, dergelijke bedrijven bevinden zich in een spagaat tussen de enablers en de users van AI. Tot de eerste groep behoren de overduidelijke winnaars, zoals het eerdergenoemde Micron Technology, maar ook Seagate en Western Digital (datacenters), chipontwerpers zoals Nvidia, ON Semiconductors en AMD, apparatuurspecialisten zoals Applied Materials en de nanotechnologie van bedrijven als KLA en LAM Research.

Dat zijn stuk voor stuk toeleveranciers van onmisbaar materiaal voor de uitrol van de AI-revolutie. Net zoals bij de Californische goudkoorts van 1849 zijn het niet de goudzoekers, maar de leveranciers van kruiwagens, schoppen en houwelen die fortuin maken.

Grafiek 1: Dispersie-index in de VS.

Uiteenlopende prestaties tussen kruiwagens en goudzoekers

Geen heldere hemel

Bovenstaande tendens is niet zonder risico. Ontgoochelingen over het uitblijven van tastbare efficiëntiewinsten én ROI (return on investment) na de zware investeringen in AI, almaar stijgende prijzen voor geheugenchips, toenemende schaarste aan specifieke metalen zoals germanium en gallium, de overcapaciteit die doorgaans volgt op een investeringsboom… ze vormen allemaal concrete bedreigingen die regelmatig de aanleiding zullen zijn voor nervositeit en volatiliteit op de financiële markten.

De beurs toont voorlopig weinig genade voor de users van AI, zoals softwareleveranciers. Enerzijds omdat een deel van hun inkomsten onder druk komt te staan door goedkopere AI‑applicaties die hun bestaande diensten zullen vervangen. Dat kan hun winstmarges zwaar onder druk zetten. Die ontwikkeling treft niet alleen bedrijven als Accenture, Salesforce, Adobe en Intuit, maar ook grote, ooit onaantastbaar gewaande giganten zoals Microsoft en Meta. Anderzijds lopen de investeringskosten intussen dermate op dat zelfs bedrijven als Alphabet zich genoodzaakt zien een deel van hun beleggingsportefeuille af te bouwen. De ongezien sterke stijging van de prijs van geheugenchips – de zogenaamde chipflation – weegt daarbij door.

Toch moeten we alles in zijn context blijven zien: als we inzoomen op de resultaten in andere sectoren, zien we ook daar een gestage en robuuste vooruitgang van de bedrijfsresultaten, met een winstgroei van ongeveer 11 %. Op zich volstaat dat niet om nieuwe recordniveaus na te jagen, maar het wijst het wel op een breed gedragen verbetering van de bedrijfsactiviteit.

Dat blijkt ook uit het feit dat meer dan 80 % van de bedrijven zowel qua winst als omzet beter presteert dan verwacht. De grootste winstverrassingen zijn overigens terug te vinden in sectoren zoals energie, materialen en consumptieve bestedingen. Daar lag de lat weliswaar minder hoog, in vergelijking met de hooggespannen verwachtingen in de IT-sector, die daardoor dan ook veel moeilijker te overtreffen zijn.

Intussen, ergens achteraan het peloton

Opvallend is bovendien dat de groei van de bedrijfswinsten in de VS, zelfs na uitzuivering van de technologiebedrijven, nog steeds sterker is dan die van Europese ondernemingen. De Europese bedrijfswereld heeft weinig tastbare toegevoegde waarde in de AI-revolutie – op uitzonderingen zoals ASML, Infineon, Schneider Electric en ASMI na.

In Europa bedraagt de gemiddelde winstgroei ongeveer 10 % (grotendeels toe te schrijven aan de energiesector en in mindere mate aan de banken). De omzetgroei stijgt nauwelijks, waarbij slechts 60 % van de bedrijven hun winstverwachtingen weten te overtreffen.

Dat illustreert niet alleen een achterstand qua ontwikkeling van AI-gerelateerde activiteiten. Het duidt ook op een totaal andere samenstelling van de Europese aandelenmarkten, die nadrukkelijker steunen op de industrie en op financiële instellingen. De hoge wisselkoers van de euro ten opzichte van de Chinese renminbi holt de Europese industrie uit, terwijl Europa zich maar al te makkelijk neerlegt bij een rol als toeschouwer die langs de zijlijn een zakje popcorn verorbert en zich verliest in regelgeving. Het gevolg is dat we geen aansluiting meer vinden bij de dynamiek van de wereldeconomie, die zich steeds verder van het Oude Continent verwijdert.

Alles wordt duurder (dat had u natuurlijk al langer opgemerkt)

De inflatie-indicatoren vormen intussen dreigende wolkenformaties boven de wereldeconomie. De financiële markten kijken voorlopig echter verder dan de recente opstoot van de energieprijzen en de sterk oplopende kosten voor metalen die onontbeerlijk zijn voor de verdere technologische uitbouw. De beurzen zien dit als een tijdelijke opflakkering die geleidelijk zal wegebben wanneer de Amerikaanse president – door het Congres of door zijn eigen partij – wordt teruggefloten wegens de steeds moeilijker te negeren, disproportionele economische gevolgen van zijn impulsieve beleid dat de VS in een uitzichtloze militaire impasse heeft gebracht.

Het kruikje gaat zolang te water tot het barst

Tot dusver blijven de economische effecten beperkt, mede dankzij de opmerkelijke schokbestendigheid van de Amerikaanse economie. Die veerkracht is voor een belangrijk deel te danken aan een gunstige demografische context, die de arbeidsmarkt robuust houdt en de consumptie ondersteunt. Terwijl de uitzonderlijk sterke investeringsboom de economische groei blijft aanjagen.

De nieuw aangetreden Fed‑voorzitter Kevin Warsh zal dus niet geneigd zijn om de beleidsrente te verlagen. Niemand verwacht dat overigens. Integendeel, de huidige marktprognoses gaan uit van een rentestijging van 25 tot 50 basispunten, over de komende 12 maanden. Bovendien wijzen de meest recente indicaties voor de Amerikaanse arbeidsmarkt nog steeds op een versnelling van de aanwervingen, ondanks de eerste golven van afvloeiingen die rechtstreeks gelinkt zijn aan de impact van AI. De aanhoudende krapte kan ertoe leiden dat het verwachte pad van renteverhogingen verder opwaarts wordt bijgesteld, waardoor de economische pijngrens stilaan in zicht komt. Maar zover zijn we nog niet.

Geen paniek (maar snoer toch uw veiligheidsgordel aan)

Wanneer het Iraans‑Amerikaanse conflict de komende weken gaat liggen, kan de olieprijs opnieuw afnemen tot draaglijke niveaus, waardoor ook de inflatiedruk slinkt. Dat scenario zit overigens grotendeels vervat in de inflatieverwachtingen in de VS en de eurozone. De huidige opstoot zal naar verwachting binnen het jaar wegebben, waarna de inflatieverwachtingen voor de daaropvolgende jaren geleidelijk worden afgebouwd. Voor een energie‑importeur als Europa zijn de gevolgen van deze dynamiek dus ingrijpender dan voor de VS.

Maar de eventuele economische terugval die uit deze situatie kan voortvloeien, wordt in de VS voorlopig gecompenseerd door de verwachte sprong in de efficiëntie van zowel de industriële activiteit als de dienstensector. De ISM‑conjunctuurindicatoren (die maandelijks het sentiment in de VS meten) blijven wijzen op verdere expansie, terwijl de verwachtingen voor de groei van de bedrijfsresultaten over een horizon van 2,5 tot 3 jaar verder versnellen. Al komt ook hier de concentratie in een beperkt aantal segmenten van de economie nadrukkelijk tot uiting.

De totale voorziene winstgroei van de S&P 500 over de komende 3 jaar wordt geraamd op 64 %. Torenhoog, inderdaad, maar daarbij moeten we opmerken dat ongeveer twee derde afkomstig is van de technologiesector – die naar verwachting over deze periode met meer dan 120 % (!) zal groeien – waarvan op haar beurt opnieuw twee derde toe te schrijven is aan de verwachte winstgroei bij de semiconductoren. Of anders gesteld: van de verwachte winstgroei van 64 % in de S&P 500 is bijna de helft afkomstig van één enkele subsector, die nochtans minder dan 15 % van de index uitmaakt. De concentratiegraad die we in het voorbije kwartaal vaststelden, keert met andere woorden terug in het verwachtingspatroon voor de komende jaren.

Wie schudt Europa wakker?

Europa beschikt niet over dergelijke compenserende factoren en kampt met een manifest gebrek aan AI‑gerelateerde producenten, waardoor het zich genoodzaakt ziet verder te slenteren op een traag pad. Die situatie dreigt bovendien te verslechteren onder het te verwachten monetaire beleid van de ECB. Men zal daar ongetwijfeld terugvallen op een reeks opeenvolgende renteverhogingen, die de economie verstikken en de inflatie – via hogere financieringskosten – paradoxaal genoeg verder kunnen aanjagen.

Het is het monetaire equivalent van middeleeuwse aderlatingen: het oogt daadkrachtig, maar sorteert een averechts effect en getuigt van een achterhaald denkkader. Europa verdient beter dan een monetair beleid dat gestoeld is op bijgeloof, in plaats van op een onderbouwde economische analyse.

[1] Deze dispersie-index wordt afgeleid uit de gemiddelde correlatie tussen aandelen. Hoe lager de onderlinge samenhang (correlatie), hoe geconcentreerder het beursverloop is. We bereikten onlangs een recordniveau. Dispersie (in beurscontext) verwijst naar de mate waarin de rendementen van individuele aandelen binnen eenzelfde index van elkaar verschillen. Een hoge dispersie duidt op grote prestatieverschillen tussen aandelen (sommige stijgen sterk terwijl andere achterblijven of dalen) wat wijst op een minder homogeen marktbeeld.

[2] Dit zijn vanzelfsprekend Apple, Alphabet, Nvidia, Meta, Amazon, Microsoft en Tesla.