Tussen AI-optimisme en rentevrees

15 oktober 2026

Auteur : Sebastiaan Grenné, fondsbeheerder bij Argenta Asset Management

Het 3de kwartaal stond in het teken van tegenstrijdige signalen. De economie bleef sterk presteren en het optimisme rond AI gaf de aandelenmarkten andermaal een duwtje in de rug. Tegelijk leidden hogere olie- en gasprijzen tot inflatiedruk. Ook de geopolitieke spanningen bleven aanwezig. De hogere rentevoeten op obligaties en de AI-gedreven aandelenrally bepaalden de marktdynamiek en dus ook het fondsenbeheer. 

Wat is er gebeurd in de wereld?

De wereldeconomie blijft veerkrachtig

De wereldeconomie bleef ook in het voorbije kwartaal sterk presteren. Verschillende vertrouwensindicatoren bevestigen dat beeld, vooral in de Verenigde Staten.

Een belangrijke graadmeter is de JP Morgan Global Composite PMI. Die index bundelt signalen uit 2 belangrijke delen van de wereldeconomie: de industrie en de dienstensector. PMI staat voor Purchasing Managers' Index. De index meet hoe inkoopverantwoordelijken de economische vooruitzichten inschatten. Die graadmeter steeg verder tijdens het afgelopen kwartaal. Dat wijst op een aanhoudende groei van de economische activiteit.

Ook de wereldwijde industriële PMI ging vooruit. In september bereikte die het hoogste niveau sinds februari 2022. Daarnaast namen de exportorders duidelijk sneller toe.

De sterke investeringen in artificiële intelligentie blijven de industrie en de wereldhandel ondersteunen.

Sterke Amerikaanse bedrijfsresultaten, ondanks geopolitieke onzekerheid

Veel Amerikaanse ondernemingen konden uitpakken met sterke resultaten. Het optimisme rond chipproducenten en AI gaf daarbij een extra duwtje aan de aandelenmarkten.

Dat gebeurde nochtans in een omgeving waarin de rentevoeten wereldwijd verder stegen. Ook de geopolitieke risico's bleven nadrukkelijk aanwezig.

In augustus en september namen de spanningen in het Midden-Oosten toe. Verstoringen van de energie-infrastructuur dreven de olieprijs opnieuw richting 100 dollar per vat Brent-olie. Dat voelen zowel gezinnen als ondernemingen, onder meer via hogere energiekosten

Hoge energieprijzen en inflatie blijven een aandachtspunt

De hoge olie- en gasprijzen bleven ook dit kwartaal een belangrijk aandachtspunt. Samen met de inflatie zetten ze de koopkracht en de economische groei onder druk.

Centrale banken grepen daarom opnieuw in. Ze verhoogden de kortetermijnrente in de eurozone, de Verenigde Staten en Japan om de inflatie af te remmen.

Die rentevoeten beïnvloeden zowel de koersen van obligaties als die van aandelen. Daarom volgen fondsbeheerders de renteontwikkelingen nauwgezet op.

Niet alleen de olieprijs stuwt de inflatie

De hogere olieprijzen spelen een duidelijke rol in de inflatie, maar ze verklaren niet alles.

Ook de sterke economische groei in de VS draagt bij tot de prijsstijgingen. Daarbij spelen de grote investeringen in artificiële intelligentie een belangrijke rol. De bouw van datacenters, de productie van chips, de plaatsing van servers en de uitbreiding van elektriciteitsnetten vragen veel arbeid, grondstoffen, bouwcapaciteit en energie.

Wanneer het aanbod niet snel genoeg volgt, lopen de prijzen op. Dat vertaalt zich uiteindelijk in een hogere inflatie.

Onrust over overheidsschulden duwt rente hoger

Ook de hoge overheidsschulden en begrotingstekorten dragen bij tot hogere rentevoeten.

Overheden moeten veel geld lenen om hun uitgaven te financieren. Wanneer begrotingstekorten oplopen en de schulden hoog blijven, vragen beleggers een hogere vergoeding om geld uit te lenen.

Dat zien we zowel in de VS als de EU. Frankrijk springt in het oog, met een overheidsschuld van bijna 120 % van het nationaal inkomen en een verwacht begrotingstekort van 5 %.

In die context duikt ook de term 'rentesneeuwbal' weer op. Dat is het geval wanneer een overheid steeds meer rente betaalt op haar bestaande schulden. Daardoor loopt het begrotingstekort verder op, waardoor de schuld nog verder kan stijgen.

Centrale banken komen in actie

Met renteverhogingen proberen centrale banken een vicieuze cirkel te voorkomen waarbij de inflatie zich verder doorzet in de economie, de zogenaamde 'tweede-ronde-effecten'. Daarbij leidt een 1ste prijsstijging, bijvoorbeeld duurdere olie, tot nieuwe prijsstijgingen elders in de economie. Werknemers vragen hogere lonen om het verlies aan koopkracht op te vangen. Voor ondernemingen stijgen daardoor de loonkosten. Die hogere kosten rekenen ze vaak door in hun prijzen. Zo loopt de inflatie opnieuw op.

Hoe reageerden de markten hierop?

Obligaties moeten terrein prijsgeven

De rentevoeten stegen wereldwijd naar hun hoogste niveau in 20 jaar. Vooral obligaties met een lange looptijd kregen het daardoor moeilijk (oudere obligaties met een lagere rente worden zo minder aantrekkelijk en dus minder waard).

Bijzondere aandacht ging naar Frankrijk. De politieke onzekerheid zette de Franse rente onder druk. Daardoor verloren Franse obligaties aan waarde. 

Aandelenmarkten blijven verder stijgen

Aandelenmarkten bleven intussen hun opmars voortzetten. Vooral technologieaandelen en producenten van halfgeleiders stonden in de belangstelling, dankzij hoge bedrijfswinsten.

Opvallend is dat veel van die aandelen, gemeten aan hun koers ten opzichte van de verwachte winst, de afgelopen maanden zelfs goedkoper werden. Dat gebeurde ondanks de verdere stijging van de Amerikaanse aandelenmarkt.

Europese aandelen

Europese bedrijven ondervinden de impact van de hoge energieprijzen. Toch passen veel ondernemingen zich aan. Ze werken energiezuiniger, of bouwen verlieslatende activiteiten af.

Daarnaast beschikken veel Europese ondernemingen over een sterke vrije kasstroom. Dat is het geld dat overblijft nadat een onderneming haar dagelijkse activiteiten en investeringen heeft betaald.

Flexibiliteit blijft voor de Europese bedrijven dus het devies, net zoals in ons dagelijks fondsenbeheer.

Wat hebben we gedaan in de fondsen?

De impact van rente en bedrijfswinsten

De financiële markten stuurden de voorbije maanden verschillende signalen uit. Dat vraagt voortdurend afwegingen in het beheer van de fondsen.

Vooral de obligatiemarkten kwamen de laatste maanden onder druk, door een combinatie van factoren. De Amerikaanse economie groeide sterk, de overheidsschulden bleven hoog (ook in Europa) en ook de inflatie hield aan. Beleggers vragen daardoor een hogere rentevergoeding. Voor de meer voorzichtige belegger zijn deze evoluties erg belangrijk: ze hebben een directe invloed op de waarde van obligaties. 

Obligatierente onder de aandacht

Het rendement op obligaties is de afgelopen maanden verder gestegen. Afhankelijk van de looptijd, het land en de kwaliteit liggen de rentevoeten in westerse landen vandaag meestal tussen 3,5 % en 5 %.

Na jaren van lage rente – waar is de tijd van de nulrentes? – bewijzen staats- en bedrijfsobligaties opnieuw hun nut. Een portefeuille die zowel aandelen als obligaties bevat, is beter gewapend tegen schommelingen op de financiële markten.

Bij economische tegenwind dalen rentevoeten vaak. Daardoor stijgen de koersen van obligaties. Die stijging kan een deel van eventuele verliezen op aandelen opvangen.

Ook aandelen meer en meer in het vizier

Ook op de aandelenmarkten blijven we alert. De sector van de halfgeleiders blijft momenteel een belangrijke motor achter de beursstijgingen. Daarom behouden de fondsen een positieve positionering in die sector, maar volgen we alles van dichtbij op. Mochten de rentevoeten roet in het eten gooien, dan spelen we daar onmiddellijk actief op in.

De aandelenmarkten kenden een grillig verloop. Tegen eind september stonden de meeste markten ongeveer op hetzelfde niveau als aan het begin van het kwartaal. De investeringen in AI ondersteunen de Amerikaanse economische groei. Tegelijk blijft de inflatie een belangrijk aandachtspunt. Hogere rentevoeten wegen niet alleen op aandelenkoersen, maar zetten ook obligatiemarkten onder druk. Daardoor kregen obligaties wereldwijd, en ook binnen de fondsen, te maken met negatieve rendementen.

Binnen aandelen

Europa

Europa worstelt met groei. De hoge olieprijzen bleven ook in het 3de kwartaal wegen op de economie. Ze zetten de koopkracht onder druk en verhogen de kosten voor ondernemingen.

Toch blijft de Europese economie veerkrachtig. De consumptie hield goed stand en ook de industrie toonde tekenen van herstel. Zo verbeterde de inkoopindex van Europese ondernemingen recent, tegen de verwachtingen in. Daarnaast ondersteunden beter dan verwachte winstcijfers de Europese aandelenmarkten.

De vooruitzichten vragen wel om voorzichtigheid. Dure energie kan blijven wegen op de winstgevendheid van Europese ondernemingen. Daarom werd de positie in de regio recent afgebouwd.

De bankensector krijgt een licht hoger gewicht dan gemiddeld. Daarnaast gaat onze voorkeur uit naar hernieuwbare energie. Die sector is minder gevoelig voor geopolitieke spanningen, werd aantrekkelijker door de hogere energieprijzen en profiteert van de ambitie van Europa om minder afhankelijk te worden van energie uit het buitenland.

De Verenigde Staten

Binnen de VS gaat onze voorkeur nog steeds uit naar de technologiesector, en producenten van halfgeleiders in het bijzonder. Daarnaast zetten we ook hier in op de bankensector, dankzij mooie resultaten in de breedte en gezonde bedrijfsfundamenten.

Daarnaast kreeg de gezondheidszorgsector een grotere voorkeur. De vergrijzing stuwt de vraag naar geneesmiddelen. Tegelijk noteert de sector opnieuw aan aantrekkelijke waarderingen en blijft innovatie een belangrijke groeimotor.

Verder hebben we nog steeds een overwogen positie in kleinere ondernemingen, de zogenaamde ‘small caps’.

Tot slot bouwden we de posities in vastgoed volledig af, door de negatieve impact van de hogere rentevoeten. 

Groeilanden

De groeilanden zijn een diverse groep: de vooruitzichten verschillen dus nogal per land. China kampt met groeipijnen: zwakke consumptie, de nasleep van de huizencrisis en een industrie zonder winsten. We zijn er slechts selectief belegd. In India hebben we opnieuw een positie opgebouwd: de groei versnelt, de bedrijfswinsten evolueren gunstig en de waarderingen zijn goedkoper geworden. De positie in Brazilië werd volledig verkocht. De nakende verkiezingen zorgen voor meer onzekerheid over het beleid, wat de markten nerveus maakt.

Japan

Japan kwam ongewild in het vizier door de Amerikaanse tussenkomst op de Japanse obligatie- en valutamarkt. Japan is een grote belegger in Amerikaans staatspapier. Wanneer Japanse beleggers vinden dat de rente in hun land aantrekkelijker wordt, verkopen ze Amerikaanse obligaties. De politici in Washington probeerden dit tegen te gaan, maar het resultaat was beperkt. De yen blijft een hobbelig parcours afleggen. Veiligheidshalve hebben we onze positie in Japanse aandelen verlaagd. 

Binnen obligaties

Selectiviteit blijft belangrijk binnen het obligatiegedeelte van de portefeuille. De rentevoeten zijn de voorbije maanden sterk gestegen. Het is aan de beheerder om uit te maken wat aan de basis van de stijging ligt: de hogere groei, inflatie of onzekerheid rond overheidsschulden?

Daarom zijn we een paar maanden geleden gestart met een verlaging van de gemiddelde looptijd van de obligaties. Hoe langer de looptijd van een obligatie, hoe groter het negatieve effect van een rentestijging (en omgekeerd). 

Franse overheidsobligaties

Franse overheidsobligaties blijven een aandachtspunt binnen de obligatieportefeuille. De voorzichtige houding die eerder werd ingenomen, blijft daarom behouden.

Het rendement op Franse 10-jarige overheidsobligaties ligt vandaag ongeveer 1,3 procentpunt hoger dan dat op vergelijkbare Duitse staatsobligaties, ook wel Duitse Bunds genoemd. Dat verschil weerspiegelt de bezorgdheid van beleggers over de Franse overheidsfinanciën.

De rente op Franse obligaties is de voorbije maanden verder gestegen. Daardoor staan de koersen van bestaande obligaties onder druk.

De sociale onrust en het gebrek aan politieke uitwegen leiden ertoe dat de kans op een begroting dit jaar beperkt is. Een verdere stijging van het renteverschil met Duitsland kan de druk op de beleidsmakers verhogen, maar zelfs dan blijft dat een moeilijke opdracht door de gepolariseerde politiek. We volgen de situatie van nabij op.

Andere landen

De voorbije maanden hebben we de positie in Belgische overheidsobligaties licht verlaagd. De begrotingsgesprekken zorgen voor onzekerheid en vragen om extra voorzichtigheid. Tegelijk investeerden we in Ierse overheidsobligaties. Ierland combineert een aantrekkelijk rendement met gezonde overheidsfinanciën. Ook Griekse overheidsobligaties blijven interessant. De overheidsfinanciën verbeteren er gestaag, terwijl de rente aantrekkelijk blijft.

We namen ook wat winst op groeilandobligaties. Daarnaast hebben we de helft van onze positie in de Noorse kroon beschermd tegen het wisselkoersrisico.

In de Verenigde Staten hebben we de helft van onze posities in langlopende overheidsobligaties verruild voor inflatiebeschermde obligaties. Zo kunnen we een negatieve rente-impact op de obligatiekoersen beperken.

Conclusie

De Amerikaanse economische groei blijft verrassen: de consumptie doet het goed, de werkloosheidscijfers zijn laag, de AI-investeringen blijven op een hoog niveau en de bedrijfswinsten scheren hoge toppen.

Europa groeit minder snel en blijft kampen met hoge energiekosten. Toch tonen Europese ondernemingen veerkracht. Ook hier bleven de bedrijfswinsten over het algemeen gunstig evolueren.

Tegelijk stegen de rentevoeten fors. Sterke economische groei, hogere energieprijzen en de aandacht voor oplopende overheidsschulden lagen mee aan de basis van die beweging.

Voor de komende maanden blijven we geloven in de technologiesector. De investeringen in AI stimuleren niet alleen de sector zelf, maar ook bredere delen van de economie.

De evolutie van de rente blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt. In welke mate zal de hogere rente de economische groei afremmen? Welke richting gaan de rentevoeten daarna uit? En wat betekent dat voor de bedrijfswinsten? Dat zijn vragen die de fondsbeheerders nauwgezet blijven opvolgen. Waar nodig worden de portefeuilles aangepast aan de veranderende marktomstandigheden.

Lees meer

  • Veerkrachtige groei houdt markten op koers

    10 september 2026

    In augustus stegen de aandelenmarkten licht. Tegelijk namen de zorgen toe over de rente, de houdbaarheid van de aandelenwaarderingen en de geopolitieke situatie.

  • Veerkrachtige, maar volatiele markten

    13 augustus 2026

    De financiële markten bleven na een sterke 1ste jaarhelft ook in juli veerkrachtig. De schommelingen namen wel toe door geopolitieke spanningen, stijgende obligatierentes en de blijvende aandacht voor artificiële intelligentie. Sterke bedrijfsresultaten ondersteunden het marktsentiment.

  • Overzicht 2de kwartaal 2026: de fundamenten voor groei blijven intact

    16 juli 2026

    De financiële markten bleven ook het voorbije kwartaal volop in beweging. Geopolitieke ontwikkelingen, veranderende renteverwachtingen en de impact van artificiële intelligentie spelen daarbij een belangrijke rol. Tegelijk zijn er grote verschillen tussen bepaalde regio’s, sectoren en activaklassen. Daarom blijft een actieve en selectieve beleggingsaanpak belangrijk. In dit overzicht lees je hoe de markten evolueerden en welke keuzes de fondsbeheerders maakten tijdens het afgelopen kwartaal.