Geld uit je vennootschap naar je privé halen: zo houd je het fiscaal voordelig

Laatst bijgewerkt: 27.04.2026 | Leestijd: 7 minuten

Het geld dat je met je vennootschap verdient, is niet ‘jouw’ geld: het is in principe het geld van de vennootschap. Maar je werkt natuurlijk niet alleen om je onderneming rijk te maken. Je wilt zelf comfortabel kunnen leven en de vruchten plukken van je harde werk. Hoe hevel je geld van je vennootschap over naar je privévermogen, en nog het liefst zonder dat je er zwaar op belast wordt?

Wanneer geld overhevelen uit je vennootschap naar je privé?

Natuurlijk is het slim om een financiële reserve op te bouwen in je vennootschap. Dat geld kun je gebruiken om te investeren in de werking en de groei van je onderneming. Maar een te grote reserve, daar heeft niemand iets aan. De kunst is om het juiste evenwicht te vinden tussen professioneel en privé. 

Een algemene vuistregel is: hoe sneller je middelen privé beschikbaar wilt maken, hoe hoger je belast wordt. Fiscaal gezien is het dus interessanter om wat langer te wachten op je geld.    

De basis: keer jezelf een maandloon uit

Als bedrijfsleider bepaal je zelf je maandelijkse salaris. Dat is de meest voor de hand liggende manier om privé te genieten van het geld uit je vennootschap. Hoe hoger je salaris ligt, hoe meer personenbelasting en sociale bijdragen je betaalt. Je loon laag houden, lijkt dus fiscaal interessanter. Maar een lager loon betekent ook dat je minder privé-uitgaven kunt doen en dat je mogelijkheden voor de opbouw van een pensioenkapitaal via een Individuele Pensioentoezegging (en de bijhorende risicodekkingen) beperkt worden. Een goed evenwicht is dus belangrijk.

Hoe bepaal je een maandloon voor jezelf?

Denk na over je maandelijkse kosten en zorg ervoor dat je jezelf een bedrag uitkeert dat genoeg is voor:

  • je levensstandaard
  • de kredieten die je privé afbetaalt, zoals je hypotheek
  • pensioensparen en/of een Verzekering Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)
  • een onkostenvergoeding
  • een buffer voor onvoorziene gebeurtenissen

  •  

Op dit ogenblik ligt er een wetsontwerp klaar waarin staat dat het minimumloon voor bedrijfsleiders om in aanmerking te komen voor het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting (20 % op de eerste schijf €100.000 winst) vanaf 2026 stijgt van €45.000 naar €50.000 bruto per jaar. Dat bedrag zal bovendien jaarlijks worden geïndexeerd. Bespreek met je accountant welke impact dit voor jou heeft en hoe je hier het beste mee omgaat. 

Voordelen van alle aard: privé meegenieten van de voordelen van je onderneming

Naast je salaris of loon maken eventuele voordelen van alle aard (VAA) ook deel uit van je bezoldiging. Dit zijn uitgaven  die je vennootschap doet, maar waar je ook (of zelfs vooral) een privévoordeel uit haalt. Deze voordelen worden beschouwd als een extra vorm van beroepsinkomen. Je betaalt er sociale bijdragen en belastingen op via de personenbelasting, maar deze uitgaven zijn wel fiscaal aftrekbaar voor je vennootschap. De meest voorkomende zijn:

  • je laptop en smartphone: Deze voordelen worden belast op basis van een forfaitaire raming.
  • je bedrijfswagen: Het VAA wordt berekend op basis van de cataloguswaarde, de CO2-uitstoot en de leeftijd van de wagen, met een lagere belasting voor elektrische wagens.
  • vastgoed: Als je als zaakvoerder woont in een woning die (volledig of gedeeltelijk) het eigendom is van je vennootschap, bepaalt het kadastraal inkomen hoeveel je belast wordt voor dit voordeel.
     

Vanaf inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027) mag het totale loonpakket van bedrijfsleiders voor maximaal 20 % uit forfaitaire voordelen van alle aard bestaan. Overschrijd je die grens, dan verlies je het gunsttarief van 20 % en betaal je toch 25 % vennootschapsbelasting. De definitieve goedkeuring van deze begrenzing moet nog volgen. Overleg met je accountant welke samenstelling van je loonpakket het meest gunstig is.  

Lange termijn: denken aan de toekomst met een VAPZ en IPT

Zowel het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) als de Individuele Pensioentoezegging (IPT) vormen belangrijke bouwstenen voor Belgische ondernemers om een aanvullend pensioen op te bouwen en fiscale voordelen op lange termijn te genereren. Beide instrumenten kunnen uitstekend worden gecombineerd.

VAPZ

Het is doorgaans het voordeligst om eerst ten volle gebruik te maken van het VAPZ. De premies voor een VAPZ zijn immers volledig aftrekbaar in de personenbelasting. Omdat deze aftrek je belastbaar inkomen verlaagt, betaal je minder personenbelasting en – afhankelijk van je loon – ook minder sociale bijdragen. Het totale (para)fiscale voordeel kan daardoor oplopen tot 63,8 %.

Je kunt de VAPZ-premies rechtstreeks vanuit je privérekening betalen, maar je kunt er ook voor kiezen dat je vennootschap ze voor jou betaalt, waarbij dit dan als een voordeel van alle aard (VAA) wordt beschouwd. Bij uitbetaling moet je rekening houden met een eindbelasting bestaande uit een RIZIV-bijdrage van 3,55 % op het totale kapitaal en een solidariteitsbijdrage (tussen 0 en 2 %). Het restkapitaal wordt belast volgens het principe van de fictieve rente.

IPT

Met een IPT spaart je vennootschap voor jouw pensioen. De premies van zo’n pensioenverzekering worden betaald door de vennootschap en zijn fiscaal aftrekbaar. Wanneer je met pensioen gaat, ontvang je privé het opgebouwde kapitaal. De belasting op die uitbetaling ligt tussen de 10 en 20 %. Naast deze belasting moeten er ook een RIZIV-bijdrage van 3,55 % en een solidariteitsbijdrage (tussen 0 en 2 %) betaald worden. Je wordt het minst belast als je actief blijft tot aan de wettelijke pensioenleeftijd of een volledige loopbaan hebt doorlopen. 

De rest van het belastbare vermogen in je vennootschap: uitkeren via dividenden of liquidatiereserve

Betaal je jezelf een onderbouwd maandloon uit, aangevuld met voordelen van alle aard, en spaart je vennootschap voor je aanvullend pensioen? Dan heb je de basics onder controle. Om verder nog vermogen uit je vennootschap uit te keren naar je privérekening, heb je ruwweg 3 opties:

Dividenden uitkeren

Meestal keert een vennootschap 1 keer per jaar winst uit aan zijn aandeelhouders in de vorm van een dividend. Daarop betaal je 30 % roerende voorheffing boven op de vennootschapsbelasting van 25 % die je al betaald hebt (of 20 % vennootschapsbelasting als je in aanmerking komt voor het verlaagde KMO-tarief). Die roerende voorheffing is meteen de laatste belasting op dat bedrag. Je hoeft dividenden dus niet meer aan te geven als inkomsten in je personenbelasting.

Liquidatiereserve of VVPR-ter

VVPR betekent ‘verlaagde voorheffing / précompte reduit’. Als alternatief voor de zware belasting op dividenden, kun je ervoor kiezen om wat langer te wachten op je geld en het in een liquidatiereserve te stoppen. Na de 20 of 25 % vennootschapsbelasting betaal je een ‘anticipatieve heffing’ van 10 % op de liquidatiereserve. 

  • Laat je reserves die vanaf 1 januari 2026 worden opgebouwd minstens 3 jaar in de vennootschap zitten? Dan betaal je maar 6,5 % roerende voorheffing wanneer je het geld overhevelt naar je privé. Als je het geld eerder overhevelt, betaal je nog eens 30 % roerende voorheffing.
        

Op dit ogenblik ligt er een wetsontwerp klaar waarin staat dat het tarief voor uitkering van reserves die vanaf 1 januari 2026 worden opgebouwd, verhoogd wordt van 6,5 % naar 9,8 %. Raadpleeg je accountant voor de meest actuele informatie.

  • Voor reserves aangelegd vóór 1 januari 2026 kan je kiezen om ze uit te keren na 3 jaar tegen 6,5 % roerende voorheffing of na 5 jaar tegen het oude tarief  van 5 %. Wanneer je in de oude regeling vóór het verstrijken van de wachttermijn van 5 jaar de reserves uitkeert, betaal je bijkomend 20 % roerende voorheffing.

VVPR-bis

VVPR-bis-dividenden zijn dividenden waarop je slechts een verlaagd tarief van 20 of 15 % roerende voorheffing betaalt (boven op de vennootschapsbelasting die je al betaald hebt). Om van het gunstregime VVPR-bis te kunnen genieten, moet je vennootschap aan bepaalde voorwaarden voldoen rond oprichting, kapitaal en dividenduitkering:

  1. Dit systeem is alleen mogelijk als je een kleine of middelgrote vennootschap hebt die opgericht is na 1 juli 2013 en met inbreng in geld (inbreng in natura is uitgesloten). 
  2. Het kapitaal moet volledig volstort zijn op het moment van uitkering van het dividend.
  3. Het regime geldt enkel voor nieuwe aandelen die zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013, hetzij bij de oprichting van de vennootschap, hetzij bij een kapitaalverhoging.
     

Op dit ogenblik ligt er een wetsontwerp klaar waarin staat dat het verlaagd tarief voor VVPR-bis-dividenden wordt verhoogd van 15 % naar 18 %. Raadpleeg je accountant voor meer informatie over de voorwaarden voor VVPR-bis.


Voldoe je aan de voorwaarden van het regime VVPR-bis, en wil je relatief snel over je winst beschikken? Dan is VVPR-bis een interessante optie. Heb je wat meer geduld, wil je beroep kunnen doen op een gunstiger belastingtarief, kan je vennootschap niet (meer) voldoen aan de vereisten van VVPR-bis of wordt je vennootschap stopgezet (liquidatie)? Dan is een liquidatiereserve (VVPR-ter) doorgaans voordeliger.
 

Hoeveel roerende voorheffing betaal je in het stelsel VVPR-bis?

  • 30 % voor dividenden toegekend uit de winstverdeling van het boekjaar van de inbreng of van het 1ste boekjaar daarna
  • 20 % voor dividenden toegekend uit de winstverdeling van het 2e boekjaar na dat van de inbreng op voorwaarde dat de inbreng uiterlijk op 31 december 2025 werd verricht. 

Opgelet: voor inbrengen vanaf 1 januari 2026 verdwijnt de mogelijkheid om na 2 jaar aan 20 % roerende voorheffing uit te keren.

  • 15 % voor dividenden toegekend uit de winstverdeling van het 3e boekjaar na dat van de inbreng en alle volgende jaren.

Opgelet: op dit ogenblik ligt er een wetsontwerp klaar waarin staat dat het tarief voor dividenden toegekend uit de winstverdeling van het 3e boekjaar na dat van de inbreng en alle volgende jaren verhoogd wordt naar 18 %.

Privé genieten van het vermogen in je vennootschap