Kwartaalupdate Q1 2026: Trump en Iran domineren het wereldnieuws

16 april 2026

Auteur : Sebastiaan Grenné, fondsbeheerder bij Argenta Asset Management

Terugblik

De start van het jaar was beloftevol: de groeicijfers in de Verenigde Staten werden opwaarts herzien en de werkloosheid bleef zeer laag. De recente winstverwachtingen van S&P 500-bedrijven zijn zelfs licht opwaarts bijgesteld, ondanks de energiecrisis.

Dankzij die positieve groeicijfers in de Verenigde Staten en de beter dan verwachte bedrijfsresultaten, startte het beursjaar positief. Ook de vele investeringen in artificiële intelligentie droegen daartoe bij.

Maar op 28 februari startte president Trump zijn oorlog met Iran. Het gevolg: zeer veel schommelingen, zowel op de obligatie als op de aandelenmarkten. De duurdere olie (waarvan de prijs op 20 maart steeg tot 112 dollar per vat) bracht het inflatiespook terug op de voorgrond en duwde tegelijk de rentevoeten de hoogte in. De obligatiekoersen (die het spiegelbeeld zijn van de rentevoeten) vielen wat terug. Ook de aandelenkoersen gaven terrein prijs, gelukkig in beperkte mate. Uiteraard veranderde de tweeweekse wapenstilstand (in de nacht van 7 op 8 april) het verhaal, met een fors herstel van de beurzen. Daardoor noteert Europa sinds begin dit jaar nog met een klein verlies en wiste de Amerikaanse beurs haar verlies volledig uit. Toch blijft er onzekerheid rond de wapenstilstand.

De blik vooruit 

Tot op vandaag zien we een zeer veerkrachtige economie. De wereldhandel groeide sneller dan verwacht, ondanks de tarievenoorlog. De investeringen in de infrastructuur die nodig zijn om de artificiële intelligentie verder te ontwikkelen, blijken een belangrijke boost voor de economische groei. En de handelstarieven worden gecompenseerd door het verleggen van de Chinese exportstromen naar andere groeilanden.

Wel zagen we een toegenomen volatiliteit in de technologiesector. Er duiken immers vragen op over de rentabiliteit van de investeringen in artificiële intelligentie en er kwam druk op de softwaresector. Toch zien we nog altijd een sterke groei in de vraag naar semiconductoren. De technologiesector blijft een van de sterkhouders.

Wat met de oorlog?

Alles hangt nu af van wat er na de wapenstilstand gebeurt. Herneemt de oorlog of is er een definitief akkoord? Herneemt de oorlog, dan zullen de gevolgen op de economie en de financiële markten zich meer en meer laten voelen. Maar zoals we ondertussen meermaals ondervonden, komt president Trump vaak terug op zijn beslissingen.

Het woord ‘TACO’1 wordt dan ook meer en meer de leidraad voor de financiële markten. Zijn uitweg uit de oorlog met Iran door een tweeweekse wapenstilstand aan te kondigen, is daar een voorbeeld van. De situatie in het Midden-Oosten is immers duidelijk minder stabiel dan voor de oorlog.

Kalm blijven is ons devies. We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar hebben wel een uitgesproken strategische aanpak en visie per fonds. We zijn voorbereid op elk scenario: hogere of lagere rente, verdere pijn op de markten of integendeel een mooi herstel, met de bijzondere rol van Europa (gezien onze olie-afhankelijkheid) in dit verhaal, enzovoort.

Wat met de centrale banken?

De centrale banken willen niet opnieuw verrast worden zoals in de coronacrisis. Tijdens vergaderingen, zittingen en persconferenties gaven ze duidelijke signalen over hun beleid. Die communicatie duwde de rentevoeten hoger en remde zo de inflatie af. Nu de olieprijs is teruggevallen (tot 97 dollar op 10 april voor de Brent2), is de grootste inflatiedruk van de ketel en wordt het risico op tweede-ronde-effecten kleiner. Dat zijn indirecte prijsstijgingen die ontstaan als reactie op de 1ste inflatieschok (bijvoorbeeld via duurdere grondstoffen of hogere lonen).

Paniek is nooit een goede raadgever. De olieprijzen doen pijn, maar niet zoals in het verleden. De groene investeringen werpen meer en meer hun vruchten af en we produceren veel meer met minder energie. Integendeel, wat nu gebeurt zal een extra impuls geven aan extra investeringen in groene energie. Een Europese expertise, denk maar aan onze windmolens op zee (offshore genoemd). Dankzij die toekomstgerichte investeringen kunnen we op termijn de impact van de stijgende energieprijzen op de portefeuille beperken.

In de fondsen beleggen we verder onder meer in Europese veerkrachtige of toekomstgerichte sectoren. Bedrijven in de circulaire economie, bedrijven die producten aanbieden als een dienst of bedrijven die sterk staan in de strategische autonomie van de EU. 

Europa

Ons continent kende begin dit jaar een positieve evolutie. De goedkope olie en de lage rente (zowel op korte als lange looptijden) boden steun. Daarnaast zijn de diverse Europese investeringsgelden een investeringsstimulans. We denken in het bijzonder aan de herstel- en investeringsfondsen (bijvoorbeeld op vlak van digitalisering en vergroening). Duitsland speelt ook een voortrekkersrol op het vlak van investeringen: gezien hun kleine overheidsschuld is er immers veel ruimte voor extra infrastructuurwerken.

De oorlog in het Midden-Oosten zette de Europese beurzen onder druk. Europa is sterk afhankelijk van ingevoerde olie. Crisissen zijn echter uitdagingen: meer en meer gaan stemmen op voor grotere investeringen in hernieuwbare energie. Die sector krijgt dan ook onze volle aandacht. 

Verenigde Staten

De Amerikaanse economie koelt geleidelijk af, ondanks haar sterke startpositie. Al is het land minder afhankelijk van olie-import, toch voelt de consument de hogere oliefactuur. Gelukkig zorgen de investeringen in artificiële intelligentie voor een extra groei-impuls en hoopt men op snelle productiviteitswinsten. Zoals geschreven kon de Amerikaanse beurs de schade van de oorlog in het Midden-Oosten beperken en haar beginniveau zelfs terugwinnen na de tweeweekse wapenstilstand.

Verder blijft de focus bij de analisten op de centrale bank (de ‘Fed’eral Reserve): president Trump blijft aandringen op renteverlagingen, maar voorlopig houdt de voorzitter Powell het been stijf. Logisch dat de Amerikaanse centrale bank verkiest de kat uit de boom te kijken. Of de hogere olieprijzen langzaam zullen doorsijpelen in de kerninflatie of niet, blijft vandaag een open vraag. Voorlopig is het grootste gevaar geweken. Blijven zitten is wellicht de beste optie voor de Fed.

Groeilanden (‘emerging markets’)

De groeilanden zijn een diverse groep. Azië (met China en India als de 2 grootste blokken) is erg olie-afhankelijk en wordt hard getroffen door de hogere energieprijzen. Toch moeten we dat relativeren. China heeft zeer grote oliereserves, gebruikt nog steenkool en is zeer ver opgeschoven richting hernieuwbare energie. Latijns-Amerika kent enkele grote exporteurs van grondstoffen: denk aan Brazilië dat profiteert van de gestegen voedsel- en olieprijzen. De handelsoorlog heeft veel handel verlegd uit China richting buurlanden (bijvoorbeeld Vietnam of India).

Japan

Japan voert tot 90 % van zijn olie in (onder andere via de Straat van Hormuz) en is dus kwetsbaar op korte termijn. Wat telt voor onze verhoogde positie is de grote verkiezingsoverwinning van premier Takaichi en de aangekondigde extra fiscale stimuli. Takaichi zet in op slimme technologie, energiezekerheid, industriële maakkracht en de nieuwe economie (bijvoorbeeld gezondheid en voeding). 

Wat als de oorlog toch zou aanhouden?

Enige nuchterheid de komende maanden is nodig, want de situatie blijft voorlopig wat onzeker. Zelfs al spreekt men van vredesvoorstellen. Het aantal verstoringen in de toeleveringsketen (denk aan voedsel en grondstoffen allerhande) is gestegen, wat toch het algemeen prijsniveau een beetje de hoogte in zal duwen.

Vanuit een langetermijnperspectief biedt elke crisis opportuniteiten. In het bijzonder in het Europese continent. Onze energie-afhankelijkheid onderstreept de noodzaak van zelfvoorziening en duurzame oplossingen. De oorlog versnelt die structurele trends. Periodes van geopolitieke stress genereren vaak de voedingsbodem voor innovaties die jaren later rendement genereren. Denk daarbij aan logistiek, hernieuwbare energie en AI-gestuurde energieplanning. 

Bewegingen en positionering in de portefeuille

De aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran zorgde voor aanzienlijke volatiliteit op de financiële markten. De sterk stijgende olieprijs vormt daarbij de grootste bedreiging voor de wereldeconomie. Ondanks die scherpe stijging bleef de initiële impact op de aandelenmarkten relatief beperkt. Een langdurige oliecrisis blijft echter een belangrijk risico voor het positieve scenario dat men verwachtte. Daarom werd besloten om begin maart het aandelengewicht in de fondsen substantieel te verlagen. De fondsbeheerders van Argenta Asset Management kozen er bewust voor om vooral Europese aandelen af te bouwen, aangezien Europa - net als Azië - bijzonder gevoelig is voor stijgende energieprijzen.

Eind maart werd het duidelijk dat de financiële markten steeds minder reageerden op nieuws rond de escalatie in de oorlog. Het lijkt erop dat de markten het negatieve nieuws van de oorlog al gedeeltelijk verwerkt hebben in de koersen. Op dat moment werd het aandelengewicht terug opgebouwd om niet achter te blijven als er verder positief nieuws zou komen. Dat positieve nieuws kwam op 8 april, toen de VS en Iran een wapenstilstand aankondigden. De markten reageerden onmiddellijk zeer positief. Daarop werd de aandelenpositie nog verder opgebouwd. Ondanks de toegenomen geopolitieke risico’s is het onmiddellijke risico voor de beurzen verminderd. Financiële markten kunnen nu dus opnieuw focussen op de structurele groeitrends, voornamelijk de massale investeringen in AI-capex3. Daarom werd er extra blootstelling toegevoegd aan dat thema.  

Daarnaast hebben de fondsen in maart geprofiteerd van de oplopende rentevoeten door de vrijgekomen cash uit de verkopen van aandelen te herinvesteren in Europese overheidsobligaties met een relatief lange looptijd. Ook het gewicht in Europese bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid werd verhoogd. We spreken hier over ‘investment grade’ (IG)-papier of eenvoudig gezegd: obligaties van betrouwbare uitgevers. Na de inval in Iran liep het extra rendement (ten opzichte van Duits staatspapier) dat die bedrijfsobligaties bieden opnieuw op. Dat extra rendement wordt ook ‘spread’ genoemd.

De stijgende olieprijzen hebben de inflatievrees opnieuw doen oplaaien op de financiële markten. Dat had een positief effect op de inflatie-gelinkte obligaties die het fonds al geruime tijd aanhield, aangezien die beter presteren als de inflatieverwachtingen stijgen. We hebben daarvan geprofiteerd door winst te nemen op die posities en ze terug om te zetten naar reguliere overheidsobligaties.

1 TACO staat voor Trump Always Chickens Out. Onder druk van de financiële markten krabbelt Trump meestal terug op zijn slechtste ideeën.

2 Brent is een internationale referentieprijs voor olie.

3 Capex staat voor capital expenditures en zijn investeringen die een bedrijf doet in vaste activa zoals machines, infrastructuur of in IT.

Lees meer